ColumnMargriet Oostveen in Rijsoord

Hoe een ijsclub twaalf jaar op deze vorst wachtte en toen geen ijsbaan maakte

null Beeld

Jaren van kwakkelwinters wachtte ijsclub Rijsoord en Omstreken, anno 1901, ongebroken op ijs. En nu is er vorst. Maar er komt geen ijs.

Elf jaar lang werd in Rijsoord, even onder Rotterdam, nauwelijks geschaatst. Toch bleef een groot deel van het dorp trouw lid van de ijsclub, want dat hóórt hier. De ijsmeesters werden ouder en ouder maar ze gaven de hoop niet op. En nu is er vorst. Maar geen ijsbaan.

Eerst heeft de veiligheidsregio het verboden en toen het toch mocht werd het ze te ingewikkeld, met alle corona-regels. IJsmeester Henk van Mastrigt (72) brengt het met manmoedige berusting als ik bel, omdat ik langs wil komen. Zijn vrouw Bep, die meeluistert, roept op de achtergrond: ‘Hij is er íedere dag mee bezig hoor! Iedere dag!’

‘Ja’, zegt Henk. ‘Dat is dan weer wel zo.’

Een jaar geleden sprak ik Henk bij hem thuis samen met bestuurslid Wout Bestebreurtje over hun koppige geloof in een koude winter. De zon scheen hardvochtig. Zij vertelden hoe hun ijsclub in 1901 was begonnen door gewoon een bord met ‘IJsclub’ het bevroren water achter hun dorp op te slepen: een oude arm van de Waal, die hier het Waaltje heet. Koek en zopie erbij en klaar.

De laatste keer dat het zo lukte was in 2009. Sinds vier jaar pacht de ijsclub een weiland om onder te laten lopen, dat bevriest sneller. Maar door de zachte winters konden ze daar nog maar anderhalve dag schaatsen.

Niettemin hebben ze hun weiland tegen alle klimaatverandering in ieder jaar feilloos onderhouden, kwam er een mooi bezoekerscentrum annex clubhuis bij, investeerden ze in fijne jassen voor de ijsmeesters en een splinternieuwe veegmachine. Dit alles met kalm, elders uitstervend geduld. Zij zijn de tegenvoeters van mensen die op vrijdagavond gillend van voorpret online de laatste plastic sleetjes bestellen.

Jaap Heester (links) en Henk van Mastrigt. Beeld
Jaap Heester (links) en Henk van Mastrigt.

Dus ik wil toch naar Rijsoord. We spreken zaterdagavond af in het clubhuis naast hun weiland, dat nog droog staat. En dat blijft zo, vlak voordat de vorst arriveert. Behalve Henk is ook voorzitter Jaap Heester (65) gekomen. Hij slaakt een diepe zucht.

Jaap: ‘We hebben alles geprobeerd. Met tijdsblokken zijn er mogelijkheden.’

Henk: ‘Maar dan moet je handhaven. En de jeugd heeft een kort lontje, tegenwoordig.’

Jaap: ‘De hoefsmid hier heeft nog een arrenslee. Misschien kunnen we die vragen voor een rondje door de sneeuw, ter compensatie, dachten we.’

Henk: ‘Maar daar kun je dan geen ruchtbaarheid aan geven. Anders krijg je toelopen.’

Er zijn vijfhonderd natuurijsclubs in Nederland. De natuurijsbanen mogen inmiddels onder voorwaarden open, er mag in groepjes van twee worden geschaatst, mits op anderhalve meter afstand van elkaar. Wat de anderen doen is vaak nog onduidelijk. IJsclub de Ondersteuning in Middelie is volgens de eigen Facebookpagina ‘druk bezig om alles vorm te geven’. Nut en Vermaak Burgerbrug heeft alvast koelbloedig een voetbalveld onder laten lopen. IJsclub Kortenhoef blijft gesloten in verband met de corona-regels. IJsclub Vooruitgang Steggerda is nog in overleg over de regels en IJsclub Eensgezindheid IJsselmuiden wíl open.

Geven ze het in Rijsoord niet snel op? Jullie waren altijd zo goed in improviseren, zeg ik, waarom nu niet?

Henk: ‘En als op onze ijsbaan corona blijkt uit te breken? Wat dan?’

Henk en Bep kregen vlak voor Kerst corona. Henk had drie dagen hoge koorts en is nog snel buiten adem. Bep ruikt en proeft nog altijd niets.

Jaap: ‘De wereld wordt steeds ingewikkelder. En dat heeft niet alleen met de wereld, maar ook met onszelf te maken.’

Henk: ‘Als er iets gebeurt op die baan dan zij wij verantwoordelijk.’

Jaap: ‘Het draait tegenwoordig allemaal om aansprakelijkheid. Als je in dit clubhuis nu ook maar één fles limonade open maakt, moet er meteen een sticker met een datum op. Anders krijgen we de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op ons dak.’

Alles verandert altijd. Maar deze ijsclub gaat niet weg. Die verandert hooguit mee, desnoods zonder ijs. Ze vonden net een nieuwe penningmeester, die is pas achtentwintig jaar oud. Hij bedacht dat ze na corona een triatlon kunnen organiseren.

Henk: ‘Dus dat doen we: terug naar de Waal.’

Jaap: ‘Maar dan zwemmend.’

Meer over