Column

Het leven, het voetbal is geen rekensom. Ongerijmdheden blijven ons bepalen

null Beeld

U dacht een vrije wil te hebben. Nou niks daarvan. Ons gedrag is volstrekt reflexmatig. Die uitspraak van een hersenonderzoeker noteerde ik twintig jaar geleden in mijn citatenboek. Telkens als ik die woorden teruglees, voelt het ongemakkelijk omdat het ons zelfbeeld als autonome persoonlijkheid opblaast. Hadden we onszelf net bevrijd van God om heerser te worden in ons eigen universum, blijken we slechts een slaaf van onze reflexen te zijn. Honden die meteen beginnen te kwispelen zodra het baasje zijn hand uitsteekt naar de etensbak.

Dat is een ontnuchterende gedachte, maar dat niet alleen. Door de digitale revolutie worden we ook steeds meer behandeld als kwispelende honden. De hele dag gebruiken we digitale diensten, waardoor techgiganten als Google, Facebook, Apple en Amazon veel over ons te weten komen: wat we kopen, wat we willen weten, wat we kijken, wat we lezen, wie we spreken, hoe we over de dingen denken. Onze reflexen worden gevangen in data en deze data worden met behulp van algoritmen omgezet in koop-, kijk-, lees- en stemsuggesties.

Obama maakte al gebruik van data-analisten. Zij verzamelden allerlei gegevens over Amerikaanse kiezers (adres, inkomen, vrienden). Deze data werden steeds meer verfijnd waardoor steeds beter kon worden voorspeld wie overgehaald kon worden op hem te stemmen en wie niet, vertelde een van die analisten mij. Campagneteams klopten niet meer op alle deuren in een straat, maar wisten exact bij welke huis ze moesten zijn.

Dat is wat Big Data doet: mensen reduceren tot een verzameling algoritmen. Niks uniek individu, we passen in hokjes en handelen veelal in een reflex. Hoe meer data, hoe beter de computermodellen, hoe voorspelbaarder die reflexen, hoe nauwkeuriger de inschatting wat onze volgende stap is als we worden geconfronteerd met een keus.

Het is beangstigend dat techbedrijven weten welke etensbak of roedelleider jou automatisch doet kwispelen. Maar data-analyse gaat niet meer weg. Ze kan door besluitvormingsprocessen efficiënter te maken ook bijdragen aan een betere wereld. En aan slimmer voetbal.

Dat was het leuke van de originele en leerzame EK-bijlage van de Volkskrant: daarin legde Sam Planting uit hoe data-analisten proberen het voetbal te vangen in cijfers. Alles wordt gemeten teneinde spelers en teams sterker te maken. Zo geven historische data aan dat de ‘kansenkwaliteit’ van afstandsschoten van buiten het strafschopgebied niet hoog is. Daarom kunnen ploegen beter proberen diep in het zestienmetergebied te penetreren, door een uitval of door geduldig combinatiespel. De cijfers leren ook dat topverdedigers lang en sterk zijn, zie Matthijs de Ligt.

Die kennis helpt bij het uitstippelen van een tactisch strijdplan of het vinden van de juiste man voor de juiste plek. Maar als romantische traditionalist geef ik me niet helemaal gewonnen. Mensen laten zich niet volledig reduceren tot een voorspelbaar bundeltje algoritmen en voetballers niet tot een programmeerbaar stapeltje data. Het toeval zal de technologie blijven tarten. Nederland werd in 1974, 1978 en 2010 geen wereldkampioen vanwege respectievelijk een uit de hand gelopen zwembadfeestje, een doelpaal en een keepersteen. En met het glorieuze Ajax van 1995 streefde Louis van Gaal (wie anders?) naar de Absolute Controle over wedstrijden, maar na die hoogmoed volgde het jaar daarop de val met vrijwel hetzelfde elftal. Big Data doet nu een nieuwe poging. Gaat niet lukken.

Ons gedrag wordt nooit helemaal voorspelbaar. Daarvoor is de complexiteit van de hersenen te groot, zegt een andere hersenonderzoeker in mijn citatenboek. Al op dag 4 van het EK logenstrafte een voetballer de data-wijsheid dat afstandsschoten weinig zin hebben. Vanaf de middellijn produceerde de Tsjech Patrik Schick een bal die perfect was in hoogte en snelheid, op precies het juiste moment begon te dalen en daarbij een licht maar volmaakt boogje naar rechts maakte voor hij in het net plofte. Bij elke herhaling heb ik het gevoel te worden opgetild en mee te vliegen met de bal, als Icarus. Iets in het brein van Schick besloot dat in een split second te doen. Nooit zullen we weten wat dat ‘iets’ was. Wat we zagen was de voet van God.

Het leven, het voetbal is geen rekensom. Ongerijmdheden zullen ons gedrag blijven kenmerken. Doelpalen, blunders, geniale ingevingen zullen wedstrijden blijven beslissen.

Arie Elshout is journalist