VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Berg en Dal

Hoe het Afrika Museum zich ‘woke’ staande houdt in een wereld vol gevoeligheden

Diep door het stof ging het Afrika Museum na kritiek op een marketingcampagne waarin twee ‘witte senioren’ (De Gelderlander) zich opmaken voor ‘een dagje Ghana, lekker ver weg in eigen land’. Koloniaal stereotype: Ghana is meer dan een leuk dagje weg, ‘excuses aan iedereen die onze uitingen als kwetsend heeft ervaren’.

Alles ligt gevoelig, ook het museum dat kalm en achteraf op een heuvel staat en zelfs in mijn jeugd al een nuffig imago had: rudiment van het roomse leven in dit landsdeel, de collectie verzameld door missiepaters van de Congregatie van de Heilige Geest, nog steeds eigenaar, die, als ik bel, liever doorverwijst naar de directie.

Voormalig tentoonstellingsmaker Richard Kofi uitte zijn ongeloof over de reclamecampagne op Instagram (‘koloniale troep’), een gevolg, zegt hij, van de woede onder activisten en kunstenaars die hem bereikte (sommigen wilden hun werk er niet meer exposeren). Aan de andere kant van de loopgraven schreef columnist Elma Drayer dat het museum zich met een ‘knieval’ laat intimideren, ‘geheel uit vrije wil’.

Masker van een Nederlandse antropoloog.Beeld Toine Heijmans

Gek genoeg ging niemand kijken, jammer, want het Afrika Museum heeft mooie dingen en vertelt inmiddels niet alleen over ‘het continent Afrika’, maar ook over het wonderlijke landje Nederland in een wonderlijke tijd, waarin niets meer zonder context kan.

Veel ging er op de schop de afgelopen jaren zodat een getransformeerd museum nu een ander continent laat zien: veelvormig, modern, zelfbewust – bij de entree een snelgemonteerde video met dancemuziek en Afrikaanse stadsgezichten. Tegelijk exposeert het museum zichzelf: een wand met affiches, marketing van vroeger, met als disclaimer: ‘de keuze voor de thematiek, zoals magie of primitivisme, zegt soms meer over de blik van het museum dan over het continent zelf’.

Apinti-trommen, hoofdmanstaven, Zulu-danskostuums - vrijwel overal begeleid door disclaimers vanwege de ‘schrijnende koloniale tijd’. ‘Door de populariteit van de Dogonkunst is het Dogongebied nu vrijwel leeggeroofd’, ‘de machtsongelijkheid uit het koloniale verleden wordt vaak in stand gehouden in het heden’. Bij een 19e eeuws Nafana-dansmasker, gebruikt voor een heksencultus: ‘die werd aanvankelijk door de Christelijke missies met succes onderdrukt’.

Niets wordt hier zomaar tentoongesteld. Hoogtepunt wat mij betreft is het masker dat de Dogon van een Nederlandse antropoloog maakten, Wouter van Beek – de westerling die Afrika komt bekijken bekeken. ‘Dogon maakten soms grappen over antropologen met hun opschrijfboekjes en camera’s.’

Alles bij elkaar, en in de termen van vandaag: dit museum is zo woke als wat.

Wayne Modest (rechts) en Stijn Schoonderwoerd.Beeld Toine Heijmans

Is het activistisch geworden, vraag ik Wayne Modest, hoofd onderzoek van het Nationaal Museum van Wereldculturen dat drie musea beheert (Tropenmuseum, Museum Volkenkunde, Afrika Museum). Nou, zegt Wayne, ‘ik zou een ander woord gebruiken: het is outspoken.’

De tentoonstelling is ook een contramal voor het museumpark buiten, zegt directeur Stijn Schoonderwoerd (ik spreek ze samen in Amsterdam): daar staan nog steeds de nagebouwde ‘woonerven’ die het beeld oproepen van primitieve volkeren en hun gebruiken. Eén ervan is al verdwenen, heb ik gezien: het kampement van Baka-pygmeeënhutten dat elk jaar weer ‘door de tuinman met Hollandse takken’ (Schoonderwoerd) werd opgebouwd. Daar speelde ik als kind, ‘en dat blijft je dan bij denk ik’, zegt Wayne. ‘Dat  beeld van eenvoudige mensen op blote voeten’, zegt Stijn, ‘de vraag is: met welke blik ga je na een bezoek weer naar huis?’

De woonerven, geopend door Prins Claus in 1987, gaan nog op de schop trouwens, ‘om het museumpark beter aan te laten sluiten bij de hedendaagse agenda’, staat erbij als disclaimer. 

Zo snel wentelt de tijd. En zo moeilijk is het om dat bij te houden.

Het museum is lichter geworden, met veel wit, weg van het ‘donkere’ Afrika. Tegelijk: toen een Afrikaanse ontwerper opdracht kreeg een zaal in te richten gebruikte hij veel bruin, ‘we vroegen waarom en hij was verbaasd’, zegt Stijn, ‘want bruin was voor hem juist heel modern en eco’.

Alles is ingewikkeld en iedereen kijkt mee. Wayne: ‘We luisteren en zijn bescheiden. We weten dat we fouten kunnen maken maar we hebben de commitment to do good.’

Woonerf.Beeld Toine Heijmans

Ik vraag ze of het pijn doet, die aanvallen op het museum. ‘Een beter woord’, zegt Wayne, is ‘uitdaging’. Stijn: ‘bij elke kritiek die we krijgen tasten we af of er een kern van waarheid in zit.’ Het Afrika Museum bevindt zich nu ‘middenin vraagstukken naar identiteit en religie’, zegt hij, ‘de relevantie wordt steeds groter. Die is groter dan ooit.’

Mooi, want de paters willen al een tijd van het gebouw af en het voortbestaan van dit museum was nooit zeker. Musea lopen in deze gepolariseerde tijd ‘op eieren’, schreef Elma Drayer – maar dat kan ook hun redding zijn.

Meer over