ColumnThomas van Luyn

Het lekte uit het vers gestucte plafond op het nieuwe parket, dat niet zo van water scheen te houden

Beeld Aisha Zeijpveld

Te weinig regen, dat klinkt mij nog steeds in de oren als te weinig hondenpoep, of te weinig klappen voor je bek. Het zijn gekke tijden. We hebben ook te weinig wespen de laatste tijd, ik had ook nooit gedacht dat zoiets een ding kon wezen.

Regen is de vijand. Het mijden ervan heeft onze cultuur gevormd: schuine daken, lange jassen, sterke drank en bordspelen. Ook de televisie is uitgevonden in Schotland, en de eerste antidepressiva werden ontwikkeld op Long Island, een van de natste plekken van de Verenigde Staten. Allemaal geen toeval, denk ik zo.

Hoe dan ook: niet nat worden is door de eeuwen heen de corebusiness van de boreale medemens gebleven. Groot is de consternatie dan ook wanneer het systeem faalt, zoals nu: ons dak lekt.

Ik slaap al weken niet lekker. Er is weinig wat me meer stress geeft dan het geluid van druppels in een pannetje. Een groter gevoel van ongeborgenheid bestaat niet. Als ik in een slaapzakje aan de noordwand van de Mount Everest hing, zou ik me beter kunnen ontspannen.

Het maakt me boos op het huis. You had one job, wil ik roepen: de boel droog houden. Het is leuk dat ik fotolijstjes kan ophangen en kan Netflixen op de plee, maar dat kan allemaal pas als er aan de voorwaarde van algehele droogheid is voldaan, stom rothuis. Het eerste wat ze doen in survival-shows, is een hut bouwen. Zelfs eten is van later zorg.

De lekkage is niet nieuw, een paar jaar geleden liep er voor het eerst een straaltje water over een balk. Ik ben toen het dak op gegaan met een rol tape, en heb de naden van het lood (of is het tin? ik weet het nooit) dicht geplakt. En geloof het of niet: dat hielp. Ik heb heb vele nederlagen gekend, maar dat was er geen. Papa repareert even de lekkage. Veel beter wordt het niet.

Jaren lang hield mijn tape ons droog. Maar een maand geleden echter, na die lange zonnige corona-lente, viel er ineens een spatje regen, en lekte het weer. Maar nu hadden we een verbouwing gehad, dus het lekte uit het vers gestucte plafond op het nieuwe parket, dat niet zo van water scheen te houden.

Ik weer met een rol tape het dak op. Zelfde procedure, en vol vertrouwen wachtte ik op de volgende bui. Die kwam en liet meteen weten hoe nietig mijn bestaan was, en hoe futiel mijn inspanningen.

Ik belde een mannetje. Die stuurde twee gezanten die het dak op gingen met meer ervaring en betere tape dan ik. Na een halfuurtje kwamen ze tevreden weer binnen, er werd koffie gedronken en alles was weer in orde.

Tot de volgende regenbui.

Het lekte drie keer zo hard. Alsof ze het dak op waren geweest om het lek groter te maken. Ik belde het mannetje nogmaals. Nu kwam hij zelf, met kneedspul, plakspul en smeerspul. Daarna was mijn dak, op het blote oog, een onneembaar fort van waterwerendheid.

Maar nu, terwijl ik hier zit te tikken, hoor ik: plup. Plip. Plipplup.

Ik heb geen idee hoe deze tragedie gaat aflopen. Het water kan, is mij verteld, overal vandaan komen. De enige ingreep die garanties geeft is het hele huis afbreken en van de grond af weer opbouwen. Aantrekkelijk, maar duur.

Meer over