ColumnLoes Reijmer

Het gaat te weinig over de ogen die Lale Gül klein willen houden

null Beeld

Snel had ik nog wat biertjes bij de Albert Heijn To Go gekocht. We waren op weg naar een bedrijfsfeest – je moet wat om het eerste uur draaglijk te maken. Met het blik Heineken in de hand liepen we over Utrecht Centraal, de vrouw met de beste ­krullen van de wereld en ik. Een vrouw die veel vrijgevochtener is ook, veel scherper, iemand die het woord ‘vrouwenhaat’ ­uitspreekt zoals het moet klinken, niet aarzelend of verontschuldigend, maar met het vuur op de tong.

‘Het is ramadan’, zei ze. ‘Ik voel dat ze kijken.’

Dat was de eerste keer dat ik me echt bewust werd van de ogen. Natuurlijk, ze had erover verteld en geschreven. Maar dat de ervaringen van twee vrouwen op weg naar een feestje zo uiteen kunnen lopen – de een bezig met de vraag hoelang ze het gaat uithouden op haar hoge hakken, de ander met de afkeurende blik van de conservatieve, patriarchale cultuur waarvan ze zich allang heeft losgemaakt – ja, dat beklijfde nogal.

De afgelopen weken moest ik veel denken aan de ogen. De ogen die niet alleen kijken, maar zich ook van alles permitteren. Oordelen, klikken, bedreigen. En hoe die ogen zich door sociale media niet meer beperken tot stations, straten en pleinen, maar overal ­kunnen zijn, als een panopticum van de onvrije geest. Dat het in de verkiezingscampagnes zo weinig over die ogen gaat, dat je voor kritiek erop vrijwel alleen terechtkunt in het winkeltje van een foeterende, ­geblondeerde xenofoob. En hoe die ogen hun thuis hebben gevonden in Denk, een partij die er niet voor terugschrikt om andersdenkende politici met een migratieachtergrond te intimideren.

De 23-jarige Lale Gül publiceerde het boek Ik ga leven over opgroeien in een streng islamitisch gezin en wordt sindsdien bedreigd. Haar familie ziet haar als een nestbevuiler, de goede eer, wat dat dan ook moge zijn, is belangrijker dan het welbevinden van de jonge vrouw. Op sociale media roepen de Osmans, Younessen en Mustafa’s dat ze haar iets willen aandoen. Gül is moedig, maar het lijkt me veel om te dragen, zeker ­omdat de steun thuis ontbreekt.

Onlangs stonden ­Nederlanders van ­Marokkaanse komaf op tegen de praktijken van influencer Youness Ouaali, Allahs zelf­benoemde plaats­vervanger in de polder, die meisjes en lhbti-jongeren exposet omdat ze zich op sociale media niet vroom genoeg zouden gedragen. Zelf werd Ouaali in 2020 veroordeeld voor seks met een zwakbegaafd meisje van 15 jaar oud, maar hij nagelt zijn slachtoffers voor alledaagser gedrag aan de schandpaal. Omdat ze een dansje doen op TikTok ­bijvoorbeeld, of make-up dragen. ‘Als je niet lastiggevallen wilt worden, moet je niets posten’, zei hij ­tegen de Volkskrant. ‘En ouders: let op je kinderen. Als jullie dat doen, komen ze niet op mijn kanaal.’

Zo werkt dat dus met die ogen. Vrouwen en lhbti’ers met een niet-westerse migratieachtergrond moeten strijd leveren op twee fronten: dicht bij huis, waar de blik van bekenden en onbekenden hun ­vrijheid inperkt. En vervolgens ook nog op internet, een plek waar ze vrijer zouden kunnen zijn, maar waar de Younessen komen vertellen hoe ze zich dienen te gedragen – of erger.

Deze verkiezingscampagne gaat nauwelijks over ­integratie. Even leek dat een opluchting, na verkiezingen vol geleuter over de vraag of nieuwkomers ook het elfde couplet van het Wilhelmus in de juiste toonhoogte moeten kunnen meezingen. Maar de luwte maakt ook dat de heren van Denk er met een plichtmatig ‘bedreiging is onacceptabel’-tweetje over Lale Gül vanaf komen. Dat ze niet door interviewers ­worden doorgezaagd over de vraag waarom een partij die strijdt tegen uitsluiting, zó de ogen sluit voor onderdrukking in eigen kring.

Meer over