ColumnLoes Reijmer

Het moderne moederschap hangt van kopen aan elkaar

null Beeld
Loes Reijmer

Er is een geestig Instagramaccount dat geregeld in mijn timeline opduikt. Vrouwen – dertigers, moeders – delen de berichten van het profiel en zetten daar dan ‘betrapt’ bij, of ‘herkenbaar’. Zelf heb ik de posts ook weleens aan vriendinnen doorgestuurd, vergezeld van een diepfilosofisch ‘whahaha’ of erger nog: de ‘tears of joy’-smiley.

Ben zoo moe’ heet het profiel dat het universum van de middenklassemoeder met jonge kinderen schetst. Die is moe en overvraagd, vanzelfsprekend, en zegt derhalve dingen als ‘ik wil gewoon meer tijd voor mezelf’ en ‘droogshampoo en gaan’. Dit soort teksten staat boven een fotogenieke luiertas die iedereen met een baarmoeder en Instagram onder de sneltoets zal herkennen, omdat deze behoort tot het dagelijkse uniform van de momfluencer.

Die tas, het logo dus, is ook een eerste aanwijzing van een pijnlijke realiteit die het profiel onbedoeld blootlegt. Want kijk goed, en zie dat de helft van de posts over consumeren gaat, over spullen kopen, over merknamen die mensen buiten dit universum weinig zeggen, maar die erbinnen als parameters van goede smaak gelden, veelal direct afgekeken van de momfluencers die gelden als ware Instagramadel. De peperdure draagzakken van Artipoppe, het beddengoed van Crisp Sheets, de laarsjes van Donsje, zonnebrand van Naïf, de meubels van Fest. Het zijn de attributen waarmee jonge moeders elkaar besnuffelen, hun plek in de pikorde bepalen. De bingokaart van ‘Ben zoo moe’ laat zien: het middenklassemoederschap hangt van kopen aan elkaar.

Enerzijds is dat logisch. In het conservatieve Nederland zijn vrouwen nog altijd manager van het gezin. Ze weten wanneer de kinderen nieuwe winterjassen nodig hebben, wanneer de luiers op zijn, of er cadeautjes gekocht moeten worden voor jarige vriendjes. Ze gáán over al deze aankopen.

Maar het zijn niet zomaar wat spullen. Het gaat om producten die meestal op de een of andere manier meer moeite kosten. Omdat ze duur zijn, of niet op elke hoek van de straat verkrijgbaar zijn, maar alleen in kleine winkeltjes of webshops ‘met liefde voor biologische en duurzame producten’. Die duurzaamheid is overigens vaak een schaamlap voor prijzig (en dus exclusief), want anders zou de nadruk niet zo liggen op het kopen van steeds weer nieuwe spullen.

‘Als je dochter altijd in een trui met vlekken loopt en elke week haar gymtas vergeet, word je daar als moeder op aangekeken’, zei Liesbeth Staats onlangs in een interview met Vrij Nederland naar aanleiding van haar boek Waarom vrouwen minder werken dan mannen (en dat ook voor jou een probleem is). Voor moeders is de presentatie van hun kinderen, veel meer dan voor vaders, een verlengstuk van hun identiteit. Ze worden erop aangekeken als ze steken laten vallen en krijgen complimenten als ze er veel energie in steken.

Dat is van alle tijden natuurlijk – en dat is meteen ook het probleem. Want vrouwen worden zo nog steeds geacht – en proberen dus ook – te excelleren op gebieden die hen van oudsher klein hebben gehouden: het huishouden, het voorkomen van de kinderen, hun eigen uiterlijk. En de momfluencers hebben de lat niet bepaald lager gelegd, met hun beeldige plaatjes, de begeerlijke spullen die ze gratis opgestuurd krijgen en hun huizen die kennelijk zo veel kastruimte herbergen dat er alleen maar houten, antroposofisch speelgoed zichtbaar is op de foto’s, en nooit eens Elsa’s magische ijspaleis van blauw plastic.

De conservatieve moederschapscultuur in Nederland is een veelkoppig monster. Gratis kinderopvang moet er komen, en ruimer vaderschapsverlof. Maar verandering begint ook in het klein. Zoals het besef dat je in de uren waarin je naar de juiste laarsjes op Vinted speurde, óók Simone de Beauvoir had kunnen lezen.

Meer over