ColumnPaul Onkenhout

Het wereldkampioenschap is niet van Qatar, maar van het westerse grootkapitaal

null Beeld

Bij de protestbeweging tegen het wereldkampioenschap voetbal in Qatar, een steenrijk landje in het Midden-Oosten dat het toernooi dankzij grootschalige corruptie mag organiseren en de slavernij naar de eenentwintigste eeuw heeft gebracht, sloot deze week ook Freek de Jonge zich aan. De cabaretier die samen met Bram Vermeulen in 1978 de prijzenswaardige actie Bloed aan de Paal tegen het WK in Argentinië ontketende, startte een petitie tegen het toernooi in 2022.

Vrijdagmiddag, drie dagen na het begin, hadden 1408 mensen de petitie ondertekend. Dat is heel wat meer bijval dan een andere oproep op petities.com ten deel viel, ‘Wij geloven in de onschuld van Willem Frederik Holleeder; Free Holleeder!’ bijvoorbeeld kreeg maar zes steunbetuigingen, maar vooralsnog loopt het geen storm.

Het nieuws in The Guardian dat in Qatar sinds 2010 bij bouwprojecten minstens 6500 arbeiders zijn omgekomen, stimuleerde niet alleen De Jonge tot het beklimmen van de barricaden. Het bekende script (nieuwsfeit, ophef in de media, politici die roepen dat het een schande is) kwam op tafel. De politici waren deze keer Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en Sigrid Kaag van D66.

Segers zei dat zijn hart was gebroken en dat we straks dansen op de graven van 6500 mensen. In de Tweede Kamer werd een motie aangenomen van Sadet Karabulut (SP) om geen afvaardiging van de regering naar het WK te sturen. Ze vatte het opgetogen samen als een ‘politieke boycot’.

De protesten komen rijkelijk laat. Qatar kocht het WK al in 2010. Sindsdien werd door Human Rights Watch en Amnesty International het ene na het andere rapport over misstanden gepubliceerd. Op een paar columnisten en journalisten na zei niemand er iets over.

Freek de Jonge richtte zijn pijlen op de KNVB. ‘Het is onmogelijk om eervol kampioen te worden in Qatar 2022’, zette hij boven zijn petitie. Het getuigde van chauvinisme en een groot vertrouwen bovendien, want de kans op een wereldtitel van Oranje is niet groot, sterker nog, de ploeg heeft zich nog niet eens voor de eindronde gepláátst.

Een van de stellingen van De Jonge is dat de KNVB doelbewust wegkijkt van de ‘mensonterende wijze’ waarop de stadions tot stand zijn gekomen. ‘Het is ethisch en moreel onverantwoord om in 2022 in Qatar om de wereldtitel te gaan voetballen gezien de voorbeeldfunctie van de sport en de spelers.’

Bij mij riep dat de vraag op waarom De Jonge niet de beuk erin gooide toen zijn club Ajax vorig jaar een trainingskamp belegde in Qatar, omdat het daar in de winter zulk lekker weer is en de velden er zo mooi bij liggen. Met het eerste deel van zijn stelling ben ik het volkomen eens, een WK in Qatar is moreel onverantwoord en weerzinwekkend, maar bij het tweede deel heb ik mijn bedenkingen.

Achter een WK gaat een wereld schuil die zelden wordt beschreven; een wereld van investeerders, buitenlandse bedrijven en profiteurs. Het WK is niet van Qatar, maar van het westerse grootkapitaal.

Om de banden te zien hoef je alleen de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland aan te klikken. De kop zegt genoeg: Zakelijke kansen in Qatar. Die zijn er volop, zo blijkt, en er wordt gulzig verwezen naar het WK: ‘Kansen voor bedrijven liggen er vooral bij de aanbestedingen bij onderaannemers voor de grote stadions (seating, sportvelden, veiligheid) en ondersteunende diensten (marketing, management, IT, hospitality).’

Voetbal is slechts een onderdeel van een WK. Een WK is een economisch verdienmodel en Qatar is een geliefde handelspartner met volop zakelijke kansen. Een pleidooi voor een boycot van het toernooi is een probaat middel om het eigen geweten te sussen, maar het is te makkelijk om de KNVB en Oranje als mikpunt te kiezen. Zij zijn de tegenstander niet, die houdt zich elders schuil.

Meer over