ColumnArie Elshout

Het is weinig vaders gegeven levend het eind van interviews te halen

null Beeld
Arie Elshout

Pas las ik in de krant over het plan voor een film over een worstelende schrijfster. Zij had in haar leven nooit een drama meegemaakt, terwijl in de maatschappij trauma en slachtofferschap de enige mogelijkheid vormen om een kans te krijgen. Dus bestelt ze via een app een trauma om interessanter te worden, vertelde de regisseur. Ik moest erom lachen, dus ik neem aan dat de film een satire wordt. Een komische voetnoot bij wat ik al eens omschreven zag als de psychologisering van onze cultuur.

Begrippen uit de psychologie (zoals internalisering, coping strategie, mindset) zijn termen geworden voor dagelijks gebruik in huis, tuin, kroeg en keuken. Bij problemen zoeken we professionele hulp. ‘Het aanbod aan psychologen, coaches, mindfulness en e-health-training is onuitputtelijk’, zei psychiater Damiaan Denys in deze krant. Hoe ver het soms gaat, begreep ik uit het verhaal van een faalangstige studente die niet wist hoe ze rijst moest koken en daarvan in paniek raakte. Haar moeder hielp. Door haar dochter te leren rijst te koken, zou je denken, nee, ze stuurde haar naar een commerciële online-therapeut.

Het is niet mijn bedoeling geestelijke problemen te bagatelliseren, wie hulp nodig heeft moet dat krijgen. Waar ik moeite mee heb is dat het over niks anders meer lijkt te gaan. Persoonlijk leed wordt gretig uitgevent en door media even gretig opgetekend. Alle aandacht voor lijdens- en slachtofferverhalen zal oprecht zijn, maar tegelijkertijd heb ik de indruk dat er ook - al of niet bewust - een element van marktdenken meespeelt. Leed verkoopt. Het levert aandacht, cliënten, kijkers, lezers, geld op.

De dood is populair. Er worden hele artikelenseries aan gewijd. En het is maar weinig vaders gegeven levend het eind van interviews te halen. Ook werd pas in de Volkskrant de zelfgekozen dood van iemand beschreven. Er was een plausibele journalistieke reden voor, toch vond ik de minutieuze beschrijving van de doodstrijd akelig. Ik wil niet alles weten, zien of horen. Onder het artikel stond het telefoonnummer van Zelfmoordpreventie. Dat gebeurde binnen anderhalve week driemaal. De vroegere terughoudendheid om te schrijven over zelfdoding is weg.

In deze dagen rond Kerst en Oud & Nieuw, een periode van stilte en reflectie, moet ik terugdenken aan de zwijgcultuur van vroeger. Dit voorjaar ging de overlijdensrubriek Het Eeuwige Leven over verzetsvrouw Wil van Gurp, de laatste Nederlandse overlevende van het nazi-concentratiekamp Dachau. Als koerierster vervoerde ze voor het verzet dynamiet met een bomgordel. Van dit oorlogsverleden wist niemand iets. Zelfs met haar kinderen praatte ze daar nooit over, zei haar zoon. Pas na haar 90ste begon ze dat te doen.

Ik denk ook aan mijn moeder, Neeltje Elshout-Van Meel, landarbeidersdochter uit de Haarlemmermeer. Haar eerste man verdronk toen ze halverwege de twintig was. Op haar 49ste stierf haar tweede man (mijn vader). Vier jaar daarvoor was een dochtertje doodgeboren. Aan verdriet geen gebrek in haar leven, maar ze sprak er met geen woord over. Ze verdrong het en schiep zo de ruimte om verder te leven met behoud van haar typische vrolijkheid.

Met haar derde man bouwde ze een bloeiend bedrijf op. Ze kreeg het beter dan ooit in haar leven, maar juist op dat moment besloot het leven dat het genoeg was en kreeg ze kanker. Dat was wreed, maar nooit kwam er iets van verbittering of zelfbeklag over haar lippen, zelfs niet in de laatste zware weken op haar ziekbed in de huiskamer. Ze werd 63.

Zwijgen was voor vroegere generaties heel gewoon. Is dat beter? Nee, ook niet. Ik vond in een schoenendoos een witte naamkaart van het Academisch Ziekenhuis in Leiden, van de Polikliniek voor Verloskunde en Vrouwenziekten. Het is het enige dat herinnert aan het doodgeboren zusje, ik staar ernaar en besef dat ik dat verhaal nooit zal kennen.

Maar wat vroeger te weinig gebeurde, gebeurt nu te veel. Nu tel je niet mee als je zelfs de meest private dingen niet publiekelijk uitdraagt, lijkt het. Daarom zou ik met het oog op het nieuwe jaar willen zeggen: we hoeven niet alles met iedereen te ‘delen’.

Arie Elshout is journalist. Hij schrijft elke week een wisselcolumn met Thomas van der Meer.

Meer over