VERSLAGGEVERSCOLUMNMargriet Oostveen in Rotterdam

Hoe een teamleider van Albert Heijn om het dragen van een hoofddoek is belaagd

null Beeld

De teamleider bij Albert Heijn die een jaar lang online is beledigd en belaagd omdat ze tijdens haar werk een hoofddoek droeg, is nu 25 jaar oud, afgestudeerd en heeft een baan als wiskundedocent op een middelbare school.

Dat is ook wel leuk om even te melden, zeg ik.

Ja hè, zegt zij.

Als ik haar eenmaal heb opgespoord en laat weten hoe de politierechter vorige week oordeelde in haar oude zaak, wil ze alsnog vertellen hoe het voor haar was. Maar zonder naam (bekend ter redactie): wie zo lang besmeurd is kijkt wel uit. Haar initialen zijn R.K..

De politierechter in Rotterdam behandelt de zaak pas twee jaar na dato, in nog geen uurtje. Verdachte B. is net als R.K. niet komen opdagen. Ik zit in de zaal omdat het zaakje een vroeg voorbeeld lijkt van een groeiende nationale hobby, het dwingend de les lezen van autonome vrouwen. En dat moet ophouden, of het nu gaat om Lale Gül, Sigrid Kaag of om een kassière bij Albert Heijn.

Ze is door de kwestie een jaar lang ‘in een soort staat van paniek’ geweest, zegt R.K. aan de telefoon als ik haar heb gevonden. ‘Het kost nog steeds wel inspanning die paniek onder controle te houden. Daarom durfde ik niet bij de zitting te zijn.’

Wat is er precies gebeurd? In 2019 opent R.K., dan nog teamleider van de kassières in de Albert Heijn aan het Rotterdamse Bentinckplein om haar studie te bekostigen, een extra pinkassa in de winkel. Verdachte B. is klant en weigert: ‘Ik reken niet bij hoofddoekjes af.’ Andere klanten in de rij worden daar boos om en om alle tumult de kop in te drukken mag B. elders afrekenen.

Twee dagen later komt hij weer. De manager is er niet, waardoor R.K. als teamleider verantwoordelijk is. Nu vraagt ze B. meteen de winkel te verlaten, zolang hij weigert af te rekenen bij medewerkers met een hoofddoekje. Ze wil nieuw tumult voorkomen.

B. stuurt vervolgens een mail naar Ahold met een litanie van klachten over R.K. Haar manager zegt meteen dat ze het goed heeft gedaan: Ik ken jou, negeer het maar. Hij zal het wel uitleggen aan Ahold.

Een klant in een Albert Heijn filiaal. Beeld Reuters
Een klant in een Albert Heijn filiaal.Beeld Reuters

Kort daarna appt een collega: die man noemt je op Facebook. Om precies te zijn: op de Facebook-pagina van Albert Heijn Bentinckplein. B. beweert dat R.K. met twee culturen botst en op vakantie westerser is dan hier. Hij plaatst daar een foto van R.K. met hoofddoek bij, en eentje van een andere vrouw zonder hoofddoek bij een blauwe zee. En beweert dat zij dat is.

R.K. doet aangifte van smaad en belediging. B. noemt haar op Facebook ook ‘laffe nep-moslima’. Als B. door een vrouwelijke agent wordt opgeroepen voor verhoor plaatst B. deze zogeheten ‘ontbiedingsbrief’ eveneens op Facebook, met naam, politienummer en de handtekening van de agent. Na het verhoor plaatst hij berichten waarin hij de agent ‘kutrechercheur’, ‘zeer links socialistisch gericht’ en ‘fascist-brigadier’ noemt. Ook zij doet aangifte. Deze agent is evenmin naar de politierechter gekomen.

In de rechtszaal komt niet ter sprake waardoor R.K. zich hierna nog een jaar lang bedreigd heeft kunnen voelen: B. post graag steunbetuigingen aan Geert Wilders op Facebook en iedere keer linkt hij daar ook naar zijn beschimpingen aan het adres van R.K.. Zo wordt zij voor een publiek van Wilders-sympathisanten zijn voorbeeld van een hypocriete moslim. En allemaal kunnen ze lezen dat ze te vinden is in het AH-filiaal aan het Bentinckplein. R.K. voelt zich daar onveilig, gaat steeds minder uren werken en vertrekt uiteindelijk helemaal.

Zij is overigens nooit gedwongen een hoofddoek te dragen, zegt R.K.. Haar familie en vrienden kennen haar ernst. Dat ze aangifte heeft gedaan van belediging én smaad heeft met haar geloofwaardigheid als moslim te maken: ‘Vergelijk het met iemand die een jaar over jou als journalist beweert dat je liegt.’

De officier van justitie erkent die ernst en eist een taakstraf wegens smaad. Maar de politierechter ziet het anders. Hij veroordeelt B. wegens belediging van R.K. en de agent tot 500 euro boete, waarvan 250 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Want wanneer tast smaad iemands eer en goede naam aan? Volgens de politierechter ligt de lat daar in de jurisprudentie hoog. Hij vindt het wel of niet dragen van een hoofddoek ‘van onvoldoende gewicht’.

Meer over