Columntoine heijmans

Hoe de tolk van Srebrenica kijkt naar het treuzelend evacueren uit Kabul

ijmans Beeld
ijmans

Vergelijken is ingewikkeld, zegt Hasan Nuhanović, daar moet je niet lichtzinnig mee omgaan: wat hem en zijn familie in Srebrenica overkwam is anders dan wat de achtergebleven Afghanen overkomt. Het stroeve, talmende, bureaucratische evacueren van mensen in nood door het Nederlandse kabinet staat op zichzelf, ‘jij kan daar wat van zeggen, ik niet’.

Liever houdt hij vast aan voorbeelden uit zijn strijd tegen het ‘stevig verankerde systeem’ dat zijn leed niet wilde dragen, zoals de dag dat hij in Den Haag een hoge Nederlandse ambtenaar ontmoette die hem niet aankeek, geen hand gaf, niets zei want dat was de ambtenaren opgedragen, ‘verbazingwekkend’.

Hasan Nuhanović bij het gerechtshof, 2014. Beeld ANP
Hasan Nuhanović bij het gerechtshof, 2014.Beeld ANP

Hasan Nuhanović was tolk voor de Nederlandse VN-militairen in Srebrenica, zijn verhaal is bekend: hoe hij overleefde maar zijn moeder, vader en broer niet; hij moest ze zelf vertellen het veilige kamp te verlaten. Hij was 26, ze werden vermoord, met achtduizend anderen. Elf jaar vocht hij bij Nederlandse rechters voor erkenning, dertig keer reisde hij heen en weer, en de overheid vocht terug, onbuigzaam en legalistisch, hem voor de voeten werpend dat zijn verdriet Nederland niet was aan te rekenen, dat was de VN geweest, ‘ik voelde me een vijand van de staat’. Maar hij won en de minister zei sorry.

Zijn oorlog was een etnische, zegt hij, niet te vergelijken met de situatie in Afghanistan. De Afghanen ontvluchten hun land, zij zochten uitgehongerd bescherming in de VN-enclave, die de licht bewapende, van steun verstoken Nederlanders moesten houden tegen de Serviërs. De overeenkomst is: mensen in het levensgevaar.

We bellen, hij woont in Sarajevo. ‘Ik kan vertellen wat ik met mijn eigen ogen zag. Afghanistan zie ik alleen op televisie. Maar ik hoop dat uit mijn ervaringen lessen zijn getrokken, dat mensen worden gered. Het gaat om zelfreflectie.’

En hij vertelt het verhaal opnieuw alsof hij het nooit vertelde.

Afghanen die voor Nederland werkten smeekten om evacuatie van hun familie, meldde Arnout Brouwers gisteren in de krant, maar Nederland wil alleen leden van hun ‘kerngezin’ opvangen, en daar horen broers en zussen niet bij, ook al lopen ze gevaar. De strikte richtlijnen van de immigratiedienst, de politiek en het mensbeeld dat ze vertegenwoordigen, wegen zwaarder.

‘Nederland heeft op dit gebied een slechte reputatie’, merkte het commentaar van de krant op in mei, ruim drie maanden voor de val van Kabul. Niet alleen daar al viel de naam Srebrenica.

Hasan Nuhanović beschreef de geschiedenis in een boek, vorig jaar verschenen in het Nederlands, ‘De tolk van Srebenica’, en dit jaar volgde de film gebaseerd op zijn verhaal, Quo vadis, Aida. Een kwarteeuw later hoort Srebrenica voor altijd bij Nederland. ‘Maar ik heb me al die tijd buitenstaander gevoeld, alsof ik er niet mocht zijn, ook tijdens de rechtszaken. Niemand had het erover, maar ik was altijd bewust dat ze me ook als moslim zagen.’

Jarenlang was zijn leven gepauzeerd, ‘ik weet niet of ik het nu opnieuw zou doen’, maar het overduidelijke onrecht hield hem gaande, en de onversaagde steun en vriendschap van onder meer Dion van den Berg en Mient Jan Faber van PAX, en advocaat Liesbeth Zegveld. ‘Het is dankzij hen dat ik niet mijn geloof ben verloren in de mensheid. Dat is waarom ik niet compleet ben verwoest.’

Nadat hij de zaak had gewonnen was Hasan Nuhanović te gast op het ministerie van Defensie, waar minister Jeanine Hennis sorry zei. Maar niet de landsadvocaat, die naast haar zat, en jarenlang zijn tegenstrever was geweest. Hij bleef het verhaal betwijfelen, zei opnieuw dat het zijn vaders eigen keuze was geweest het kamp te verlaten. Hasans vader mocht blijven van de militairen, zijn broer niet, en zijn vader koos voor zijn kind. ‘Ik vroeg de landsadvocaat of hij vader was, dat was zo, en ik zei: wat had je zelf gedaan? Dat is geen keuze! Ik was echt… na al die jaren. De minister moest interveniëren want we kregen zo hoogoplopend woorden dat ze ons vroeg te stoppen.’

In de rechtszaal, zegt hij, stuitte Hasan Nuhanović vaak op onverstoorbare rechters die hem niet aankeken, tot er één was die dat wel deed, ‘en wat ik zag was empathie, en wat ik dacht was: als ik deze zaak niet win, dan is er in elk geval iemand die naar me heeft gekeken’.

Daar gaat het om, zegt hij, dat verbindt misschien Srebrenica met Afghanistan: het grote belang van eenvoudige medemenselijkheid.

Meer over