Columnmartin sommer

Het idee dat Nederland nog altijd wegkijkt, is zelf een mythe geworden

null Beeld

Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, neemt dit jaar afscheid. In interviews vertelde zij dat de opdracht voor het comité is de herinnering aan de oorlog levend te houden. Herdenken gaat over nu, de oorlog blijft het referentiekader. En ‘5 mei blijft een dag van nationaal zelfonderzoek’. Hét moment daarvoor is de voordracht in de Nieuwe Kerk op 4 mei. Schrijver Roxane van Iperen kweet zich ditmaal van die taak.

5 mei blijft een dag van nationaal zelfonderzoek, volgens Gerdi Verbeet, de vertrekkend voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei  Beeld Brunopress
5 mei blijft een dag van nationaal zelfonderzoek, volgens Gerdi Verbeet, de vertrekkend voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 meiBeeld Brunopress

Van Iperen vertelde over de geschiedenis als peillood om de positie van onze samenleving te bepalen. Dat was een mooi beeld. Meteen daarna noemde ze premier Schermerhorn, die kort na de oorlog zei dat verzet kenmerkend was geweest voor het Nederlandse volk. Dat was lang geleden en diep gepeild, om nog iets te zeggen over het hier en nu.

Ik luisterde naar de voordracht, las hem later terug en verwonderde me. ‘Een opbeurend zelfbeeld op basis van niet-weten (…) een collectieve bezwering van de monsters onder het bed (…) het schemergebied tussen mythe en kennis, waarin iedereen roept ‘dit nooit meer!’, zonder dat het lijden ten volle is aanschouwd’. Zo had ik er inderdaad nog niet tegen aangekeken.

Volgens Van Iperen is ons morele kompas ook 76 jaar na de oorlog nog steeds niet goed afgesteld. Ik zag koning Willem-Alexander in de kerk zitten. Vorig jaar nog had hij excuses aangeboden omdat zijn overgrootmoeder zich weinig aan het lot van de Joden gelegen had laten liggen. Dat was weliswaar laat, maar hij heeft het gedaan en je kunt er zeker niet uit opmaken dat ‘we’ – wie is toch die ‘we’? – nog altijd niet willen weten hoe erg het is geweest.

Volgens Roxane van Iperen, hier tijden de Nationale Dodenherdenking 2021 op de Dam in Amsterdam, is ons morele kompas niet goed afgesteld. Beeld Brunopress
Volgens Roxane van Iperen, hier tijden de Nationale Dodenherdenking 2021 op de Dam in Amsterdam, is ons morele kompas niet goed afgesteld.Beeld Brunopress

Integendeel, de ‘rouwarbeid’ waar wij ons volgens Van Iperen eindelijk aan moeten zetten, is vanaf begin jaren zestig al luidruchtig begonnen. De beroemde dominee Buskes schreef toen naar aanleiding van het Eichmann-proces dat ‘wij in hem onszelf veroordelen – hebben wij niet allen, wanneer het om de redding der joden ging, met zeer dubieuze redeneringen ons geweten gesust?’ Oud-premier Drees ontstak in woede, omdat hij vond dat Buskes de geallieerden, het Nederlandse verzet en het Nederlandse volk had beledigd.

Han Lammers, net als Buskes theoloog, daarna journalist en vervolgens bestuurder, zei in 1965 ‘dat hij het Nederlandse volk in zijn geheel aan de schandpaal zou nagelen. Ze moeten goed weten, wat ze door nalatigheid hebben misdaan.’

De definitieve breuk met het Nederlandse zelfbeeld was te danken aan Jacques Presser, Joods historicus en schrijver van het baanbrekende boek Ondergang, over de vervolging en vernietiging van de Nederlandse Joden. Het was een steenhard boek, waarin hij in 1965 het niet-weten of het niet-willen weten aan de kaak stelde. Presser verkocht 220 duizend exemplaren, op dat moment het meest verkochte non-fictieboek na de Bijbel. De recensent van nota bene De Telegraaf schreef: ‘De duistere roerselen van het menselijk hart zijn ondoorgrondelijk – wie of wat zijn wij?’

Presser legde de grondslag voor de nieuwe consensus over het vaderlandse gedrag: onverschilligheid. De Nederlander, tot voordien nog een bescheiden verzetsheld, werd ‘de schuldige omstander’. En dat is hij gebleven, afgezien van een korte periode van pogingen tot nuancering en begrip voor een ‘grijs verleden’. Gaandeweg brak het Comité 4 en 5 mei zich het hoofd over de vraag hoe te voorkomen dat de herinnering aan de oorlog zou verwateren. Want vergeten was geen optie.

Dat doel is mooi gehaald, mag je zeggen. De rijen voor het Achterhuis werden jaar na jaar langer. De nationale herdenking op de Dam op 4 mei is een echt nationale gebeurtenis geworden. Kranten, boeken, radio, televisie, je moet afgelopen week onder een steen hebben gelegen om niet indringend met de oorlog te zijn geconfronteerd. ’t Hooge nest, het boek van Roxane van Iperen zelf, steekt qua verkoopcijfers Ondergang van Jacques Presser naar de kroon. Ze moest nog een ingewikkelde pirouette uithalen om haar eigen succes te verbinden met de veronderstelling dat Nederlanders nog altijd liever wegkijken.

Als je het mij vraagt, is het idee dat ‘wij’ de naargeestige oorlogswerkelijkheid niet onder ogen kunnen zien, zelf een mythe geworden. Bij de plechtige herdenking hoort de vaststelling dat Nederlanders het kwaad niet willen zien en daarvoor boete moeten doen. Er is geen Duitse inval meer en geen verzet. Alleen maar die peilloze afgrond in onszelf. Het enige lichtpuntje moest uitgerekend van de Duitse bondskanselier Merkel komen, die in haar speech op 5 mei herinnerde aan de stakingen tijdens de bezetting en memoreerde dat Nederland een eeuwenoude vrijheidstraditie kent. Dat moet voor menigeen nieuws zijn geweest.

In Nederland ontbreekt een positieve boodschap, vindt historicus James Kennedy  Beeld Kiki Groot
In Nederland ontbreekt een positieve boodschap, vindt historicus James KennedyBeeld Kiki Groot

Historicus James Kennedy schreef in 2012 de inleiding van het boek Breekbare dagen (2012), waarin het Comité 4 en 5 mei het eigen 25-jarig bestaan vierde. Hij verbaasde zich als Amerikaan over de Nederlandse herdenkingscultuur. Jaar na jaar wordt in alle toonaarden ‘dat nooit weer!’ geroepen. Aan knagende gewetens geen gebrek, maar van het bevrijdingsfeest op 5 mei wist Nederland nooit veel te maken. Anders dan in de VS, waar de oorlog ook staat voor de goedheid van de bevolking en het belang van de natie, ontbreekt het hier aan een positieve boodschap, aldus Kennedy.

Zo is het. Niet alleen de oorlog, de hele nationale geschiedenis wordt meer en meer de plek van officiële wroeging voor een inktzwart verleden. Gerdi Verbeet gaat als comitévoorzitter met pensioen. Misschien zou haar opvolger eens kunnen omzien naar een ander peillood voor het nationale geweten?

Meer over