VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Utrecht

Hoe een Nederlands sprekende Schot een massaal protest kon ontketenen

x Beeld x
xBeeld x

Toen de Britse vreemdelingendienst donderdag in Glasgow twee Indiase asielzoekers in een busje opsloot om hen het land uit te zetten, gingen een paar boze buren rond dat busje op de grond zitten. Met spectaculair gevolg. Al snel stond Kenmure Street vol met honderden mensen. Extra politie kon ruim zeven uur lang niets uitrichten, waarna de twee asielzoekers onder luid gejuich zijn vrijgelaten.

Vijftig jaar lang stelden onderzoekers dat omstanders bij noodsituaties meestal toekijken zonder in te grijpen: het beruchte ‘bystander-effect’. Ten onrechte, daar kom ik nog op. Wat in Glasgow gebeurde, lijkt een puntgaaf voorbeeld van hoe het wèl gaat.

Maar ook is dit een ‘politiek geëngageerde flashmob’, zoals onze Volkskrant-correspondent in Londen Patrick van IJzendoorn het noemt, als ik hem vraag hoe hij dit zelf zou duiden. Die zijn, hallo Viruswaanzin, ook in Nederland een punt van zorg voor wie over de openbare orde gaat. Zie bijvoorbeeld de conferentie ‘Perspectieven in Polarisatie’ die de Vrije Universiteit in juni voor hen organiseert. Daar wordt volop gesproken over thema’s als ‘Ongenoegen en escalatie lokaal voorkomen’ en ‘Dilemma’s rond demonstraties’ (‘Door de sociale media heeft iedereen de potentie om razendsnel een groot publiek te bereiken’).

Ik zette de beelden van Glasgow gefascineerd op Twitter en vroeg: ‘Hoe ontstaat zoiets?’. Prompt reageerde iemand die in vlekkeloos Nederlands liet weten dat hij ‘een van de eerste mensen’ ter plaatse was. Ik herkende hem inderdaad uit een eerste filmpje dat een buurtbewoner in Kenmure Street maakte: Declan Blench (31), één van de buren die als eersten rond het busje gingen zitten.

Eenmaal aan de telefoon blijkt hij toch geen Nederlander. Declan is een Schot die zes talen spreekt, waaronder vloeiend Nederlands, hij werkt als vertaler. Donderdagochtend kwam zijn bovenbuurman vertellen dat er een busje van de Britse overheidsdienst voor ‘immigratie handhaving’ in de straat stond, het staat er daar in grote letters op. Iedereen weet dat ze voor mensen zonder papieren komen. En openlijk, als onderdeel van het ontmoedigingsbeleid van minister Priti Patel. In Nederland isoleren we kansloze asielzoekers eerst in afgesloten uitzetcentra, waar de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie ze vervolgens meestal vroeg in de ochtend komt afvoeren.

Toen Declan door zijn raam zag hoe de mannen naar het busje werden gevoerd, deed hij zijn schoenen aan en rende hij in pyjama naar buiten. ‘Ja waarom? Omdat het verkeerd is dat de politie zonder waarschuwing vooraf huizen in kan gaan om mensen mee te nemen?’ Declan kende de mannen niet.

Declan Blench uit Kenmure Street. Beeld
Declan Blench uit Kenmure Street.

Al snel stroomden de actievoerders toe via sociale media en buurtgenoten met water, brood en fruit. ‘Dit is een leuke multiculturele buurt’, zegt Declan. ‘En het was Suikerfeest.’ Na drie uur, versteend van de kou in zijn pyjama, ging hij zich thuis even omkleden, daarna meteen weer naar buiten. Na nog vier uur zag Declan hoe het busje open ging en de mannen geëscorteerd door agenten naar buiten kwamen. Zijn stem klinkt op dit punt wat onvast door de telefoon: ‘Het was zo’n menselijke beweging, ik heb zoiets nog nooit meegemaakt.’

En nu dan dat bystander-effect. Ik bel Marie Rosenkrantz Lindegaard, bijzonder hoogleraar ‘dynamiek van criminaliteit en geweld’ aan de Universiteit van Amsterdam. Zij leidde een groot internationaal onderzoek naar het bystander-effect om te concluderen dat het niet bestaat. ‘Negen van de tien keer’, zegt Rosenkrantz Lindegaard, ‘grijpen mensen wèl in’.

Eerder onderzoek was gebaseerd op geënsceneerde laboratoriumsituaties, Rosenkrantz Lindegaard liet echte voorvallen onderzoeken: 219 conflicten in de openbare ruimte in Amsterdam, Kaapstad en Lancaster, vastgelegd met veiligheidscamera’s.

En het verbaast haar ‘totaal niet’ dat Kenmure Street ingreep. ‘Waar omstanders een duidelijke noodsituatie zien, dan grijpen ze bijna altijd in.’

Dat het afvoeren van mensen zonder papieren in Nederland vrijwel onzichtbaar gebeurt, dient dus een doel, beaamt Rosenkrantz Lindegaard. ‘Als de nood van deze mensen zichtbaarder zou zijn, zouden vermoedelijk meer mensen in actie komen.’

Blijft de vraag wat je dan zelf zou doen.

Meer over