OpinieToekomstvoorspellingen

Het voorspellen van de Derde Wereldoorlog: glazen bol of échte wetenschap?

Wetenschappers bediscussiëren de vraag hoe verantwoord hun collega Ingo Piepers de toekomst voorspelt.

Een demonstrant bij de eerste campagnebijeenkomst van president Donald Trump in Ohio. Beeld AFP

De moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani vormde het begin van een nieuw, wereldwijd conflict. Dat stelde de oud-officier Ingo Piepers afgelopen zaterdag in een interview in de Volkskrant. Piepers promoveerde eerder op een onderzoek naar patronen en wetmatigheden in wereldconflicten van de afgelopen vijfhonderd jaar. De afgelopen jaren werkte hij zijn berekeningen verder uit in twee boeken. Zijn conclusie: in 2020 breekt de Derde Wereldoorlog uit.

Het interview maakte veel reacties los. ‘Astro TV is gestopt, maar gelukkig hebben we de glazen bol van Ingo Piepers nog’, schreef Sheila Sitalsing in haar column. Ze zette vraagtekens bij het wetenschappelijke gehalte van ‘toekomstkijker’ Piepers. Ook ingezonden lezersreacties stelden de vraag: is dit wel wetenschap? Kun je natuurwetenschappelijke theorieën loslaten op de wereldgeschiedenis, en op basis daarvan toekomstvoorspellingen doen?

Volgens militair historicus Christ Klep ligt dat in academische zin inderdaad problematisch. De geschiedenis immers is juist context gebonden. ‘Dat negeert Piepers. Je moet je afvragen of je historische conflicten systematisch kunt vergelijken. Dynamiek verandert in de loop der eeuwen. Een conflict in de 18de eeuw bevindt zich in een andere context dan in de huidige tijd, waarin atoomwapens grote invloed hebben op de besluitvorming.’

‘Ongelooflijke complexiteit’

Klep had moeite het proefschrift van Piepers helemaal door te werken. ‘Het is van een ongelooflijke complexiteit’, zegt hij. ‘Het is zó breed. Piepers gooit zóveel op een hoop. Ik denk dat geen enkele historicus die dit gelezen heeft de wil of zin heeft gehad om dit helemaal te begrijpen. De theorie is daarom wetenschappelijk ook amper te weerleggen. Je kunt er haast geen weerwoord op schrijven.’ Een korte stilte. ‘Of hij is van een ongekende genialiteit. Dat kan. Het is gewoon onmogelijk te beoordelen.’

Toch is Piepers er op gepromoveerd. Dat gebeurde in 2006 aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, onder supervisie van politicoloog en PvdA-ideoloog Bart Tromp. Piepers klopte aan met een zeer ongebruikelijke benadering op de bestudering van de wereldgeschiedenis. Hij paste theorieën toe uit de zogeheten complexiteitswetenschappen: een – in Piepers woorden – ‘nieuwe wetenschappelijke discipline die gericht is op de identificatie en de verklaring van patroonvorming in complexe systemen’.

Dat sprak de in 2007 overleden Tromp aan. Hij was geïnteresseerd in het toepassen van overkoepelende theorieën in de sociale wetenschappen – zoals die van de historicus Immanuel Wallerstein, die in de tweede helft van de 20ste eeuw werkte aan zijn beroemde wereld-systeemtheorie. Jouke de Vries, voorzitter van het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen en oud-hoogleraar Bestuurskunde, kan het zich goed herinneren. Tromp vroeg hem als co-promotor van het onderzoek. Ook hij was onder de indruk. ‘Piepers is een goede, creatieve wetenschapper. Hij beheerst zowel de natuurkundige als de politicologische benadering’.

Nieuwe invalshoeken

Het waren jaren waarin De Vries zelf ook met nieuwe invalshoeken bezig was, waaronder die van de complexiteitswetenschappen. In het Santa Fe-instituut in New Mexico kwamen wetenschappers uit verschillende disciplines samen om te onderzoeken of er structuur aan te brengen was in de chaos van het bestaan. De Vries besteedde een zomervakantie in Frankrijk aan het lezen van vuistdikke boeken over die theorieën. ‘Dat was even mode onder politicologen en economen, hoewel er ook mensen huiverig voor zijn geweest.’

Tijdens het promotietraject was er wel voortdurend discussie over de vraag of de theorieën van Piepers toepasbaar waren op de wereldgeschiedenis, zegt De Vries. Dit is een klassiek debat in de academische wereld, waar nog altijd geen consensus over is. ‘In tegenstelling tot de natuurkunde kun je in de sociale wetenschappen geen experimenten uitvoeren. Er zijn simpelweg te veel variabelen.’

Toch ging de promotie door. Er werd een natuurwetenschappelijke commissie aangesteld om de theorieën te beoordelen. Een van die commissieleden was Anne Kox, theoretisch natuurkundige en emeritus hoogleraar geschiedenis van de natuurkunde aan de UvA. ‘Het was een vernieuwend proefschrift’, zegt Kox. Ingewikkeld, dat wel. Zó ingewikkeld, dat hij begrijpt dat historici er waarschijnlijk niet veel mee kunnen. Maar het voldeed volgens hem zeker aan de wetenschappelijke normen. ‘Je mag best op verschillende manieren naar een verschijnsel kijken en daar conclusies aan verbinden.’

Kox was alleen wel verbaasd over de stellige aannames waarmee Piepers afgelopen zaterdag de Derde Wereldoorlog aankondigde. In het proefschrift zaten die voorspellingen niet. ‘Daarmee doe je wel een hele grote stap verder’, aldus Kox. ‘Ik moet zijn laatste twee boeken nog lezen. Ik ben benieuwd hoe hij gebruik maakt van de thermodynamica in zijn berekeningen. Het intrigeert mij. Ik wil er meer van weten.’

Meer over