Column

Het transfobe gekronkel speelt de laatste lariekaart: trans mensen corrumperen kinderen

null Beeld

Het was een Twitter-akkefietje van niks. Een conservatieve Amerikaanse droeftoeter had in een gesprek over abortus aan zwangeren gerefereerd als ‘gastlichamen’. En ik zei: je moet vrouwen (en andere mensen met een baarmoeder) wel grenzeloos haten als je ze zo noemt’. ‘Alleen vrouwen hebben een baarmoeder’, reageerde iemand. Nee hoor, antwoordde ik, ook trans mannen en non-binaire mensen kunnen een baarmoeder hebben. (Ik schrijf trans als bijvoeglijk naamwoord, dus met een spatie, om de vrouw/man/mens niet te reduceren tot die ene eigenschap; het is een kenmerk, net als lang, rijk of aardig.) ‘Een trans man met een baarmoeder is een vrouw’, zei ze terug.

Er volgde zo’n typische Twitter-discussie die uren duurde en op niets uitliep. Iets waarmee ik u normaliter niet zou lastig vallen, ware het niet dat ik hetzelfde transfobe gedachtengoed de laatste tijd herhaaldelijk tegenkwam in kranten en bladen.

Zo schreef Jan Kuitenbrouwer onlangs een Volkskrant-column waarin hij trans vrouwen vergelijkt met ‘echte’ vrouwen (onderliggende boodschap: trans vrouwen zijn nep) en trans mannen die op mannen vallen tegenover ‘gewone homo’s’ zet (oftewel: trans mannen zijn abnormaal). In HP/De Tijd had hij het over een ‘trans epidemie’, wat hij een ‘reallifedystopie’ noemt; alsof trans zijn een enge ziekte is. Hij kan handen schudden met de mevrouw van een christelijke pro-lifeclub die het deze week in Trouw had over ‘sociale besmetting’ en ‘spelen met vuur’.

Achter deze uitspraken zit een hele kluwen van, ehm, ‘bijzondere’ ideeën. Kuitenbrouwer & co denken bijvoorbeeld dat genderidentiteit – het gevoel dat je man/vrouw/anders bent, dat bij trans mensen dus niet overeenkomt met hun geboortegeslacht – helemaal niet bestaat. En daarmee bestaat trans zijn ook niet; Kuitenbrouwer noemt het een hype, een fictie. De reden die hij opvoert, is dat je genderidentiteit niet kunt aanwijzen zoals dat bij biologisch geslacht wel kan. Zelfs in een MRI-scanner duikt ze niet op.

Alleen: dat heeft genderidentiteit natuurlijk gemeen met talloze andere zaken. Je seksuele oriëntatie, om iets te noemen. De liefde voor je kinderen. Je dromen en ambities. Of je een honden- of een kattenmens bent. Niets van dit alles is betrouwbaar te meten of scannen, maar het is toch echt. Vandaar dat we gewoon geloven wat iemand ons daarover vertelt. Dat ook bij trans en non-binaire mensen doen, lijkt mij een gevalletje intermenselijk basisfatsoen.

De transfobe medemens ziet dat anders. Zij vinden trans-zijn een perversie. Met name trans vrouwen moeten het hier ontgelden: ze zouden, zo twitterde iemand me toe, allemaal ‘mannen met een seksfetisj’ zijn. Dit idee leidt weer tot een hele reeks schrikbeelden. Trans vrouwen die nog een penis hebben, zouden zich met een beroep op genderidentiteit begeven in dameskleedkamers en dergelijke, om daar onschuldige vrouwen en meisjes lastig te vallen. En ze zouden lesbische cis vrouwen willen dwingen tot penetratieseks. Kuitenbrouwer schreef het doodleuk op in deze krant, alsof het een feit is: ‘Trans mannen en -vrouwen […] eisen toegang tot het lichaam van homo’s en lesbiennes.’

Het is zowel onlogisch als onwaar. De geschiedenis leert dat cis mannen zich niet hoeven voor te doen als vrouwen om seksueel geweld te plegen en ermee weg te komen. En er is geen enkel bewijs dat trans vrouwen zich hier op grote of enige schaal schuldig aan maken. Zo blijkt uit onderzoek dat wetgeving die trans vrouwen toegang geeft tot plekken die alleen voor dames zijn, niet leidt tot een stijging in zedenmisdrijven, meldt schrijfster en trans vrouw Juno Dawson in Time. Ze vervolgt: leven in een patriarchaat is eng voor alle vrouwen. En trans vrouwen lopen juist extra risico slachtoffer te worden van geweld. ‘Je hoeft niet bang voor ons te zijn’, zegt ze, ‘wij zijn ook doodsbang.’

Het transfobe gekronkel gaat hier evenwel aan voorbij om nog een laatste lariekaart te spelen: trans mensen corrumperen de kinderen. In Trouw ging het over ‘jongeren die […] lijken verstrikt te raken in een sociale omgeving die hen ertoe brengt zich als transgender of non-binair te presenteren.’ Kuitenbrouwer noemt een ‘trans rage onder puberende meisjes’ die ‘bestookt worden met transgenderpropaganda’.

Als u inmiddels een déjà-vumomentje beleeft, dan is dat terecht. Al deze ‘argumenten’ zijn namelijk kopieën van de vooroordelen en leugens die decennialang zijn gebruikt om de homo-emancipatie tegen te houden. Het is abnormaal, een perversie, ze komen je verkrachten in kleedkamers, ze ontaarden je kinderen – het is allemaal oude wijn in niet eens echt nieuwe zakken. Het is dezelfde haat en het is hoog tijd dat we die achter ons laten. Trans vrouwen zijn vrouwen, trans mannen zijn mannen, en genoeg is genoeg.

Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist.

Meer over