columneva hoeke

Hoe dichter bij 5 december, hoe dichter bij de eigen herinneringen

Eva Hoeke Beeld Aisha Zeijpveld
Eva HoekeBeeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Zondagmiddag, overal prachtig stervende bomen, dus jassen aan, shawls om en fietsen maar, ik met de kinderwagen achter de Dochters aan. We waren de hoek nog niet om of we hoorden feestmuziek. ‘Pieten!’, gilde de oudste (6), die altijd in alles de snelste is. ‘Kijk, daar lopen pieten!’

Ik keek. Even verderop reed de shovel van Niek Konijn stapvoets door de straten, met daarachter een met ballonnen en vlaggetjes versierde oplegger waar werkelijk een klereherrie vanaf kwam, tenminste, in de oren van iedereen die hecht aan ouderwetse sinterklaasliedjes zonder housebeat. Weer daarachter liepen de mensen, vaders en moeders met buggy’s en pakjes appelsap, sommigen net als wij verrast, anderen terdege voorbereid, met als piet verklede kinderen in de ene en lege tassen voor het strooigoed in de andere hand. ‘Mogen we kijken, mama?’, riepen de dochters vol verwachting, en daar gingen ze al, de reuring achterna, die van 6 voorop en die van 4 er uit alle macht op haar zijwieltjes achteraan, een optocht op zich.

Ook dit jaar was de sinterklaasperiode vrolijk verlopen. Ze hadden hun schoen mogen zetten, er was veel gezongen en voor de zekerheid hadden ze duidelijk in de schoorsteen geroepen dat ze rolschaatsen en een babypop wilden.

En wij hadden meegespeeld.

We smokkelden pepernoten naar binnen, voerden discussies over de aanschaf van nóg een babypop, keken bil aan bil naar het Sinterklaasjournaal, luisterden ’s avonds op de rand van het bed naar kleine en grotere zorgen (‘Sint zat helemaal niet op de boot!’) en wanneer we zelf naar bed gingen, legden we de wortels voor Ozosnel terug in de koelkast, geen kind dat er de volgende dag naar kraaide. Dit was de troef van deze periode, die zoete geheimzinnigheid, de knipogen boven hun hoofden, en hoe dichter we bij 5 december kwamen, hoe dichter we bij de eigen herinneringen kwamen. De versierde etalages, de lichtjes in het donker, het plotse bonzen op de deur. Zelfs de onvermijdelijke ontmaskering van de Sint had iets romantisch, want na de schok kwam de inwijding, het mee mogen doen met de groteren, daar had je wel een demasqué voor over. Er was maar één ding waar ik verlegen mee was, en dat waren de publieke vieringen. De Sint op school, de pieten met hun geëxalteerde gedoe, het jolige amateurtoneel van de gezagsdragers, daar kon ik toen al niet tegen. Niet lachen, niet stilletjes genieten, alleen maar verkramping.

En daarom was ik zo ontroerd dat ik hetzelfde nu bij die van 4 zag gebeuren. Daar stond ze dan, haar fiets tussen de benen, te kijken naar wat zich voor onze neuzen afspeelde. En ik zag dat zij het zag, de pieten op Nike Airs, het meezingen van Sin-ter-klaas op de wijs van Gerard Jolings Maak me gek, wij met onze kleine levens eromheen. En toen de stoet verder trok en een piet uitgerekend haar uitkoos om een poosje voort te duwen, zag ik hoe ze verstarde onder zijn handschoenen, haar ogen strak op het stuur, ga weg met je poppenkast, ik hóórde het haar denken, dit heerlijke kind, deze slimkees die de dingen zo feilloos doorziet, nú al.

Dacht ik.

Want eenmaal thuis kwamen de verhalen. Had ik het wel gezien, dat ze was geholpen door een piet, een echte piet? Zij alleen, en niemand anders! Ik keek naar die glunderende snuit, het rood in haar wangen, zo vol ontzag, en realiseerde me dat ze nog gewoon een kind was, een 4-jarig kind, een meisje dat implodeert als ze een piet ziet, of een sint, of zelfs maar pepernoten, dat ze dat ziet en niets anders, alles was nog intact en overweldigend eenvoudig, en het was het beste cadeau dat ik me wensen kon.

Meer over