columncasper albers

Hoe je scoort in de sportstatistieken, hangt voor een flink deel ook af van toeval

De Olympische Spelen zijn in volle gang. Vivianne Miedema heeft maar liefst tien doelpunten gemaakt, dat is zelfs nog meer dan het aantal bevestigde coronabesmettingen bij TeamNL in de eerste dagen van de Spelen. Miedema heeft veel meer interlandgoals dan welke mannelijke voetballer ook, maar bij Wikipedia wordt ze bewust buiten de topscorerstatistieken gehouden.

Op de beruchte vlucht KL861 zaten zes van de zeven positief geteste personen. Volgens sportbestuurder en amateurviroloog Maurits Hendriks was dit toeval en vonden de besmettingen niet aan boord plaats. De kans dat, op basis van het toeval, zes van de zeven besmette personen in hetzelfde vliegtuig zitten, is kleiner dan 0,1 procent, maar groter dan nul.

Het kán dus inderdaad toeval zijn. Net als niet voor 100 procent uit te sluiten is dat de huizen in Groningen door niet-aardbevingsgerelateerde oorzaken beschadigd zijn of dat al die recente overstromingen en hittegolven niks met klimaatverandering te maken hebben. Beleidsmakers die maatregelen uit de weg gaan door te wijzen op de minieme kans van het toeval komen ook buiten de sportwereld voor.

Waar gesport wordt, zijn sportstatistieken. En die van de Olympische Spelen zijn misschien wel de bekendste. Zo is Michael Phelps de ultieme olympische kampioen met 23 gouden plakken. Enorm indrukwekkend (ik doe het hem niet na), maar het helpt wel enorm dat hij een zwemmer is. Alleen al op de huidige Zomerspelen worden 105 medailles uitgedeeld voor het baanzwemmen.

Zelfs de allerbeste voetballer ter wereld kan met voetballen niet meer dan één medaille per vier jaar halen en heeft dus een carrière van minimaal 88 jaar nodig om Phelps’ record te evenaren. En dan hebben we het nog niet eens over sporten als cricket: na voetbal de populairste sport ter wereld, maar sinds 1900 geen olympische sport meer. Phelps is een geniale atleet, maar dat hij de statistieken aanvoert komt ook gewoon doordat hij toevallig een zwemmer is.

Ook in de ranglijst met landenstatistieken aller tijden spelen keuzen een rol. Frankrijk heeft 716 medailles op de Zomerspelen gehaald en China ‘slechts’ driekwart daarvan, 546. Toch staat China doorgaans boven Frankrijk omdat de Chinezen 12 gouden medailles meer hebben dan de Fransen.

En hoe tel je bijvoorbeeld de Duitse medailles? Gooi je die van Oost-Duitsland, West-Duitsland, het Duitse Eenheidsteam (actief in 1956 t/m 1964) en Duitsland op een hoop of niet? Ja graag, zeggen onze oosterburen: dan staan ze immers als beste Europese land in de statistieken. Niet doen, zeggen de Britten, Fransen en Italianen: door de Duitse prestaties op te knippen, blijven ze de Duitsers op papier de baas.

Hoe je uiteindelijk scoort in de statistieken, hangt dus deels af van je sportieve prestaties, maar voor een flink deel ook van toevallige bijzaken, zoals de geopolitieke geschiedenis van jouw land, of de sport waarin jij goed bent meetelt en of de almanakschrijvers wel inclusief bezig zijn.

Ook de olympische statistieken zitten vol toeval.

Meer over