VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Nijmegen

Hoe ideologisch links verdween uit de knalrode nieuwbouwwijk van mijn jeugd

null Beeld

Let maar op, straks is iedereen rechts, voorspelde mijn vader, die erg links was, net zoals de wijk waarin we woonden: idealistische posters keurig achter de doorzonramen. Links was een manier van leven, niet alleen uitgedragen tijdens de verkiezingen maar voor alledag, en in de opvoeding, vanuit het diepe gevoel dat een mens er niet is voor zichzelf maar voor de wereld om hem heen.

Nu is de stad rechts geworden, in elk geval naar de maatstaven van toen, en het is een beetje raar om de mensen die mijn oude rode wijk bewonen te vragen waarom, want de meesten kennen die linkse tijd niet meer. Net als elders vervloog het idealisme, wat dat betreft was de verkiezingsuitslag geen verrassing, het was al jaren aan de gang.

Als kind zag ik twee wijkbewoners een poster van de Centrumpartij (‘niet rechts, niet links) met zwarte verf weglakken, en nu is het eerste wat ik tref bij het winkelcentrum twee maal Geert Wilders op een aanplakzuil, en twee maal SP ernaast. Het winkelcentrum brandde jaren geleden deels af en niemand in de rode stad kreeg het voor elkaar er opnieuw een bruisend middelpunt voor de mensen van te maken. Niet belangrijk genoeg misschien voor het linkse stadsbestuur, waarin GroenLinks de allergrootste is, of te ingewikkeld. Wat rest is een droevige ruïne waaruit alleen nog een Lidl steekt, een shoarmazaak, een pizzacentrum, een chinees-indische afhaal en een kapperswinkel.

Aan de slag dan maar. De man van de shoarmazaak stemde Denk, veel mensen stemden niets, of VVD, een man stemde JA21 en waarom, nouja, ‘het is iets nieuws’, ‘misschien is het niks, de tijd zal het leren’.

De Lidl trekt mensen van buiten, hoor ik, wijkbewoners gaan liever met de auto naar de Albert Heijn. De wijk heet Weezenhof, nieuwbouw op stand destijds, voor jonge gezinnen met een weidse blik. Groen en ruim, nog steeds, en op een van de wandelpaden tref ik Brigitte met haar hond, ‘het is niet de Weezenhof die het was’, zegt ze, ‘ik doe nu mijn deur op slot en kijk vaker achterom.’ Winkelcentrum: ‘pure armoe’. Ze woont er 25 jaar, ‘het was toch de wijk voor de artsen in opleiding, zeg maar, dat is passé’. Met haar man stemde ze Geert Wilders, ‘die komt tenminste op voor de mensen’.

Voor wijkmagazine De Dukenburger houdt Toon Kerssemakers het stemgedrag bij; uit de cijfers van de twee stembureaus blijkt dat mijn oude rode wijk ook vier jaar geleden al een opmars kende van VVD en D66, zegt hij, ‘de onderstroom naar liberaal en sociaal liberaal was dus al duidelijk zichtbaar in absolute aantallen, ook al was de winnaar GroenLinks.’

Twee keer Wilders, twee keer SP. Beeld Toine Heijmans
Twee keer Wilders, twee keer SP.Beeld Toine Heijmans

Nu gaat D66 er definitief met de poet vandoor, blijkt uit de gisteren door de gemeente vrijgegeven verkiezingscijfers. ‘Maar kijk eens naar hun sociaal beleid’, zegt Toon, een standvastig PvdA’er, ‘daar word ik niet zo vrolijk van, die staan soms naast de VVD. Of klink ik nu als een grumpy old man?’

M’n lagereschoolvriendin Suzanne Raes maakte in 2013 een film over onze wijk, die ze ‘een toverketel vol goede bedoelingen’ noemde: solidariteit, saamhorigheid en zelfontplooiing waren belangrijker dan persoonlijk succes. ‘Het doet echt pijn’, vertelde ze toen al over de teloorgang van die wonderwereld, ‘we zijn zo ver losgeraakt van wat ik als kind belangrijk vond’.

Ik bel haar en ze zegt: ‘Het is zo gek dat de sociale thema’s vooral door de SP en de PVV zijn opgepakt’.

Het toeslagendrama, de schuldenproblematiek, de afbraak van de sociale advocatuur en de sociale werkvoorziening, het rammelen aan de bijstand, de toenemende ongelijkheid – het zijn geen winnende thema’s meer, en ze worden door links ‘niet goed verteld’.

Het probleem is ook het elitaire – onze wijk was een reservaat van hoogopgeleiden – en de rechtlijnigheid, het moreel oordelen over de ander. ‘Het werkt niet.’

Zo sta ik bij het gewonde winkelcentrum. Dat is van een projectontwikkelaar die kennelijk de ruimte kreeg het zo te laten, als verwoest monument voor wat mijn rode wijk ooit was. Ernaast is een noodgebouwtje opgetrokken, met bloemen voor de ramen, het ‘huis van Weezenhof’, bedoeld om het sociale hart op gang te houden. De vrijwilligers, vertelt voorzitter Tineke Baard, wonen vaak al decennia in de wijk, ‘die hebben het gevoel nog hoor’.

Het is een waakvlam, en daar warm ik me dan maar aan.

Meer over