ColumnAaf Brandt Corstius

Het voordeel van niet kunnen schaatsen: iedereen is verder aan het schaatsen

null Beeld

Het waren zware dagen voor de mens die niet kan schaatsen, al wist die mens zichzelf heus wel wijs te maken dat het vast ook heel koud zou zijn op die slootjes en meren, dat je je auto misschien überhaupt niet kwijt kon bij zo’n schaatsgebied, dat je ook heel naar kon vallen, dat de kinderen vast gingen zeuren op het ijs en dat zo’n schaats misschien een beetje knelde. ‘Ik vind schaatsen ook een beetje humorloos’, zei ik tegen mijn man, in de hoop dat dat het goedmaakte dat ik niet kon schaatsen.

Maar goed, als je langs De IJzeren Man wandelde, een prachtig meer in Brabant, zoals ik, en geheel Brabant voorbij zag en vooral hoorde schaatsen, dan kon je je niet geheel aan de indruk onttrekken dat je iets miste.

Het voordeel van niet kunnen schaatsen: iedereen is verder aan het schaatsen. De dag na Brabant ging ik naar een ander natuurgebied, de Hoge Veluwe, misschien hebt u er weleens van gehoord, en daar was helemaal niemand. Er was alleen maar heel veel sneeuw en schoonheid. Het was alsof ik een helikopter had genomen, me in het onbewoondste gebied van Noorwegen naar buiten had laten gooien en nu liep te knerpen dat het een lieve lust was. Ja, er waren zes hertjes, maar die neem je op de koop toe. 11 kilometer lang stootte ik alleen maar de zin ‘Dit is zo mooi’ uit.

En zo was het voor ons ook een dag met een gouden randje. Want zaterdag, en ook zondag, waren dus dagen met een gouden randje. Dat liet iedereen weten op zijn sociale media. Een bewogen foto van twee kinderen en een sleetje op het ijs. ‘Het was een dag met een gouden randje.’ Een filmpje dat de ene helft van een stel – hoe doen die mensen dat? – meeschaatsend had gemaakt terwijl de andere helft langsflitste over het ijs. ‘Een dag met een gouden randje.’ De een had nog meer een dag met een gouden randje dan de ander. Het randje werd alsmaar goudener en goudener. En ik, in mijn Noorse landschap, had dat ook.

Aan het eind van het weekend zocht ik een vijver in de buurt op waar mensen schaatsten. In het midden zat een oude man op een klapstoel. Eerst dacht ik dat hij zichzelf had aangewezen als een soort toezichthouder, maar na een tijdje stond hij op, pakte de klapstoel, schaatste een paar slagen en ging toen weer zitten. Dat herhaalde hij om de paar minuten, en zo had hij toch een heel leuke dag. Dit moest ik onthouden voor als het over tien jaar weer zou vriezen.

Meer over