gastcolumn

Het woordje ‘avondklok’ maakte bij mij een tijdje allerlei oorlogsfantasieën los

De nare associaties met de avondklok brengen spannende jeugdherinneringen boven bij gastcolumnist en schrijver Liesje Schreuders.

Een eenzame fietser.  Beeld Harry Cock
Een eenzame fietser.Beeld Harry Cock

Inmiddels moet ik niet meer steeds als ik het woord ‘avondklok’ hoor aan de oorlog denken. Het duurde even voor ik de associatie met ‘verduistering’, ‘hongerwinter’ en ‘verzet’ uit mijn hoofd had. Geen idee of andere mensen dat ook hadden, ik denk dat ik altijd al geobsedeerd ben geweest door de oorlog. Niet permanent natuurlijk, maar een periodieke obsessie, zou dat bestaan?

Zo had ik als kind een hekel aan lange stukken door de polder fietsen, behalve als ik er een oorlogsfantasie op los liet. Oorlogsfantasieën zijn gevaarlijk, je moet je er eigenlijk dood voor schamen, maar destijds hielpen ze mij, de koerierster op haar geheime missie, door wind en regen, de houten wielen van mijn zware omafiets ratelend over de keien.

Duitse legerwagens

Achter de volgende bocht kon een patrouille zitten van Duitse legerwagens met machinegeweren: ze zullen me dwingen af te stappen en om mijn persoonsbewijs vragen. Ik zal mijn gezicht in de plooi houden. Nooit zal ik iets laten merken, al klopt het hart me nog zo in de keel, al bal ik mijn vuisten in de zakken van mijn langpandige regenjas, mijn nagels in mijn vlees gedrukt tot er bloed komt.

De onderdrukte haat en woede jegens de bezetter was groot, in die tijd.

‘Waar gaat u heen?’ Vorsend, de helm diep over hun ogen, zie ik hun blikken over het persoonsbewijs gaan, weer terug naar mij, flitsend: ‘Weet u niet dat het al lang voorbij spertijd is?’

Ik zou doen alsof ik het niet begreep, want ik sprak geen Duits, alleen Engels.

Gehen sie fort.

En maar trappen, doortrappen, dóór, dóór, tot ik uitgeput bij de schuilplaats kwam van onze aanvoerder – Henk-Jan de Geus: een knappe, wat ouwelijke jongen met donker, kortgeknipt haar en kortgeknipte, roze, ronde nagels – die me met ingehouden vreugde zou ontvangen, koffie schenken (surrogaat, maar we hebben nu eenmaal niets anders), daarna met verbeten pas door de te kleine ruimte benen (een stal? een woonboot? een hol onder de grond?), waar hij zich verveelde omdat hij wel kon denken, denken tot hij er gek van werd, maar doen – niets – en hij wilde wat doen!

Die vervloekte oorlog ook!

‘Mijn god, wat moeten we, wat moeten we, Mies? Wanneer gaat deze ellende ooit voorbij?’

(‘Mies?’ ‘Je schuilnaam.’ ‘O ja.’)

Eens gaat deze oorlog voorbij, Henk-Willem. Eens kunnen we weer vrij zijn, zoals vroeger, op het schoolplein.’

‘Maar voor velen zal het dan te laat zijn, Mies.’

‘Zeg maar Truus.’

‘Voor velen zal het dan te laat zijn, Truus.’

‘Ook ome Koos hebben ze verraden, Henk.’

‘Is Koos gepakt? Godverdomme!’

‘Je mag niet vloeken, Jelle.’

‘(Denis.) Nee, je mag niet vloeken, maar godverdomme….’

Denis, Denis… Avec tes yeux si bleus.

‘Houd moed, Mies. Berlijn kan elk moment vallen.’

‘We zien elkaar weer na de bevrijding, Jelle.’

‘God weet wanneer dat zal zijn.’

‘5 mei 1945.’

David Hasselhoff

De mannelijke figuur in mijn cheesy oorlogsfantasie was altijd een kruising tussen de jongen waar ik op dat moment verliefd op was en David Hasselhoff, de Amerikaanse acteur. David Hasselhoff was mijn eerste grote liefde.

Maar nee, eigenlijk was mijn eerste grote liefde Michael Knight, het personage van David Hasselhoff in de serie Knight Rider. Of beiden; ik was 4 en nog niet in staat om acteur en personage te onderscheiden.

Ik herinner me trouwens helemaal niets van die serie, behalve het gezicht van David Hasselhoff en dat van zijn tegenspeelster, de pratende auto Kitt, die ik graag had willen zijn. Ik keek de serie in het huis van mijn vader op zijn zwart-wittelevisie. En op een dag had ik de onbedwingbare behoefte mijn liefde aan iemand op te biechten, dus ging ik naar mijn vader die aan tafel de krant zat te lezen. Ik klom op zijn schoot en fluisterde in zijn oor: ‘Ik ben verliefd op Michael Knight.’ Hij had geen idee waar ik het over had. Ik herinner me ten minste zijn gezichtsuitdrukking (‘Huh?’), als van iemand die zich afvraagt of de woorden die hij hoort echt zijn, of de echo van een droom.

Verzetsheldin

In mijn verdere leven ben ik nooit meer verliefd geweest op een personage/acteur, behalve misschien op Tom Hulce uit Amadeus. Maar ik heb wel altijd geprobeerd de verzetsheldin met de pratende auto Kit te verzoenen.

‘Hi Michael.’

‘Hey Kitt. Is het gelukt met de wapens?’

‘Ze zitten in mijn kofferbak, Jelle. Je hoeft mijn glimmende rode achterklep maar te openen en daar zitten ze.’

‘Geen controle langs de met iepen omzoomde polderweg?’

‘Platanen, Michael.’

‘Ik word gek van het nietsdoen, Kitt.’

‘Stap maar in mij in (mij in mij), dan zoeven we zo naar Berlijn.’

‘Is de muur dan al gevallen? Van welk jaar is deze fantasie, Mies?’

‘Hm, je hebt gelijk. Het is 1985, hooguit.’ Pas in 1990 kocht mijn vader een kleurentelevisie.

‘Hoe weet je dan dat je zo’n mooie rode achterklep hebt?’

‘Van binnen ben ik pas echt mooi, Denis.’

‘Hier klopt iets niets...’

Ontsnapping

Maar voordat de ondergedoken geliefde zich argwanend in mijn gemsbruinleren binnenste kan begeven om mijn wonderlijke functies te bedienen (aflevering ‘ontsnapping uit de bezettingstijd’, nodig ook, want ik kon niet verzinnen hoe ons verzetswerk anders moest eindigen), arriveerde ik met mijn fiets op de plaats van bestemming, ponthaven ‘t Horntje, of het dorp Putten aan het eind van een gevaarlijke provinciale weg, waarlangs ik eens een puntgaaf lijkje van een rood katertje heb gevonden.

‘Waar bleef je nou?’ Daar staan mijn ouders met hun fiets aan de hand, zij aan zij het opgeluchte heden te representeren.

Of lieg ik, en is het heden verontrust?

Avondklok, avondklok. Het zoemt maar door mijn hoofd. ‘Niet vergeten: avondklok.’

Liesje Schreuders is schrijver. Ze is in maart gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Liesje Schreuders. Beeld rv
Liesje Schreuders.Beeld rv
Meer over