Opinie

'Het Europees parlement is in feite overbodig'

Hoe kan er sprake zijn van een Europees parlement als er niet zoiets is als een Europees volk? Dit orgaan vertegenwoordigt de burgers niet, schrijft Jean Wanningen.

OPINIE - Jean Wanningen
Europarlementslid Kay Swinburne in Straatsburg, in juni vorig jaar. Beeld epa
Europarlementslid Kay Swinburne in Straatsburg, in juni vorig jaar.Beeld epa

'In mei valt voor het eerst echt wat te kiezen', schreef Michiel van Hulten (de Volkskrant, 8 februari) als reactie op Adriaan Schout, die betoogde dat het Europees Parlement (EP) geen echt parlement was. De heer Van Hulten stelt daartegenover dat het EP wel degelijk wat voorstelt en op vrijwel gelijke voet staat met de Europese Raad van Ministers. Hij heeft natuurlijk gelijk dat het belangrijk is om te gaan stemmen op 22 mei: het is de laatste kans voor de kiezer om het proces van sluipende soevereiniteitsoverdracht aan Brussel te stoppen en waar mogelijk terug te draaien. Maar Van Hultens visie op het democratisch gehalte van het EP behoeft enige nuancering.

Een parlement, een volksvertegenwoordiging, veronderstelt een volk. Maar er is geen Europees volk, hoe kan er dan sprake zijn van een Europees parlement? Het is waar dat het EP na 'Lissabon' meer invloed heeft gekregen, maar op het wezenlijke terrein van economische en monetaire zaken heeft het niets in te brengen. Ja, het kan de hele Europese Commissie naar huis sturen, maar dat is meer een theoretische dan een praktische bevoegdheid. En tot slot is er geen sprake van een Europese regering, een Europese staat en een echte Europese machtenscheiding. Het EP zit er dus eigenlijk voor spek en bonen.

Volgens Van Hulten zal die Europese staat er ook niet komen, want 'de hoogtijdagen van het integratie-federalisme' zijn volgens hem voorbij. Dat valt nog maar te bezien. Wie Eurocommissaris Reding hoort spreken, vorige week maandag nog in Cambridge, hoort iets heel anders. Mevrouw Reding zei daar letterlijk: 'In my personal view, the eurozone should become the United States of Europe.' Opvallend dat ze alleen over de eurozone sprak en niet over de EU als geheel. Klaarblijkelijk durfde ze het niet aan om haar gastheren te zeer voor het hoofd te stoten. Maar de richting waarin wordt gedacht is helder.

Willen de volken van de EU wel centraal bestuur?
Waar dit soort ongekozen bureaucraten steevast aan voorbijgaan is aan de vraag wat de volken van de EU willen. Willen die wel een gecentraliseerd bestuur vanuit Brussel en Straatsburg? Voelen zij zich wel vertegenwoordigd door het EP? De opvatting die steeds vaker en steeds luider klinkt, is 'zakkenvullers'. 'Over de rug van de hardwerkende belastingbetaler', wordt er vaak nog aan toegevoegd. Het EP mist de band met de burger, deze voelt zich niet vertegenwoordigd. Sterker, die burger is 'Brussel' zat. Daarmee voldoet het parlement niet aan de belangrijkste vereiste van zijn bestaansrecht: het is een van de burger 'verweesd' parlement.

Het democratisch tekort van 'Brussel' komt ook op een andere manier naar voren. Men is als de dood voor referenda over de vraag 'in of uit' de EU, zoals de Britse premier Cameron wil. Daarom probeert men ook zo lang mogelijk een verdragswijziging uit te stellen, want dan ontkomt men er niet aan. Die vraag wordt nog eens versterkt door het gedrag van de Commissie.

Het soevereine Zwitserland wordt gedreigd met sancties vanwege de uitkomst van een volksraadpleging die de Commissie onwelgevallig is; sommige EU-adviseurs verlaten voortijdig het overleg tussen de VS en de EU over het vrijhandelsverdrag TTIP omdat de democratie buiten spel wordt gezet; regeringsleiders van eurozonelidstaten (Griekenland, Italië) worden door de Commissie gedwongen hun biezen te pakken. En dan heb ik het nog niet eens over de toenemende politieke rol van de Europese Centrale Bank, die samen met de Commissie economische hervormingen wil afdwingen bij zwakke eurolanden. Is er iets gevraagd aan de bevolking van die landen?

Debat
Maar dit is nog niet alles. In een 'normaal' parlement dient er sprake te zijn van een debat. Niet alleen tussen de parlementsleden onderling en de regering die zij moeten controleren, maar ook met de achterban. Nu is dat in de eigen taal vaak al moeilijk genoeg, laat staan in de 24 talen die het EP rijk is. En gelet op de expansiedrift van de Commissie worden het er vast nog meer. Dat dit niet zelden leidt tot de spreekwoordelijke babylonische spraakverwarring moge duidelijk zijn.

Een volgend punt is de enorme regel- en bemoeizucht. Op papier wordt het subsidiariteitsbeginsel gehuldigd. Minister Timmermans is met een lijstje naar Brussel gereisd. Maar de realiteit is dat de Commissie zich steeds meer en steeds nadrukkelijker bemoeit met het leven van burgers en bedrijven, terwijl die daar helemaal geen behoefte aan hebben. Van de hoeveelheid water die maximaal mag worden doorgespoeld bij een bezoek aan het toilet tot het maximaal toegestane aantal watt van de stofzuiger, van het geluid van de grasmaaier tot de lengte van condooms, alles wil de Commissie in wetgeving vastleggen. En het EP gaat ermee akkoord.

Om kort te gaan, dit EP ontbeert een staatsrechtelijke grondslag want er is geen Europees volk, de (Europese) burger voelt zich niet vertegenwoordigd en heeft geen idee wat zich in het EP allemaal afspeelt. Het EP is dus in feite overbodig. En het scheelt nog geld ook. Veel geld.

Jean Wanningen is hoofdredacteur van DDS Finance International

Meer over