ColumnAleid Truijens

Het eindexamen Nederlands is een bloedeloos gedrocht dat zijn doel mist

null Beeld

Het regende weer klachten bij het Laks, over het eindexamen Nederlands. Het vaakst bij het havo-examen: te lange teksten, te veel vragen. Ik zou, als ik eindexamen deed, ook boos zijn over dit examen, en niet alleen over de lengte. Het eindexamen Nederlands, vmbo, havo en vwo, is een bloedeloos, slaapverwekkend gedrocht. ‘Zaaddodend’ noemde Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) het in radioprogramma De Taalstaat terecht.

Aan de teksten zelf ligt het niet. Die zijn goedgeschreven en interessant, althans, voor mij. Ik ben een fan van Maarten van Rossem en zijn constatering ‘Mij is nooit opgevallen dat historici betere analisten van hun eigen tijd waren dan niet-historici’ is briljant, maar houdt dit 18-jarigen bezig? En waarom, bij het havo-examen, een stuk over vloggen van een vader die zich afvraagt ‘Zullen mijn kinderen nog weten wat een journalist is’, en niet van een vlogger?

Alle drie de auteurs van de vwo-teksten zijn manlijke hoogleraren op leeftijd. Moet dat? Opvallend is dat de gemiddelde leeftijd én het aandeel manlijke auteurs dalen per schooltype: bij het havo-examen evenveel teksten van mannen als vrouwen, bij het vmbo-examen drie vrouwen. Dat zegt iets, bedenk zelf maar wat.

Het gaat me vooral om de verschrikkelijke vragen. Ben je een goede lezer als je het verschil weet tussen een ‘algemene doelstelling’ en een ‘beredeneerde hypothese’? Of als je verwijswoorden en argumentatietypen herkent? In deze examens gaat het om slaafs benoemen, met termen en trucjes die er tevoren in zijn gestampt, niet om begrijpen wat je leest, erover nadenken en erop reageren. Toetsbaarheid en normeerbaarheid lijken de voornaamste criteria.

Beter dan examenkandidaat gymnasium Kees Verstappen het formuleert in Trouw (21 mei) kan ik het niet zeggen: ‘Geen tekstschrijver vult argumentatieschema’s in of denkt na over “kernwoorden”. Waarom leven de examenmakers dan in deze buitenaardse wereld?’

Al zou je dit examen verbeteren, dan nog bestaat staat het alleen uit tekstverklaring. Andere onderdelen, zoals literatuur en schrijven, mogen de scholen zelf toetsen. Die gangbare schraalheid van het eindexamen Nederlands, waarbij het vak is uitgebeend tot pure functionaliteit, als hulpje voor andere vakken, heeft uiteraard invloed op de schooljaren ervoor. Ook daar zijn literatuur en schrijven gemarginaliseerd. Dat is niet de schuld van de leraar Nederlands: er moet eindeloos worden geoefend op tekstverklaring, want anders vallen de cijfers tegen..

En als het nou nog hielp! Maar nee, het aantal functioneel analfabeten onder pubers is toegenomen tot een kwart, en het percentage leeshaters groeit alarmerend. ‘Zet leerlingen weer aan het lezen!’ smeekt Kees Verstappen in zijn stuk. Dat geldt zeker ook voor vmbo-leerlingen. Die komen vaak nergens anders in aanraking met jeugdboeken, poëzie en theater. Jezelf uitdrukken en daar plezier in hebben, is belangrijk voor iedereen.

‘Vroeger’ was heel veel níet beter op de middelbare school – zowel mijn kinderen als ikzelf herinneren zich een woestijn van verveling – maar het vak Nederlands was vaak een oase. Daar werd wél gepraat over verhalen, films, de wereld en het leven, over wat je meemaakte, dacht en voelde. Je kon je ideeën onder woorden brengen in eerste schrijfsels. Precies die onderdelen, waarbij het draait om creativiteit, verbeelding, empathie en zelf nadenken, werden weggesaneerd.

Nu is het moment. Vorige maand werd een motie van Paul van Meenen, om de eindexamens in de talen te herzien, aangenomen in de Kamer. Universitaire neerlandici als Theo Witte, Yra van Dijk, Kees de Glopper en veel van hun collega’s, pleiten al jaren voor verandering. Overheid, breng zulke mensen bijeen. Stop de ontbladering van het mooie vak Nederlands.

.

Meer over