Essayaanspraak op eigen gelijk

Het recht van spreken is verworden tot de eis: luister naar mij

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Het ‘publieke debat’ wordt beheerst door rappe praters. Meer bedachtzame types hebben het nakijken, constateert Sander van Walsum. De nuance leent zich nu eenmaal niet voor een vlammende verdediging op de zeepkist, of voor een optreden binnen het knellende format van talkshows.

Het is geen toeval dat het radioprogramma Stand.nl uit 2001 stamt. De nadagen van Paars waren voelbaar aangebroken, na een decennium van uitbundige zelfgenoegzaamheid. Paul Scheffer en Frits Bolkestein verstoorden de multiculturele idylle. En de elite ging berouwvol bij zichzelf te rade: hebben we wel voldoende geluisterd naar ‘de gewone man en vrouw’, die later Henk en Ingrid zouden worden genoemd – op voorspraak van Geert Wilders.

Sindsdien figureert de vergeten Nederlander in ongeveer elk NOS-Journaal – bijna ongeacht het onderwerp waarover hij wordt bevraagd, en ongeacht de onderbouwing van zijn authentieke mening. In kranten mochten de bezoekers van de Albert Cuyp hun zegje doen over de grote thema’s van de dag. In Stand.nl fulmineerden ze bijna onweersproken tegen falende machthebbers. En al diegenen voor wie de drempel van de gevestigde media nog te hoog was, gingen later los op Facebook en Twitter.

Toch stroomde het Museumplein afgelopen zondag vol met luidruchtige mensen die menen niet gehoord te worden. Vermoedelijk is dit de doelgroep van aspirant-omroep Ongehoord Nederland van journalist Arnold Karskens. Maar als er al een zwijgende meerderheid is, bestaat die niet uit de mensen die pretenderen de zwijgende meerderheid te vormen. Die domineren het ‘publieke debat’ tenslotte al een jaar of twintig. Zij overstemmen degenen die minder stellig zijn in hun oordeel, degenen voor wie twijfel geen zwaktebod is, en die er geen probleem mee hebben om af en toe van een vooroordeel te worden beroofd.

Moeten boeren verplicht worden hun stikstofuitstoot terug te dringen? Moet de zorgpremie leeftijdsafhankelijk worden? Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht biedt de Volkskrant de mogelijkheid het hierover te hebben. Schrijf je hier in voor Nederland in gesprek.

Zijn eigen tegenspraak

Je hoeft geen kenner van de dialectiek te zijn om in die ontwikkeling een historische wetmatigheid weerspiegeld te zien: elke toestand roept op een zeker moment zijn eigen tegenspraak op. In Nederland werd de toestand waartegen onmondigen in opstand kwamen belichaamd door Kamerleden die in de jaren tachtig demonstratief de krant opsloegen zodra hun centrum-democratische confrère Hans Janmaat zijn variaties op het thema ‘eigen volk eerst’ ten beste gaf. Of door voormalig PvdA-leider Ad Melkert die op verkiezingstournee geen nota wenste te nemen van klachten over de bittere multiculturele realiteit in volksbuurten.

Met hun hooghartige miskenning van reële zorgen van gewone Nederlanders hebben zij een koekje van eigen deeg gekregen, dan wel storm geoogst. En die storm stak niet op tijdens een diepe crisis of na een verloren oorlog, maar tijdens het hoogseizoen van de conjunctuur en het poldermodel. Pim Fortuyn maakte de kloof zichtbaar tussen de voorgangers in de hoogmis van het Nederlandse succes en de degenen die daar geen deelgenoot van waren. In het ene kamp werd hij hierom verguisd, in het andere als een verlosser geprezen.

Het recht van spreken dat de vergeten Nederlander verwierf, smaakt naar meer – kan na twintig jaar worden vastgesteld. En gaandeweg is het recht van spreken (over al het denkbare) verworden tot de eis om gehoord te worden. Wat begon met het aftappen van opvattingen die leven op straat, culmineerde in het naroepen en beledigen van volksvertegenwoordigers op Het Plein. Wat begon als scepsis over de zegeningen van Paars, verwerd tot wantrouwen in instituties en ‘officiële lezingen’ van gebeurtenissen. Het ‘frisse tegengeluid’ is verwelkt tot een aanspraak op het eigen gelijk. En wie gelijk meent te hebben, wil ook zijn zin krijgen.

Het openbaar bestuur, de wetenschap en de journalistiek worden stelselmatig verdacht gemaakt. Algemeen aanvaarde inzichten worden ter discussie gesteld. ‘Kritische’ mensen willen niet meer op gezag van de overheid (‘die ons ook al in de Irak-oorlog heeft gerommeld’) aannemen dat de MH17 door een Russische Buk-raket is neergehaald. Evenmin durven zij te vertrouwen op de werkzaamheid, of zelfs maar de wenselijkheid, van een coronavaccin. Daarvoor hebben zij geen medische contra-expertise nodig: het beleid kan niet deugen omdat de overheid niet deugt. Onder het mom van een kritische gezindheid aanvaarden zij zonder voorbehoud alternatieve waarheden. Kennis en vertrouwen gaan niet langer hand in hand.

Neveneffect

Een van de neveneffecten van die ontwikkeling is dat de vergeten Nederlander aan paneltafels en in actualiteitenrubrieken gelijkberechtigd is aan deskundigen (voor zover die nog bereid zijn de vox populi te trotseren). Voor Rachel Franse, eindredacteur van de talkshow Op1, is dat zelfs een geloofsartikel. Niet deskundigheid is voor haar een criterium waaraan talkshowgasten moeten voldoen, maar hun vermogen om reuring te veroorzaken – zodat de kijkers het gebodene ‘bij het koffiezetapparaat op het werk’ nog eens bespreken. Als de gasten hun punt niet kunnen maken in de tien à twaalf minuten waarbinnen een gespreksthema moet worden afgewikkeld, is dat voor Franse geen reden om het format te wijzigen, nee: de gasten moeten zich naar het format voegen. ‘Dus zoek je gasten die rap van tong zijn’, liet zij optekenen in het kerstnummer van de Volkskrant. En rappe praters zijn volgens haar per definitie ‘snelle denkers’, terwijl toch veel voor het tegendeel te zeggen zou zijn.

Dat is niet het enige misverstand dat bij Franse – en bij menig vakgenoot van haar – heeft postgevat. ‘We willen debat’, zei ze in de Volkskrant. ‘Dat vinden mensen ontzettend fijn om naar te kijken. Hoe scherper, hoe beter, dan kun je thuis een goed oordeel vellen: sta ik aan deze kant of aan die kant?’ 

Eigenlijk zegt ze: hoe ongenuanceerder, hoe beter. En kijkers worden geacht een standpunt te betrekken aan een van de uitersten van het opiniespectrum. Een nogal treurige taakopvatting, die slechts stoelt op het feit dat best veel mensen naar Op1 kijken.

Daaraan kan echter niet de gevolgtrekking worden verbonden dat die mensen dús van een scherp debat tussen rappe praters houden. Op de Nederlandse televisie hebben zij tenslotte hoegenaamd geen uitwijkmogelijkheden. Juist daarom vallen de ingetogen interviews van Coen Verbraak, het verfijnde televisieportret van Bernard Haitink en ook het initiatief Nederland in Gesprek van de Volkskrant zo op: het zijn reservaten van de nuance – met enige overdrijving vergelijkbaar met de kloosters waar het Latijn overleefde nadat de klassieke beschaving door Vandalen, Visigoten en Ostrogoten was verwoest.

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Nuance

De nuance leent zich niet voor een vlammende verdediging op de zeepkist, of voor een optreden binnen het knellende format van talkshows. De nuance is dan ook betrekkelijk weerloos tegen aanvallen van ‘ontwaakte’ antiracisten, die menen dat witte geprivilegieerden zich achter de nuance verschuilen. Tegen de verdachtmakingen van complotdenkers die de nuance discrediteren als vluchtheuvel van de gevestigde orde. Tegen de hoon van vergeten Nederlanders die de nuance zien als een uiting van zwakte en gezwalk. De nuance wordt van vele kanten belaagd door mensen die hun eigen waarheid koesteren. En het verontrustende is dat mensen in volle vrijheid kiezen voor een alternatieve waarheid – dus niet onder dwang van een alwetende overheid of onder invloed van een verwoestende crisis.

De belagers van de nuance hebben uiteenlopende agenda’s en zijn het onderling over veel dingen oneens. Maar één ding hebben ze met elkaar gemeen: het idee dat ze niet worden gehoord, zodat zij menen hun opvattingen – de waarheid waarvan de elite geen kennis zou willen nemen – steeds zwaarder te moeten aanzetten. 

Stelligheid heeft de neiging zichzelf te versterken. En de vertolkers van ‘gangbare opvattingen’, die overigens steeds minder gangbaar worden, beantwoorden stelligheid maar zelden met dezelfde stelligheid – want dat ligt nu eenmaal niet in hun aard. Zo kon aan de tafel van Op1 wetenschappelijke twijfel aan het nut van magnesium als voedingssupplement door een van de gasten zonder nadere toelichting worden weggewuifd met ‘dit is gelul, dit is echt gelul’. Grote kans dat de mensen bij de koffieautomaat de volgende ochtend meenden dat het pleit daarmee was beslecht.

We hoeven niet eens aan de bestorming van het Capitool in Washington te refereren om te weten waarin onweersproken onredelijkheid kan uitmonden. We zouden ook kunnen volstaan met een willekeurige greep uit alle verdachtmakingen, feitenvrije meningen, jij-bakken, hyperbolen en complottheorieën die dagelijks worden uitgewisseld en vermenigvuldigd. Die voorzien ongetwijfeld in een therapeutische behoefte van mensen die gehoord willen worden. Maar de samenleving als geheel is er allerminst van opgeknapt.

In gesprek

Een constructief gesprek voeren zonder welles-nietes-spelletjes, hoe doe je dat eigenlijk? Deze en andere veel gestelde vragen verzameld in een handig overzicht.

Wat bond de deelnemers van Nederland in gesprek in 2020, wat verdeelde hen? We analyseerden de aanmeldingen en concludeerden: deelnemers wilden af van belastingvoordelen voor multinationals, maar zagen het koningshuis graag blijven. De coronamaatregelen en Zwarte Piet riepen verdeeldheid op.

Meer over