CommentaarPieter Klok

Het zou beter zijn als zonnepanelen zoveel mogelijk op daken komen waar de verstoring het kleinst is

null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ook nadat er regionaal voor draagvlak is gezorgd, is centrale regie nodig om alle plannen aan elkaar te knopen.

Nederland presteert op het gebied van duurzame energie beduidend slechter dan omringende landen, bleek deze week uit een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Landen als Duitsland en Denemarken verlaagden hun uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 twee keer zo veel.

Het in 2013 gesloten Energieakkoord moet daar verandering in aanbrengen. In 2030 moeten wind en zon op land 35 terawattuur opwekken. Donderdag presenteerden de energieregio’s hun plannen hiervoor. Vooral dankzij de noordelijke provincies, Flevoland en Zeeland kan er in 2030 ruim 54,9 terawattuur aan duurzame energie worden geoogst.

De grote vraag is of al die plannen ook gerealiseerd zullen worden. Tot nu toe is de energietransitie een geschiedenis van vallen en opstaan. Technieken die aanvankelijk veelbelovend leken, zoals biomassa, zijn inmiddels uit de gratie.

De weerstand tegen windmolens op land neemt ook snel toe. Tegenstanders kregen deze week een steun in de rug van de Raad van State die oordeelde dat de overheid de milieueffecten van windmolens preciezer in kaart moet brengen. Sommige windmolenplannen zijn reeds afgeblazen. Ter compensatie zetten de energieregio’s in op zon. De komende jaren zullen vele nieuwe zonneweiden worden aangelegd.

Het gevaar dreigt dat zonnepanelen de komende jaren op evenveel protest kunnen rekenen. De inbreuk op het landschap is groot. Om een standaardwindmolen van 3 megawatt te vervangen, zijn twintig voetbalvelden met zonnepanelen nodig.

Belangrijk voordeel is dat de overlast zich beperkt tot de direct omwonenden. Windmolens zijn tot in de verre omtrek zichtbaar, zonnepanelen niet. Toch zou het beter zijn als de zonnepanelen zoveel mogelijk op plekken komen waar de verstoring van het landschap het kleinst is: op daken van scholen, kantoren, fabrieken en distributiecentra.

Zonne-energie heeft nog een nadeel: het aanbod is nog grilliger dan bij windenergie. In de zomer wordt veel meer energie opgewekt dan in de winter. De grote vraag is hoe al die energie op het juiste moment bij de gebruiker terechtkomt. Daarvoor is een ingewikkelde infrastructuur nodig met vele kabels en opslagmogelijkheden.

Voor het draagvlak is het mooi dat de Rijksoverheid de energietransitie in handen legt van de regio’s, maar uiteindelijk is centrale regie nodig om al die plannen aan elkaar te knopen, en ervoor te zorgen dat alle opgewekte energie een goede bestemming vindt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.