ColumnSander Schimmelpenninck

Het gesprek over de verjaring van de erfenis zal er niet van komen

Sander Schimmelpenninck artikel Beeld -
Sander Schimmelpenninck artikelBeeld -

In The White Lotus, een magnifieke tv-serie met fantastische muziek, wordt de Amerikaanse klassenmaatschappij op aanstekelijke wijze op de hak genomen. De serie volgt een aantal welgestelde Amerikanen en het personeel van een Hawaiiaans resort, allen tot een minderheid behorend. De hotelgasten zijn veel minder sympathiek dan het hotelpersoneel, maar aan het einde van het verhaal zijn het toch de rijkaards die aan het langste eind trekken, zelfs als ze beroofd worden of iemand vermoorden.

In een van de sleutelscènes betoogt een rijke vader tegen een woke vriendinnetje van zijn dochter dat niemand ooit zijn privilege zal opgeven, dat zit nu eenmaal in de aard van het beestje. Het is de survival of the fittest, zo betoogt hij streng, murw gebeukt door de irritante politieke correctheid van zijn dochter en haar vriendin. De serie zit vol subtiele kritiek op de wereldvreemde elite, maar óók op de contraproductiviteit van een woke overreactie.

De scène is treffend omdat bloot wordt gelegd hoe de biologie het vrijwel altijd wint van de ratio, hoe de eigen familie altijd voorgaat op de gemeenschap. Voorvaderen kunnen tot de verbeelding spreken, reden zijn voor trots, maar belangrijker nog: voor grote welvaart zorgen. Anderzijds kunnen voorvaderen zorgen voor schaamte, schuld en overerfbare armoede, al is die moeilijker vast te stellen dan overerfbare rijkdom. Maar op het onderwerp van overerfbaarheid is vrijwel niemand te betrappen op rationeel, consequent denken.

Rechtse conservatieven willen zich alleen beroepen op voorvaderen wanneer het hen uitkomt, als er een erfenis of ander voordeel te incasseren valt, maar wensen niet aangesproken te worden op de herkomst van dat vermogen, of de vraag in hoeverre dat vermogen gerelateerd is aan (eigen) verdienste. Ze willen dus wél de lusten, maar niet de lasten.

Radicaal-links lijkt juist alleen geïnteresseerd in de lasten van voorvaderen. Zij willen oeverloos emmeren over foute voorvaderen, behalve als het over de eigen voorvaderen gaat natuurlijk, en maakt daarbij selectief gebruik van het orthodoxe idee van de erfzonde. Zij maken dezelfde fout als conservatieven door uit het verleden behaalde resultaten te willen vertalen naar het heden en een overerfelijk slachtofferschap te claimen, dat gecompenseerd dient te worden.

In het denken over afkomst, privilege en erfenissen is een duidelijke scheidslijn te ontdekken: die tussen conservatieven enerzijds, en liberalen anderzijds. Dat mensen zich op de eerdergenoemde positieve of negatieve dimensie van voorouders beroepen, kan ik alleen maar verklaren met onzekerheid. Wie zich vastklampt aan het verleden heeft blijkbaar geen vertrouwen in het heden en de toekomst, en de eigen zelfredzaamheid of die van de eigen kinderen.

Om tegenwicht te bieden aan het dominante en wijdverspreide erfenisdenken is het niet alleen belangrijk dat liberalen eens wat sterker opstaan tegen de primitiviteit van het primaat van de bloedlijn, maar ook om eens een gesprek te voeren over een ogenschijnlijk simpele vraag: wanneer verjaart de erfenis? Wanneer eindigen zowel de voordelen van voorvaderen, in de vorm van erfenissen, als de nadelen, in de vorm van de erfzonde?

Een echte liberaal zou daarop antwoorden: bij geboorte. Voor individuen verjaren de voordelen van voorvaderen momenteel namelijk niet, buiten een zeer bescheiden erfbelasting. De verjaring van de nadelen is onduidelijker: als Nederlanders wordt ons nu een slavernijverleden aangewreven, terwijl we de Duitsers na 75 jaar eigenlijk wel vergeven hebben.

De individuele en gemeenschappelijke dimensie van de verjaring van de erfenis lijken dus behoorlijk verschillend. Het gesprek over de verjaring van de erfenis zal er niet van komen; we leven helaas in een tijd waarin de obsessie met de eigen kinderen het altijd wint van de ratio.

Meer over