Het lot van veel drones is de bodem van de sloot

Soms heb ik het idee dat de hashtag firstworldproblems de lading van mijn problemen niet afdoende dekt; zijn er ook superfirstworldproblems, überfirstworldproblems, beyondfirstworldproblems?

Aaf Brandt Corstius
De eerste dag belande de drone meteen in de sloot. Beeld afp
De eerste dag belande de drone meteen in de sloot.Beeld afp

Dan heb ik ze.

Mijn zoon is de week na Sinterklaas jarig. Wat geef je het kind dat alles al heeft en met Sinterklaas boven op dat alles nog meer heeft gekregen? Hijzelf wist nog wel wat dingen te verzinnen. 'Een X-Box van 300 euro, een Segway van 200 euro of een drone met camera van 80 euro.' Dat hij de prijzen erbij noemde vond ik op de een of andere manier alarmerend. Of was dit dat financiële bewustzijn dat ik hem sinds kort probeerde bij te brengen door hem zakgeld te geven?

En, bovendien, dat hij de prijzen er meteen bij noemde, elke keer als hij dit illustere rijtje van drie opdreunde, wat best vaak was, was ook wel handig, want dan kon ik heel streng zeggen: 'Nou, die X-Box en die Segway komen er dan sowieso niet in!'

Zo kun je jezelf als modern-opvoedende (dus slappe) ouder wijsmaken dat je heel erg grenzen aan het stellen bent. Door te zeggen dat je kind geen cadeaus van meer dan 200 euro krijgt.

Het werd dus de drone. '14+' stond er als leeftijdsaanduiding op de doos, mijn zoon werd 7. Het leek me wel ongeveer kunnen. De camerafunctie konden we alleen aan de praat krijgen als de drone op de grond lag, dus hadden we veel, trouwens opmerkelijk scherpe, foto's van onze schoenen in nattig gras.

Meteen de eerste dag belandde de drone in een sloot. Mijn zoon in tranen, wij urenlang de drone föhnen, de drone kwam weer tot leven, iedereen blij.

Dat is óók de taak van de moderne ouder. De drone föhnen.

De tweede dag belandde de drone opnieuw in een sloot. Mijn zoon in tranen, want dit keer was de drone ook echt gezonken. Nergens meer te vinden, niet meer op te dreggen. Ik vermoed dat dit het lot van vele drones is.

Hij krijgt een nieuwe. Daar was geen ontkomen aan.

's Avonds las ik een boek aan hem voor waarin een illustratie stond van een kind dat met een stok een hoepel voortjoeg door een straat. 'Wat is dat kind aan het doen?', vroeg mijn zoon geïnteresseerd. 'Eh', zei ik, want hoepels voortjagen, dat is zelfs van voor mijn tijd, 'dat jongetje slaat zeg maar met dat stokje tegen die hoepel en dan gaat hij rollen. Ik weet ook niet precies hoe.'

'Die wil ik', zei hij vastbesloten.

Meer over