Columnmartin sommer

Het wordt tijd voor deskundige ministers, vindt Tjeenk Willink

null Beeld

Gelukkig hebben we het debat over het sensibiliseren achter ons gelaten. Ook in de Kamer is het besef ingedaald dat bestuurlijke vernieuwing meer is dan de openbaarmaking van kabinetsnotulen. Zo schrijft informateur Tjeenk Willink in zijn eindverslag, dat vrijdag werd gepresenteerd, over de vereisten van een beknopt regeerakkoord. Als niet alles van a tot z vastligt, schrijft hij, stelt dat hoge eisen aan de deskundigheid van ministers. Zij zullen meer op hun eigen oordeel moeten afgaan en minder steunen op invloed van externe deskundigen, beroepsgroepen, lobbyisten en consultants, aldus Tjeenk.

Hoe dat nu nog werkt, kunnen we deze weken zelf zien. Eerder schreef ik over Pieter Duisenberg, baas van de universiteitskoepel VSNU, die ik in de buurt van het Binnenhof af en toe tegenkom. Altijd druk aan het bellen, want dat is zijn werk. De universiteiten hebben organisatiebureau PriceWaterhouseCoopers laten rapporteren dat ze een miljard tekort komen.

Per student is er steeds minder geld beschikbaar, klagen de academies. Ze zeggen er niet bij dat Nederland intussen honderdduizend buitenlandse studenten telt, een direct gevolg van het feit dat hier uitsluitend in het Engels wordt gedoceerd. In geen enkel ander land is zo’n knieval voor de globalisering gemaakt, zonder dat daaraan een politiek besluit ten grondslag lag. Zo stellen de universiteiten hun eigenbelang voor als het algemeen belang – boter bij de vis graag. Tot dusver ontbrak het aan een minister die mans genoeg was om hierover een stevig oordeel te vellen.

Drie kabinetten-Rutte sloten elf akkoorden, waaronder een sportakkoord, een preventieakkoord, een zorgakkoord, een energieakkoord, een klimaatakkoord. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Drie kabinetten-Rutte sloten elf akkoorden, waaronder een sportakkoord, een preventieakkoord, een zorgakkoord, een energieakkoord, een klimaatakkoord.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Onder premier Rutte werd het bestuur gedomineerd door lobby’s en beroepsgroepen. Omdat de meerderheden steeds schamel waren, werd ook steun gezocht voorbij de Hofvijver. ‘Draagvlak in de samenleving’ bestond in de praktijk uit akkoorden met deelbelangen. Drie kabinetten Rutte sloten elf akkoorden, waaronder een sportakkoord, een preventieakkoord, een zorgakkoord, een energieakkoord, een klimaatakkoord. Het klimaatakkoord bijvoorbeeld was een uitruil tussen het bedrijfsleven en het groene actiewezen. Dat laatste kreeg de belofte van een drastische CO2-verlaging, te realiseren door het bedrijfsleven. Subsidie kregen ze van u en mij via een opslag op de gas- en lichtrekening die niet is terug te vinden in de Rijksbegroting. Iedereen blij, behalve de burgerij. De bijsluiter luidde bij al die akkoorden: als ze beginnen over draagvlak in de samenleving, boer pas op je kippen.

Een van de urgente kwesties voor het nieuwe kabinet, ook genoemd door Tjeenk Willink, is het uit de hand gelopen flexwerk. Geen land met zoveel detachering, payrollers, nulurencontracten en zzp’ers. Flexers worden vaak schamel betaald, hebben geen pensioen of sociale bescherming. Ik sprak oud-topambtenaar Hans Borstlap erover, die vorig jaar een alarmerend rapport schreef dat voor deze formatie op de rol staat. Hij spreekt onomwonden van ‘een nieuwe sociale kwestie’.

Oud-topambtenaar Hans Borstlap spreekt, als het om flexwerk gaat, onomwonden van ‘een nieuwe sociale kwestie’.

 Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Oud-topambtenaar Hans Borstlap spreekt, als het om flexwerk gaat, onomwonden van ‘een nieuwe sociale kwestie’.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De achtergrond hiervan is kortweg dat de politiek het heeft overgelaten aan de samenleving. Een kwart eeuw geleden wilde toenmalig PvdA-minister Ad Melkert van Sociale Zaken de groei van flexwerk aan banden leggen. Werknemers met een vaste baan moesten wat bescherming inleveren, flexwerkers kregen in ruil meer zekerheid. De coalitiepartijen VVD en D66 wilden er niet aan, waarna de polderpartners hun kans grepen.

Aan de Haarlemse keukentafel van vakbondsleider Lodewijk de Waal sloten FNV en VNO-NCW een razendsnelle deal; als advocaat van de werkgevers fungeerde een zekere Ferd Grapperhaus. De FNV mocht een muur optrekken rondom het vaste contract, het bedrijfsleven kreeg de vrije hand in flexcontracten voor degenen die geen vaste aanstelling hadden. Toen al was het commentaar dat de FNV de werkgevers een groot cadeau had gegeven. Anno 2021 zit een fors deel van de jonge werkenden met de brokken, van laagbetaalde, onzekere banen zonder perspectief. Voor hen geldt nog altijd de regel die al die akkoorden zo twijfelachtig maakt: wie niet aan tafel zit, staat op het menu.

In de veronderstelling dat er ooit een nieuw kabinet zal komen, drommen deze weken de lobby’s samen voor de deur van de informateur. De vakbeweging en de werkgevers hebben elkaar wederom gevonden, allebei met een kakelverse voorzitter. Tuur Elzinga (FNV) en Ingrid Thijssen (VNO-NCW) vinden dat er onverwijld een corona-herstelplan moet komen voor de economie. Het moet tweeënhalf jaar gelden en kan ook niet wachten op dat nieuwe kabinet.

Tuur Elzinga (FNV) en Ingrid Thijssen (VNO-NCW) vinden dat er onverwijld een corona-herstelplan moet komen voor de economie. Beeld Jiri Büller
Tuur Elzinga (FNV) en Ingrid Thijssen (VNO-NCW) vinden dat er onverwijld een corona-herstelplan moet komen voor de economie.Beeld Jiri Büller

In de meeste verkiezingsprogramma’s staat dat het bedrijfsleven extra belast gaat worden, aangezien er de laatste jaren flink is verdiend. Die verhoging gaat in het herstelplan niet door. In ruil daarvoor vraagt de FNV dat oudere werknemers eerder met pensioen kunnen, in de hoop dat bedrijven jongeren in dienst houden of nemen. Het is een plan met de geur van oude sokken; ooit werd de vut afgeschaft als een dure pensioenregeling op kosten van de jonge generaties. Sedertdien is de vergrijzing en dus de noodzaak van langer doorwerken alleen maar toegenomen.

De bekostiging van dit alles is geen probleem, volgens de sociale partners, aangezien ‘Nederland met zijn staatsschuld nog altijd in de veilige regionen zit’. Vrij vertaald is dat een sigaar uit andermans doos. Liever dan mijn centen te zetten op deze zelfbenoemde vertegenwoordigers van het algemeen belang, herinner ik aan het gezegde van de grote socioloog J.A.A. van Doorn. De verzuiling waar hij het over had is ter ziele, de praktijk is springlevend: ‘Baas in eigen huis, en het huis ten laste van de gemeenschap.’

Meer over