columneva hoeke

Hij mocht dan een junk wezen, maar hij had wat

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Bericht op mijn telefoon: Jorrie was dood.

Jorrie de buurtjunk, ook wel Joerie genoemd, of Jordano, voluit Giordano Cristofoli, god ja, die was er ook nog, of eigenlijk dus niet meer. In gedachten keerde ik terug naar Betondorp, de Amsterdamse volkswijk waar we woonden toen we nog geen kinderen hadden, toen we zelf nog weleens laveloos waren. Jorrie was er een vaste waarde, en als we hem niet met zijn kenmerkende hoed en lange leren jas tegenkwamen op straat, dan wel aan de bar van café De Avonden, waar hij avond aan avond de sterkste verhalen ophing. Een armoedige jeugd in de Jordaan, een afwezige Italiaanse vader, een dronken moeder, de woelige jaren tachtig, geen woning geen kroning, kraak en inbraak, knokken en stelen, vrouwen en kinderen, drank en drugs, op de vulkaan dansen en er geregeld zelf in lazeren en nog honderd lachwekkende clichés, het bleek allemaal te passen in één leven en hoe hij het vertelde klonk het nog leuk ook. Maar nu was hij dus overleden, 58 jaar oud en helemaal op, in zijn slaap nog wel, de mazzelkont. Op maandag was de uitvaart, ik moest maar zien of ik het zou redden.

De bel luidde al toen ik aankwam op de Rooms Katholieke Begraafplaats St. Barbara. De zon scheen, een koude wind blies over de graven. Een klein groepje mensen hield zich op bij de kapel. ‘Ik kom voor Jorrie?’, zei ik aarzelend tegen een vrouw in een Guns N’ Roses-hoodie en een plastic Dirk-tas aan haar voeten. ‘Je bedoelt Rood?’ Ze wees naar een zwartglanzende auto die stapvoets kwam aanrijden. ‘Daar komt-ie net aan.’

Even later werd de kist op Iggy Pops Lust for life de kapel in gedragen.

Wij, zijn coterie, erachteraan.

Ik telde vijftien mensen, waarvan twaalf vrouwen. Het verbaasde me niet. Hij mocht dan een junk wezen, en hij was al geen schoonheid met zijn spierwitte huid en rossige kop, maar hij had wat, een verwilderde hond die hunkert naar een aai over zijn bol, zoiets, er was een lichte schok door me heen gegaan toen ik het op een avond aan de bar ineens had gezien. Ik denk dat we alle vijftien nog geld van hem kregen.

Iemand van het Drugspastoraat nam het woord. Er werd een beeld geschetst van een gehavend mens, intelligent en manipulatief, maar ook geestig en behulpzaam, iemand wiens herinneringen zijn houding bepaalden. Ontroerend om de pastor de tatoeages op Jorries knokkels – aan de ene hand fuck en de andere off – een ‘duidelijk statement’ te horen noemen.

Toen een hulpverleenster van Discus HVO-Querido, de organisatie die hem na al die jaren op straat aan een vaste woonplek had geholpen. Ja, natuurlijk hadden ze wat met hem te stellen gehad. Jorrie reed ‘per ongeluk’ met zijn scootmobiel tegen politieauto’s aan, of joeg mensen in wachtkamers de stuipen op het lijf met zijn aangedikte verhalen. En toch. Ze herinnerde zich hoe hij zijn zoon David ging opzoeken in Groningen. In zijn netste kleding, geld mee voor een cadeau. Maar hij kwam nooit aan. Zij: ‘Hij wilde wel, maar het lukte niet.’ Het was geen excuus, geen vergoelijking, dit waren de grillen van een cliënt die zelf niets aangereikt had gekregen in zijn leven. Ik keek naar David op rij drie, een vriendelijk joch op gympen, en meende te zien dat hij het begreep. Jorries grootste angst, besloot de hulpverleenster, was alleen te sterven.

Uiteindelijk overleed Jorrie ‘Jordano’ Cristofoli op 31 januari na 58 tropenjaren in zijn eigen bed, tussen zijn eigen spullen, in het enige thuis dat hij ooit had gekend.

En verdomd als het niet waar is, hij was niet alleen.

Meer over