VerslaggeverscolumnToine Heijmans op Texel

Hoe een lief eiland machteloos om een jonge dakloze vrouw gaat staan

null Beeld

Haar bankje in het park is leeg, vooralsnog. Ze is een eilandse, iedereen kent haar naam, maar spreekt ‘m niet uit. Ze noemen haar ‘het parkmeisje’, ook al is het een jonge vrouw van 27. Iedereen weet wie ze was, niemand weet wie ze is.

Het is een triest verhaal en tegelijk barmhartig, zoals veel verhalen, en meestal wint het eerste.

Een paar jaar zwerft ze nu, het bankje in het park werd thuis. Midden in het dorp, weggestoken onder een capuchon, zat ze daar, sliep ze daar, haar leven opgeborgen in twee supermarkttassen, ’s nachts gillend tegen demonen. Er was geen sanitair. Omdat het kouder werd, en zij aftakelde, overreedde Frits Langeveld haar in de auto te stappen, een winter terug, in de gietende regen – ze bleef vijf maanden bij hem en zijn vriendin wonen. ‘Bed, bad en brood’, en onderwijl regelde hij ‘met de ambtenaren van het sociaal domein’ een nieuwe toekomst op het eiland: een tiny house, tienduizend euro die ze tegoed had van het UWV, een bewindvoerder, kleding, dagbesteding bij een sociale werkplaats. Zoveel gesprekken, ‘al met al is er een klein team om haar heen geformeerd’.

Nu zegt hij: ‘ze heeft het allemaal niet aangegrepen’.

Frits is 77 en uit angst voor het virus maande hij haar de coronaregels te volgen, maar dat deed ze niet, en ze betrok opnieuw haar bankje in het park. ‘Ze is een zeer vriendelijke dame. Alleen: als ze zich in het nauw voelt, is ze weg.’

Op mooie dagen heeft Marga Lakwijk het bovendeel van haar voordeur open, zodat het Texelse licht naar binnen valt, en kijkt ze recht op het bankje van de jonge vrouw. Ze zat daar de hele zomer door, intelligent en aardig, zo leerde ze haar kennen. Dat begon met een ‘hallo’, en eindigde met gesprekken, en met de aankoop van een paar waterdichte bergschoenen die nog steeds in Marga’s halletje staan: ‘ik had precies afgesproken welke het moesten zijn, ging ze kopen, en toen ik terugkwam wilde ze geen nieuwe schoenen meer.’

Dit is een lief eiland, zegt Marga, ‘iedereen doet z’n best’, maar een daklozenopvang ontbreekt en de hulpverlening, GGD en GGZ, houdt kantoor op het vasteland. Die komt mondjesmaat, en zij wil ze niet. Dus bij het naderen van een nieuwe winter begon Marga een inzamelingsactie voor een shelter suit, de slaapzak voor zwervers, en ook die kon ongebruikt retour. Geef mij het geld maar, zei het parkmeisje, maar dat vond Marga geen goed idee, ‘als ze iets wil, koop ik het wel’.

Er kwam een slaapverbod in het park, en ze begon de nachten door te brengen in de straat van journalist Ingrid Spelt, onder een afdakje, gilde de buurt wakker, ‘angstig, in de doodse stilte van de nacht’. Ze schreeuwt tegen de stemmen, zegt Ingrid, ‘en de politie kan weinig doen’, zegt Marga. ‘Ze zien het niet als hun taak’, ze willen boeven vangen, geen psychische problemen.

null Beeld Toine Heijmans
Beeld Toine Heijmans

‘Als je het feitelijk bekijkt’, zegt Ingrid, ‘gebeurt er niks. Het is heel lief en eilands, het is superleuk dat iedereen haar helpt, maar je bent zo weer een jaar verder.’ Ze schreef erover in het Noordhollands Dagblad, er was wat discussie in de Texelse Courant, en alles bleef hetzelfde.

Er zijn meer daklozen op het eiland. Die nemen Texelaars af en toe in huis, dat wordt in arren moede zo opgelost – en ze vertellen het verhaal van de bejaarde man uit het dorp die jarenlang thuis junks opving. Het parkmeisje woont nu bij een buurman, gaat op de koffie bij een ander, de vraag is hoe lang. De vraag is wanneer het parkmeisje opnieuw haar bankje betrekt.

Frits: ‘Elke keer ontfermen Texelaars zich over haar, maar ze heeft er geen zin in.’

Marga: ‘Je laat haar niet wegkwijnen, zo voor je neus.’ Een gedwongen opname is uitgesloten zolang ze geen gevaar is voor zichzelf of anderen, dat is de wet. ‘Maar wanneer is ze een gevaar?’

Op een dag stond het parkmeisje met een bos bloemen aan Marga’s deur, om haar te bedanken. Zo is het ook.

Vannacht hoorde ze het gillen weer, mailt Ingrid, ‘ze maakte ruzie in haar hoofd’. ‘Het is problemen verschuiven: de gemeente en de politie zien haar even niet, omdat een burger het tijdelijk oplost. En dan begint het weer.’

Frits zegt: ‘Ze zal zelf tot het inzicht moeten komen dat er een goede plek is voor haar. Wat moet je nou dwingen, als ze niet wil?’

Veertigduizend daklozen heeft Nederland, zegt hij ook, en deze is zichtbaar omdat dit een eiland is – bedenk eens hoeveel er onzichtbaar leven.

Meer over