ColumnNew York Times

Het is tijd voor een minister tegen Eenzaamheid

null Beeld null

Wij mensen zijn erg eenzaam met z’n allen, en we gaan daaraan dood. Dus is een minister voor Eenzaamheid geen gekkigheidje, betoogt New York Times-columnist Nicholas Kristof.

Sociaal isolement is ­dodelijker dan vijftien sigaretten per dag roken, of dan obesitas, zo blijkt uit onderzoek van Julianne Holt-Lunstad van de Brigham Young University. Omdat obesitas in de Verenigde Staten in verband wordt gebracht met 300 duizend tot 600 duizend sterfgevallen per jaar, mag je aannemen dat eenzaamheid een enorme, zij het stille, doodsoorzaak is.

Eenzaamheid vergroot de kans op ontstekingen, hartkwalen, dementie en verhoogt het sterftecijfer zeggen onderzoekers, maar het maakt ons ook ongelukkig, alsof we in een schilderij van Edvard Munch leven. Gezondheidszorgdeskundigen in vele landen discussiëren over hoe we de ‘eenzaamheidsepidemie’ kunnen bestrijden die ons moderne ­leven uitholt. Groot-Brittannië heeft daarbij het voortouw genomen: vorig jaar werd daar een ‘minister voor Eenzaamheid’ benoemd.

‘We krijgen er bijna allemaal mee te maken op een zeker punt in ons leven’, zei de minister, barones Barran, tegen mij. ‘Het kan heel ernstige gevolgen hebben voor de individuele gezondheid en het ondergraaft onze samenleving, waarin mensen geïsoleerd en afgesloten raken.’

Eenzaamheid wekte mijn interesse toen ik werkte aan reportages over de drugsverslavingepidemie en de stijgende zelfdodingcijfers in de VS. Deze problemen hebben ingewikkelde oorzaken, deels economisch, maar komen ook voort uit sociaal isolement. De grotere families zijn uiteengevallen. Sociale instellingen zoals kerken, kegelclubs en buurtverenigingen lopen leeg. We zijn niet meer zo ingebed in onze ­gemeenschappen.

Ruim eenvijfde van de volwassenen in zowel de VS als Groot-Brittannië verklaarde in een enquête van 2018 zich vaak of altijd eenzaam te voelen. Een kwart van de Amerikanen woont alleen en, zoals het liedje zegt: ‘One is the loneliest number’.

Eenzaamheid heeft op twee manieren effect op het lichamelijk welzijn. Ten eerste worden er stress­hormonen door aangemaakt, die kunnen leiden tot ontstekingen en andere gezondheidsproblemen. Ten tweede: mensen die alleen leven, gaan minder makkelijk naar een arts, vergeten eerder hun medicijnen, doen minder aan lichamelijke oefeningen of volgen minder een ­gezond dieet. We hebben misschien een hekel aan de bemoeizucht van onze dierbaren, maar het houdt ons in leven.

Toen ik naar mijn afspraak met Barran ging, had ik het idee dat de minister voor Eenzaamheid een gekkigheidje was. Maar nu ben ik ervan overtuigd geraakt dat dit een model kan zijn voor andere landen.

Het ministerie begon met een campagne ‘Laten we praten over eenzaamheid’, die leidde tot een reeks moeilijke gesprekken overal in Groot-Brittannië. Het ministerie geeft kleine subsidies aan tuinierclubs, vogelverenigingen en dergelijke, zodat die meer leden kunnen werven. Een voorbeeld: een groep inwoners van Birmingham kreeg ongeveer 600 euro om bordspellen te kopen en een club te beginnen.

Het ministerie steunde ‘vriendelijke bankjes’, dat zijn openbare banken waarop gebruikers worden aangespoord met elkaar aan de klets te gaan. Het ijvert voor behoud van openbare ruimten en gaat afbraak van het openbaar vervoer tegen, alles om isolement te bestrijden. De ­regering stuurt sociaal werkers naar gezondheidscentra met als doel eenzame patiënten in contact te brengen met verenigingen.

Barran kon me al een vroege les op grond van de ervaringen voorhouden: plaats geen oproep aan eenzame mensen om zich te melden, niemand wil dat stigma. Het is beter een positieve uitnodiging te publiceren: doe mee aan de hondenwandelclub, de buurttuin of een andere sociale activiteit. ‘We moeten ons richten op wat de mensen kunnen in plaats van op hun problemen. De meesten van ons praten het liefst over hun vaardigheden.’

In ieder geval zijn er goede redenen om dit onderwerp aan te pakken. ‘Als het ons lukt eenzaamheid te bestrijden’, zei Barran, ‘zullen mensen zich sterker voelen, weerbaarder en optimistischer over de toekomst.’ Professor Holt-Lunstad concludeerde dat betere sociale contacten kunnen leiden tot halvering van het risico van een vroegtijdige dood.

Australië, Canada, Duitsland en Nieuw-Zeeland hebben belangstelling getoond voor het overnemen van Britse methoden. Misschien moeten wij in de VS ook het experiment aangaan: wat denkt u van een onderminister voor Eenzaamheid?

Meer over