COLUMNIbtihal Jadib

Het is allemaal mijn eigen schuld ook. Mevrouw wilde ontsnappen aan het lockdownregime

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

‘Hou op met spelen met je piemel en trek je kleren aan. Nú!’ Ik struikel over een half afgebroken legodinosaurus. ‘En ik heb je ook al drie keer gevraagd je spullen op te ruimen!’ Met de lome bewegingen van een luiaard trekt hij een hemd over z’n hoofd. ‘Mama’, roept mijn andere kind, ‘mag ik mijn boodschappenmandje meenemen?’ Ze heeft in haar ijver al twee kinderkoffers volgestouwd met zooi en ergens nog een speelgoedtas vandaan getoverd die ook mee moet, God weet wat ze daarin allemaal heeft verzameld. ‘Geen sprake van’, roep ik terug, ‘we gaan maar twee dagen weg en je kunt niet álles meenemen.’ Ik werp een blik op de klok, het zou nog moeten lukken. Dan steekt mijn man zijn hoofd om de deurpost: ‘Schat, ik ga even naar de golf, dat kan nog net.’ Hoe is het mogelijk, dat het überhaupt in ’m opkomt.

Het is allemaal mijn eigen schuld ook. Mevrouw wilde ontsnappen aan het lockdownregime. Was het niet voor mezelf, dan in ieder geval voor de huisgenoten die ik tijdens de thuiswerkillusie in toenemende mate ben gaan afsnauwen. Vol goede moed boekte ik een weekend weg; het park in de Beekse Bergen bleek nog gedeeltelijk open. Het vooruitzicht alleen al om eindelijk het huis te kunnen verlaten, geeft lucht. Ja, dit zou ons vast goed doen.

Ik moest alleen voor vertrek nog wat werk afkrijgen. De gifbeker van thuiswerken tot de laatste druppel leegdrinken. In de directe nabijheid van kinderen werken terwijl die nog in de levensfase verkeren waarin ze met een onzichtbare elastiek aan je vastzitten, is erg onnozel. Als je met iemand een goed gesprek voert en er marcheert ineens een fanfareband tussenbeide, dan staakt een verstandig mens het gesprek tot de stoet voorbij is. Waarom zou je het op een brullen zetten terwijl je er toch niet bovenuit komt? Desondanks probeer ik nu al weken achtereen, samen met alle andere ouders in Nederland die geen cruciaal beroep hebben, thuis werk af te brullen.

De ochtend verliep verder weinig verrassend: na het nodige gevloek en gezucht flikkerde ik uiteindelijk de hele bende in de auto, inclusief mijn laptop en oplader want het werk was uiteraard nog niet af, en reden we weg. De kinderen begonnen onmiddellijk intens tevreden de achterbank te bevuilen met chips en drinkpakjes, de zon scheen en uit de radio klonk een lekker deuntje. Onderweg hoefden we er niet eens eentje met hoge nood boven de struiken te hangen en ook de navigatie werkte mee, want we kwamen in een rechte lijn uit op de plaats van bestemming. Het vakantiehuisje bleek uit te kijken op de leeuwenweide waardoor de kinderen het eerste half uur vol ontzag stonden te kijken, voor ze ruzie gingen maken over de vraag wie de bovenste helft van het stapelbed zou innemen.

Het huiselijk gedonder was inderdaad een stuk gezelliger, tussen vier nieuwe muren. Na een wandeling door een andere omgeving en een klimpartij in een onbekende speeltuin vielen ze aan op een bord pasta die thuis strijd zou hebben opgeleverd, maar nu vol smaak werd verorberd. Stralend keek de jongste om zich heen: ‘Is dit voor altijd ons huis?’ Ze had er genoeg speelgoed voor meegenomen. Van slapen kwam tot laat in de avond niets terecht, de opwinding over brullende leeuwen in de voortuin was te groot. Maar toen de koppies dan toch omvielen, kon mijn laptop eindelijk weer open. De fanfareband was voorbij.

Meer over