ColumnThomas van Luyn

Het moet geruststellend duur zijn, maar ook weer niet zo duur dat ik me opgelicht voel

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Thomas van Luyn heeft een krempje nodig voor zijn droge voor(hoofd)huid en gaat op excursie in de zelfverwenwereld.

Mijn voorhoofd is rood en prikt. Het internet zegt dat het kan komen door wasmiddel, koffie, centrale verwarming, alcohol, zonlicht, zuivel, katten, wol en menopauze. Dat zijn allemaal dingen waarvan ik zo veel mogelijk in mijn leven wil hebben, behalve de menopauze. Daarom heb ik besloten dat het niet aan die dingen kan liggen: zo makkelijk is dat.

Liever vertrouw ik de make-upmevrouw van de televisie, die zegt dat ik gewoon een droge huid heb, op mijn voorhoofd – een droge voorhuid zogezegd – en dat ik elke dag moet smeren met een dagcrème. Een kremmetje. Een krempje.

Nou, dacht ik, daar ga ik mezelf dan eens lekker op trakteren. Ik ben toch al mijn hele leven jaloers op wat vrouwen op/aan/met zichzelf mogen doen qua verzorging, dus ik vind een excursie in de zelfverwenwereld alleen maar leuk. Ook omdat ik ernaar streef op elk vlak een autoriteit te zijn, en van gezichtsverzorging nog te weinig weet om gezaghebbend te wezen. Hoewel, zo ingewikkeld is het niet. Ik weet heus wel wat een droge huid nodig heeft: vet. Vaseline, olijfolie, frituurvet, cacaoboter, slaolie, maakt niet uit. Maar bij zelfverwennerij hoort nou eenmaal dat het uit een laboratorium komt, dat er ‘natuurlijke ingrediënten’ in zitten en bovenal dat het duur is. Een potje vaseline kost 2,75, daar word je natuurlijk niet vrolijk van. Een potje Sensai kost 750,- voor twee keer minder crème. Als je dat op je toet smeert weet je tenminste zeker dat je bijzonder bent. Er zijn ook andere woorden voor wat je dan bent, maar die klinken misschien een tikje oordelend.

Ik zoek de gulden middenweg: het moet geruststellend duur zijn anders voelt het niet luxe, maar ook weer niet zo duur dat ik me opgelicht voel. Het internet zit vol met advies. Helaas wel diametraal tegenstrijdig, het zal eens niet. Zo is er een levendige stammenstrijd tussen pro-retinol- en anti-retinolactivisten. Retinol is een chic woord voor vitamine A. Als je te weinig hebt krijg je een slechte huid. Maar als je te veel hebt, krijg je levercirrose. Gelukkig sterf je dan wel met een gladde huid. Fun fact: de overwinteraars op Nova Zembla gingen bijna dood door een overdosis vitamine A. Te veel ijsberenlever gegeten. Onthou voor de volgende keer dat iemand je een ijsberenlever aanbiedt: op je gezicht smeren, niet opeten. Overigens zegt mijn broer dat vitamine op je huid doen zoiets is als paracetamol op je hoofd leggen, en hij heeft ervoor doorgeleerd. Voor jurist welteverstaan, maar goed.

Retinol zit in alle dure krempjes. En eigenlijk bevatten ze sowieso allemaal hetzelfde. Ook al onderscheiden ze zich graag met de heilzame kracht van gemalen maansteen en zigeunertranen, de eerste tien ingrediënten op elk etiket zijn hetzelfde. Te beginnen met water (PH-neutraal!), glycerine en alcohol. Waar let je dan op? Mijn vrouw zegt: je moet iets kiezen wat lekker voelt. Dat druist in tegen mijn rationele inborst. Als je afgaat op je gevoel glijd je af richting homeopathie. Maar goed, ik heb heus wel voorkeuren: mijn dagcrème moet wit zijn, niet te vloeibaar, liever een tube dan een potje, en niet geparfumeerd. Daar kon de mevrouw van de beautywinkel wat mee, dus ik heb nu een tubetje rozencrème van 31 euro. Zonder retinol helaas/godzijdank.

Meer over