ColumnSheila Sitalsing

Het enige dat ik wil weten: met hoeveel zijn de lepe jongens gaan lopen?

null Beeld

Dat in tijden van crisis en oorlog het geld voor het ­oprapen ligt, hoef je de mensen die wat handiger, gewiekster en brutaler zijn aangelegd dan gemiddeld niet te vertellen. Terwijl de sukkels – de meeste mensen, zeg maar – nog verward op hun morele kompas staan te turen, en terwijl op de ministeries ambtenaren wankelend steun bij elkaar zoeken, staan de lepe jongens en meisjes al klaar rond de inderhaast opgetuigde noodkassen. Pssst, mondkapjes? Testen? Vriendenprijsje, omdat jij het bent, ­eigenlijk verlies ik erop maar het is voor het goede doel. Als jij 50 miljoen doet, gooi ik er een paar van die geinige beademingsapparaten bij, gratis, voor jou, want zo ben ik.

Woensdag zette de Rekenkamer in het jaarlijkse Verantwoordingsonderzoek nauwgezet uiteen dat het ministerie van Volksgezondheid niet kan uitleggen of miljarden aan belastinggeld die in het heetst van de coronacrisis aan mondkapjes, beademingsapparaten en coronatesten zijn uitgegeven, goed zijn besteed. Er zijn geen bonnetjes, er is geen helder zicht op wat is besteld en wat is geleverd.

Een bijstandsmoeder moet voor minder haar stiekem ­cadeau gekregen boodschappen en haar waardigheid inleveren, maar dit is de overheid en om de een of andere ondoorgrondelijke reden komt de overheid altijd makkelijk weg (zie ook: kinderopvangtoeslagschandaal).

Het wás dan ook een perfecte storm waarin het ministerie van Volksgezondheid vorig voorjaar belandde. Zo is de boekhouding er al twee decennia een zootje – de Rekenkamer waarschuwde in de afgelopen twintig jaar zeventien keer dat de jaarrekening niet op orde was (ook zoiets waar een ministerie in dit land gerust twintig jaar ongemoeid mee weg kan ­komen).

Toen kwam corona. Al snel bleek dat de beginselen van just in time delivery reuze handig zijn in vredestijd, net als de principes van ‘efficiënt voorraadbeheer’, de hoofdregel dat je alles uit China moet laten halen wat daar te halen valt, en het geloof in een ‘slanke en lenige overheid’ (ergo: een overheid waar ­kennis is wegbezuinigd, want je kunt immers ook kennis inkopen via de almachtige markt). En volslagen nutteloos in crisistijd. (Overigens geldt dit inzicht ook voor de crisis in Groningen: elke euro uitgekeerde schadevergoeding daar vergt 56 cent aan uitvoeringskosten; de helft daarvan is voor schade-experts, aldus de Rekenkamer).

Ziekenverzorgers kampten met mondkapjesgebrek. De Tweede Kamer kreet ‘schande’ en eiste per motie dat iedereen in de zorg ‘volgende week’ over beschermingsmiddelen moest beschikken. Deze krant beschreef vorig jaar hoe brave amb­tenaren met louche figuren afspraken om op een winderige parkeerplaats tegenover de Gamma in Lelystad mondkapjes in ontvangst te nemen (het ging niet door).

Dat moest wel mis gaan, ook met de verantwoording aan het parlement: volgens de Rekenkamer is ‘de hoeksteen van het democratisch bestel in het geding’, omdat belastinggeld is uitgegeven zonder dat voor te leggen aan de Tweede Kamer. En natuurlijk waren er de smoesjes achteraf: Wopke Hoekstra, die als minister van Financiën toezicht had moeten houden, verdedigde zich woensdag door te zeggen dat ‘het een uitzonderlijk jaar’ was. Hij vermeldde er niet bij dat de Rekenkamer afgelopen najaar al waarschuwde voor een administratieve puinhoop bij Volksgezondheid.

Het enige wat ik graag wil weten: met hoeveel zijn de lepe jongens en meisjes gaan lopen? En de Groningse schadespecialisten, niet te vergeten. Ik vrees dat niemand dat meer weet.

Meer over