Opinie4 en 5 Mei

Het verhaal van mijn oudoom, gestorven om een liedje, bewijst hoe zuinig we op vrijheid moeten zijn

Het lot van zijn oudoom tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Christian Louwe Zeeman nog eens het belang van vrijheid duidelijk, en wat nodig is om deze te behouden.

Demonstranten betogen in Istanbul in de kleuren van de vlag van Oost-Turkestan, die door de Oeigoeren in China wordt gebruikt. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Demonstranten betogen in Istanbul in de kleuren van de vlag van Oost-Turkestan, die door de Oeigoeren in China wordt gebruikt.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Louwe had een liedje gezongen met de woorden ‘Wir fahren gegen Berlin’. Daarnaast trok de geboren Slochtenaar fel van leer tegen de Duitse pers, die in zijn ogen enkel nog propaganda verspreidde. Louwe werd emotioneler en explicieter, naarmate zijn betoog vorderde.

Hij beklaagde zich over de vele doden in Rotterdam in mei 1940, over het gebrek aan nagenoeg alles in zijn door Duitse soldaten beroofde thuisland. Maar de Duitsers zouden met de dag meer manschappen gaan verliezen aan het Nederlandse verzet. En die Nederlandse vrijwilligers in dienst bij de nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), die zouden bij thuiskomst nog wel wat te wachten staan. Zulke landverraders verdienden het opgehangen te worden, aldus de negentienjarige arbeider.

Louwes tirade vond plaats in het Duitse Uttum in juli 1942, in nabijheid van wat Hitler Jugend. Een van hen meldde het voorval bij de autoriteiten, waarna Louwe werd opgepakt en vastgezet. In het deels bewaard gebleven rechtbankverslag staat de aanklacht opgetekend: opruiende en laag-bij-de-grondse verdachtmakingen over leidende personen binnen de staat en de NSDAP, die het politieke vertrouwen onder de bevolking ondermijnen.

Dood door een liedje

Ontkennen deed hij niet, Louwe verklaarde inderdaad het bewuste liedje gezongen te hebben. Hij herhaalde het zelfs even, op verzoek van de rechter. Maar, zo zei hij, hij had niets tegen de Duitse bevolking. Hij had wat tegen de Duitse regering. De jongen zat niet in het verzet en was niet eerder gearresteerd geweest. De leidinggevende van het havenbedrijf waar Louwe werkte, had zelfs nog verklaard dat zijn werknemer nooit blijk had gegeven van politiek activisme.

Het oordeel van de rechtbank liet zich er echter niet door beïnvloeden. Louwe werd schuldig verklaard en stierf zeven maanden later in concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn.

Het lot van mijn oudoom bleef lang een mysterie voor zijn nabestaanden. Vader Frits vernam nog in de oorlog dat zijn oudste zoon was omgekomen, maar pas in 1956 waarom dat in een concentratiekamp was gebeurd en sprak er vervolgens nooit meer over. De laatst levende broer van Louwe, mijn grootvader, overleed vorig jaar zonder ooit te hebben geweten waarom Louwe was opgepakt. Die geheimzinnige omstandigheden riepen soms heroïsche voorstellingen bij mij op, over vuistgevechten met NSB’ers of heldhaftig verzetswerk. Maar de realiteit was banaler, kleinschaliger en daardoor in zekere zin, ook tragischer. Onder het lezen van de stukken realiseerde ik me namelijk dat mijn oudoom helemaal geen politieke daad had verricht, maar zich op een onbewaakt ogenblik had laten verleiden tot het doen van wat onbezonnen uitspraken.

Ik ben nu acht jaar ouder dan Louwe was ten tijde van de noodlottige discussie op het pleintje in Uttum, maar het kost me weinig moeite te herinneren hoe plotseling en onbeheersbaar de opwellingen van woede tegen vermeend onrecht of leugenachtigheid waren op achttienjarige leeftijd. Waar de consequenties voor mij echter beperkt bleven tot een sneer van een werkgever of decaan, kostte het Louwe zijn toekomst.

Geen verzetsheld

Louwe was dus allerminst een verzetsheld, hooguit wat jong en heetgebakerd. De vrijheden die hij zich permitteerde, werden hem door de Duitse staat niet gegund. Zijn verhaal is niet groots en meeslepend, maar toont de tragische realiteit van leven en sterven onder een regime waarin wetten niet langer de burger beschermen tegen de staat, maar andersom. Het laat zien wat er kan gebeuren als wij ons vertrouwen verliezen in de democratische rechtsstaat en vallen voor de verleiding van autocraten. Genocide is het tragische slotstuk van een hortend en stotend proces dat begint bij onderling wantrouwen, maatschappelijke polarisatie en het stapsgewijs inperken van elementaire mensenrechten.

De vervolging van de Oeigoeren laat zien dat genocide niet slechts tot het verleden behoort. Dichter bij huis kondigde het Russische parlement een wet aan die het burgers verbiedt de staat in diskrediet te brengen. In Hongarije confisqueren premier Viktor Orbán en zijn inner circle het ene onafhankelijke mediabedrijf na het andere, terwijl in Polen de scheiding der machten zienderogen verdwijnt. Tegelijk is de mogelijkheid om publiekelijk en zonder risico op vervolging te zeggen dat je in een dictatuur leeft, voorbehouden aan hen die in een vrij land leven.

Vrijheid bestaat bij gratie van een precair wederzijds vertrouwen tussen overheid en burger, macht en tegenmacht. Deze vrijheid is duur gekocht, zeldzaam en zeer fragiel. Laten we er zuinig op zijn.

Christian Louwe Zeeman is student Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.