tv-recensieemma curvers

Het vliegtuig zonder ramen benam me alle reislust, maar misschien is dat de bedoeling

null Beeld

Ideeën om duurzamer te vliegen zijn er wel, of er tijdig in wordt geïnvesteerd is een tweede.

Nu wordt het menens, dacht ik, toen ik gister in de krant zag staan: veel Nederlanders zouden positief staan tegenover een persoonlijk CO2-budget. Ai. Ik neem zoet mijn eco-tasje mee naar de super, waar ik het korte bonnetje laat printen bij de zelfscankassa (geen dank, moeder Aarde), maar intussen ben ik vrij onverstoord doorgevlogen, behalve toen ik thuis aangelijnd zat aan de radiator in lockdown. Ik bladerde door foto’s van verre reizen, een piepklein viooltje klonk in gedachten, en ik schakelde naar wetenschapsprogramma De kennis van nu: het Nieuwe Vliegen.

Waren er misschien technologische oplossingen voorhanden waardoor ik zonder klimaatschuld naar Seoul zou kunnen vliegen? Nou, die waren er wel, of er tijdig in wordt geïnvesteerd is een tweede. Over dertig jaar mag de Nederlandse luchtvaart geen broeikasgassen meer uitstoten. Géén? Nul? Géén, ja. Ik zag voxpops van mensen op het vliegveld die zo dadelijk gingen vliegen, die ook vonden dat er minder gevlogen moest worden.

Gelukkig, daar waren lui van de TU Delft met iets vernuftigs. Een tof V-vormig vliegtuig zonder romp, verbruikt 20 procent minder energie. De miniatuurversie was al getest, het vloog, maar wil ook iemand het bouwen? Tsja, zei luchtvaartdeskundige Joris Melkert, ‘heeft iemand het lef om zo’n stap te zetten?’ Het antwoord leek al in vliegtuigstrepen in de lucht te hangen. Daarnaast, zei expert duurzame luchtvaart Paul Peeters, had dit geweldige ding wél een gewone straalmotor, ‘en daar willen we juist van af.’ Er kwam nog een ander, doodeng vliegtuigontwerp zonder ramen langs, dat me in elk geval alle reislust benam. Misschien was dat de bedoeling, niet vliegen is natuurlijk het klimaatvriendelijkst.

Roelof Vos van de TU Delft met de Flying V. Beeld NTR
Roelof Vos van de TU Delft met de Flying V.Beeld NTR

Schonere brandstof dan, misschien? Vliegen op waterstof kon, hoorde ik, maar er waren nog jaren nodig om dat voor grotere kisten geschikt te maken – dat zou pas in de tweede helft van deze eeuw zoden aan de dijk zetten, zei Peeters. Dan was er nog biofuel, waar KLM al in 2011 een commerciële vlucht mee hield, maar waar nu pas vraag naar ontstaat. Een chemisch technoloog wees naar een braakliggend gebied: ‘De fabriek staat gepland om te bouwen in 2024, de bouwtijd kost twee jaar.’ Daarnaast was er geen eeuwige bron van frituurolie om biofuel van te maken, zei Melkert, ‘daar eten we te weinig patat voor’.

Er was ook nog een optimistische man te zien – die moet je er ook bij hebben – die meende dat het ging lukken, elektrisch vliegen in de commerciële luchtvaart. ‘Een kansloze optie voor de luchtvaart’, reageerde Melkert, ‘de accu’s zijn gewoon te zwaar.’

‘Niet iedereen heeft er belang bij’, zei Peeters over al die technologische vernieuwingen. Vliegtuigbouwers die veel in hun vliegtuigen hadden geïnvesteerd, stonden niet te springen om ze te vervangen. Dus eerst, voorspelde hij, zouden we andere brandstoffen gaan gebruiken en dan zouden de prijzen stijgen. Wie gaat het betalen? ‘Uiteindelijk de reiziger.’

In een van de plichtmatige voxpopjes zagen we nog een oudere man, die zei dat het op Ameland heus óók leuk vakantie vieren was. Die is zeker al overal geweest, foeterde ik.