Twee werelden

Het samenwonen met een Oekraïens gezin begint alledaags te worden, net als de nieuwsberichten

x Beeld x
xBeeld x

Net als veel andere Nederlanders openden columnist Ibtihal Jadib en haar gezin de deur voor Oekraïense vluchtelingen. Iedereen moet wennen aan de gezinsdynamiek van het andere kamp. ‘Op een gegeven moment vraag ik naar haar man. Ze valt stil en slikt iets weg.’

Ibtihal Jadib
Bij columnist Ibtihal Jadib thuis: de schoenen van de beide families staan in de gang. Beeld Linelle Deunk
Bij columnist Ibtihal Jadib thuis: de schoenen van de beide families staan in de gang.Beeld Linelle Deunk

Een sprong

Op de trampoline breekt voor het eerst een lach bij haar door, ineens is-ie daar terwijl ze uitbundige sprongen maakt. Haar moeder pakt snel de telefoon: ‘Her dad keeps asking me to send pictures of her.’ Ze zegt het met een glimlach. We hebben de hele middag al naar elkaar staan glimlachen, m’n wangen doen er pijn van. Kennelijk is dit het beste instrument dat we tot onze beschikking hebben in tijden van wanhoop; elkaar beleefd toeknikken met omhoog gekrulde mondhoeken. Je krijgt de ogen alleen niet goed mee in het spel.

We hebben thuis een ruime zolder met twee slaapkamers en een badkamer. Daar wonen nu vier Oekraïense vluchtelingen: een 47-jarige vrouw, haar 16-jarige zoon en 9-jarige dochter, en dan nog een 14-jarig meisje dat met ze is meegereisd. Het is me niet duidelijk waarom dat meisje zonder haar eigen familie is gevlucht, maar het leek me ongepast om bij binnenkomst meteen alle vragen op ze af te vuren. De informatie over onze nieuwe huisgenoten wordt als verdwaalde puzzelstukjes verzameld, in elk gesprek raap ik er een op.

Het 9-jarige meisje zag er slecht uit. Terwijl iedereen quasi-opgewekt met elkaar kennismaakte, de weekendtassen opzij werden geschoven en mijn man met koffie en limonade rondging, staarde het meisje wezenloos voor zich uit. Haar mond hing half open, leek bevroren in verbazing, en de blik in haar ogen was afwezig. Mijn dochter van 5 was nerveus over de komst van vluchtelingen in ons huis, van tevoren had ze geklaagd over buikpijn, maar nu besloot ze dapper het ijs te breken door haar mooiste knuffelbeest aan te bieden. Het meisje reageerde er nauwelijks op. Met dezelfde wezenloze blik keek ze gedurende een tel naar de zachte eekhoorn die op haar schoot was gelegd, dat was het.

Nadat onze nieuwe huisgenoten zich hadden geïnstalleerd en opgefrist, waren we aan tafel gegaan voor het eten. Het 9-jarige meisje was roerloos blijven zitten, er ging geen hap in. Toen ik iets vertelde over de omgeving en het woord ‘beach’ liet vallen, lichtte de moeder op. Was de zee hier echt zo dichtbij? Ze begon in haar handen te klappen bij het aanbod een wandeling te maken. En zo liepen we even later met z’n achten over het Scheveningse strand. Daar kwam de eerste trampoline in zicht; geheel onbezet!

Mijn kinderen stormden er als wilde beesten op af, de schoenen werden haastig in het zand gesmeten en daar gingen ze, met hoge sprongen de lucht in. Het meisje bleef eerst wat kijken, daarna maakte ze zich los van haar moeder. Met trage bewegingen deed ze haar schoenen uit en klom ze het trapje op. Eerst wat aarzelend, maar na een paar sprongen kwam er leven in haar gezicht. En toen brak dus ineens die stralende, gulle lach door. Haar moeder stond trots foto’s te maken. Voor papa.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Bieten en knoflook

Twee jaar lang werden we om de oren geslagen met de anderhalvemetermaatregel, maar kennelijk hebben mijn hersenen dat voorschrift uitsluitend verbonden met corona. Dat er nog een wereld aan andere ziekmakende beestjes is, was ik even vergeten. Met als gevolg dat ons gezin nu al dagen ligt te kermen van de koorts en griep. De enige die nog kwiek op de benen staat, is mijn man, daarmee is hij van rechtswege verkozen tot Hoofd Verpleging. Zorgzaam loopt hij van het ene zielig hoopje mens naar het andere om kussens op te schudden, druiven rond te brengen en de temperatuur op te meten. Ik vind ’m erg lief. Dan hoor ik ’m tegen onze Oekraïense huisgenoten pochen: ‘I feel absolutely fine! It’s because men are so strong of course.’ Daar valt nagenoeg niets tegenin te brengen.

De Oekraïense moeder blijft zich intussen verontschuldigen: haar jongste kind is tijdens de reis naar Nederland ziek geworden en droeg het virus met zich mee. Alsof zij er iets aan kan doen. Het arme meisje heeft urenlang op koude treinstations doorgebracht, hutjemutje met al die andere vluchtelingen. Wachtend op het verlossende geluid van piepende rails. Zodra een trein in zicht kwam, begon het gedrang en was het zaak elkaar niet kwijt te raken.

Mijn man en ik krijgen nu een cursus ziek-zijn op z’n Oekraïens. Hoewel er weinig goddelijks meer huist in de gemiddelde Nederlander aanvaarden we bij ziekte nederig ons lot door gedwee op de bank onder een dekentje te gaan liggen wachten op betere tijden. Uitzieken, heet dat. In het ergste geval gooien we er een paracetamolletje tegenaan, en wat kamillethee. Dit gebrek aan optreden viel niet goed bij de Oekraïense moeder. Ze vond het al karig dat er geen tas vol medicatie was ingekocht bij de apotheek en die kamillethee, nu ja, dat was een aardig begin, maar zo’n laf bloemetjesaftreksel zet weinig zoden aan de dijk. Ze besloot zelf de keuken in te duiken waar ze met indrukwekkende hoeveelheden knoflook en bieten aan de slag is gegaan.

Toen ik met m’n grafkop rillend door de gang schuifelde, wist ze me te onderscheppen met een glas bietensap. ‘Please I beg you, if you want to believe me, take this and you will feel better.’ Dat soort wrede sapjes is niet aan mij besteed, ik ben meer van de afdeling tropical mango, maar ze stond zo hoopvol naar me te kijken dat ik het snel achterover sloeg. Ik proefde veel citroen en nog iets scherps erachteraan. Trots riep ze uit: ‘Very good, you drank it like wodka!’

Een paar uur later had ze een grote pan bietensoep klaarstaan, die borsjtsj schijnt te heten. Het rook lekker, zat vol groenten en bleek een heerlijke traktatie. Goddank stond de gesnipperde knoflook in een apart schaaltje op tafel voor ieder om te doseren, zodat ik het bij een zuinig puntje kon houden. Het is gezellig met elkaar, zo boven een kom warme soep. We wonen nu bijna een week in hetzelfde huis, maar waren nog niet toegekomen aan een eind wegkletsen samen.

Op een gegeven moment vraag ik naar haar man. Ze valt stil en slikt iets weg. Misschien had ik dat onderwerp toch moeten laten liggen. Uiteindelijk zegt ze: ‘Sorry, I don’t want to cry again. But last night I asked my husband when we could come home and he said we can’t. I’m so in shock right now.’ Bedrukt staren we in de soep.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Kwast

Het samenwonen met z’n achten begint alledaags te worden, net als de nieuwsberichten uit Oekraïne. Het vreemde verrast niet meer. Alleen bij het thuiskomen kijk ik telkens op van alle schoenen in de hal. Het doet me denken aan mijn vader als hij vroeger stond te mopperen over alle sneakers, laarzen, pumps en sandalen die zijn vrouw en vier dochters bij elkaar hadden verzameld: ‘Het lijkt hier verdorie wel een moskee!’ Verwoed begon hij de boel dan opzij te schuiven, alsof dat het verschil zou maken in een huishouden met vijf schoenminnende dames.

Ons eigen huishouden heeft nu iets weg van een samengesteld gezin: niet iedereen is verwant aan elkaar, geen van ons had dit op het oog en we moeten allen wennen aan de gezinsdynamiek van het andere kamp. Zelf ben ik vooral onder de indruk van het feit dat we ineens twee pubers hebben. Die organiseren hun dag volkomen anders dan ik gewend ben, namelijk niet.

Mijn man en ik begonnen ijverig van alles te organiseren: de sportschool bij ons om de hoek doneerde twee lidmaatschappen, de muziekschool schonk tien muzieklessen en bij een taalschool in Scheveningen wist ik een beginnerscursus Engels los te peuteren. Zelfgenoegzaam keek ik mijn man aan, wat waren we goed bezig! Dat bleek bij nader inzien reuze mee te vallen aangezien doelloos rondhangen door pubers gekwalificeerd wordt als een hoofdactiviteit. Was ik even vergeten.

De belangrijkste structuur, onderwijs, heeft meer voeten in de aarde. Het meisje van 9 heb ik aangemeld op de school van onze kinderen, maar het duurt even eer alles is opgestart. Wekenlang hangt ze rond in een loze ruimte tussen de vaart van ons leven. Als ik thuiskom van m’n werk en meteen weer doorvlieg naar het volgende, zie ik haar doelloos om de keukentafel dralen. Ik heb nog geen tijd gehad om een leuk uitje te organiseren, wat stom. In gedachten reserveer ik m’n eerstvolgende vrije dag voor een trip naar de dierentuin of een kindermuseum.

De school voor het 14-jarige meisje meldt zich als eerste: ze kan beginnen. Het nieuws veroorzaakt opwinding, er is weer iets om naar uit te kijken. Het meisje kleedt zich voor de eerste schooldag leuk aan, na het uitzwaaien blijf ik hangen in een wolk van haar zoete parfum.

’s Middags komt ze terug in een andere stemming. Knorrig vraagt ze me haar rooster te controleren, er moet een vergissing zijn gemaakt. Ik zie één uur wiskunde staan, één uur burgerschapsonderwijs en verder alle dagen en uren Nederlands. Ze begrijpt er niets van. Ze wil aardrijkskunde, geschiedenis, economie, de vakken die ze thuis had.

Als ik de mentor bel, vertelt hij me dat het onderwijs gericht is op het zo snel mogelijk leren van de Nederlandse taal zodat de leerlingen daarna kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. ‘Maar ze is helemaal niet van plan om door te stromen naar het reguliere onderwijs, ze wil zo snel mogelijk terug naar huis.’ Tja, is het verontschuldigende antwoord, dit is hoe we het voor deze kinderen nou eenmaal organiseren. ‘Wij proberen er ook maar het beste van te maken mevrouw.’

We besluiten het een paar weken aan te kijken, ze heeft immers fijn contact met haar klasgenoten. Dat is positief. Terwijl ik me beraad op internationale scholen zit ze aan tafel Nederlandse woordjes te leren. Mijn 5-jarige begrijpt het verschijnsel accent nog niet en staat ongeduldig te luisteren. ‘Als ze over twee weken Nederlands heeft geleerd, gaat ze de woorden wel goed uitspreken, toch mama?’

Het Oekraïense meisje kijkt op en zegt iets dat lijkt op kast. Ik wijs naar de keukenkast, knik en herhaal het woord ‘kast’. Ze schudt nee, maakt een vegende beweging boven haar hoofd en zegt dan ineens: ‘pla-fond’. ‘Volgens mij bedoelt ze kwast’, merkt m’n man op. Ze begint blij te knikken en zegt het nog eens. ‘Kwast!’

‘Wat een vreemde woorden om als eerste te leren’, mompel ik tegen m’n man, ‘het is toch geen schildersopleiding?’ Onze dochter loopt ondertussen de kamer uit, ze heeft het wel weer gezien. Het zal lang duren voordat haar nieuwe speelmaatje alle poppenhuiscommando’s verstaat.

Dit is de eerste aflevering van een serie die Ibtihal Jadib maakt over de ervaringen van beide gezinnen.

Meer over