VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Nijmegen

Het einde van het keukentafelgesprek is hopelijk een begin

null Beeld

Zes jaar later stopt de gemeente Nijmegen met keukentafelgesprekken, en met de ‘sociale wijkteams’, want de beloften van destijds zijn niet ingelost en de begrotingstekorten groeien, net als de wachtlijsten. Alles zou beter en goedkoper worden door het aan de gemeenten te laten, maar het werd zoals gevreesd duurder en bureaucratischer, dus gaan ze het hier anders doen, te beginnen bij de jeugd.

Een gezin in kleine of grote problemen krijgt voortaan een vaste ‘gezinswerker’, niet bezwaard door bemoeienis van rekenmeesters bovenaf, het ‘buurtteam’ werkt autonoom en generalistisch. ‘Het gezin is de baas’, zegt Edith Dorand, ‘en wij helpen erbij’ – ze is een ervaren jeugdhulpverlener, duidelijk opgelucht met de herwonnen professionele vrijheid.

Hulpverlenen is vaak verworden tot een eindeloos heen en weer schuiven van perspectiefplannen en zelfredzaamheidsmatrixen, beoordeeld door anonieme ‘loketten’; hulp vragen is het almaar weer vertellen van hetzelfde verhaal aan nieuwe mensen die de problemen in de juiste hokjes moeten gieten, en met indicatiestellingen grip proberen te houden op de kostenefficiëntie.

‘Dit is veel fijner’, zegt Edith, ‘ik heb meer tijd en ruimte om vertrouwen van een gezin te krijgen, en dat is toch de basis. Het doel is preventie en er vroeg bij zijn, de problemen niet laten groeien.’

Gezinswerkers. Vlnr Edith Dorand, Robijn Pouwels, Rietje Compiet, Imke Elshof. Beeld Toine Heijmans
Gezinswerkers. Vlnr Edith Dorand, Robijn Pouwels, Rietje Compiet, Imke Elshof.Beeld Toine Heijmans

Elk buurtteam is verantwoordelijk voor een stadsdeel en maakt eigen afwegingen, daar komen geen spreadsheets of productienormen aan te pas, ‘de bomen groeien niet tot de hemel’, zegt Rietje Compiet, de directeur-bestuurder, ‘maar het belangrijkste is nu dat we de goede afwegingen maken’. Geen keukentafelgesprek meer nodig, meteen ter zake.

Het is in een wijkcentrum in het zuidwesten van de stad, iedereen kan er binnenlopen, en zelf gaan de gezinswerkers de huisartsen af, de scholen, het jongerenwerk, ‘gewoon vragen of je kennis mag maken’. Echt middenin de wijk willen ze zijn, en ze sommen eenvoudig de belangrijkste problemen op: armoede en isolement. Psychische ziektes wortelen vaak in de omstandigheden, weten ze, daar kun je maar beter breed naar kijken.

Collega Imke Elshof: ‘Het is eigenlijk niet lullen maar poetsen. Dat gevoel hebben we hier echt allemaal: we gaan ervoor, in plaats van eerst een plan maken en daar dan over vergaderen.’ En ze vertelt hoe ze voorheen op huisbezoek ging om uit te leggen welke organisatie kwam ter ondersteuning, ‘nu vraag ik wat ze zelf graag willen, ook de kinderen, dat is een echt gesprek.’

Elke gezinswerker heeft een maatje om mee te overleggen, verder zijn de beslissingen aan het team. Edith: ‘We hebben allemaal gestudeerd, we weten wat we kunnen, het kan zo simpel zijn soms.’

Eigenlijk, zegt teamleider Robijn Pouwels, ‘zijn wij een soort sociale huisartsen’, want huisartsen hebben hier geen tijd meer voor (Edith: ‘ja, dat doen de kappers nu hè’).

De andere kant van hun enthousiasme is dat dure, gespecialiseerde zorg niet nodig is; veel jeugd komt via de huisarts bij de psycholoog of psychiater terecht. De gemeente hoopt dat te verminderen naar twintig procent (toch weer cijfers). Dit is geen bezuinigingsoperatie, zei de wethouder tegen Binnenlands Bestuur, maar ze rekent wel op flinke besparingen want ook hier is een miljoenentekort en als ik ernaar vraag zegt Rietje: geld is best belangrijk, maar nu even niet. ‘Als je de verhalen hoort van ouders, kastje muur, stad en land, jarenlang zoeken naar hulp… dat is wat ons drijft: proberen je te verplaatsen in die gezinnen, vragen hoe ze het zélf zouden willen. Het moet betaalbaar blijven, maar ik denk niet dat het helpt als we continu worden afgerekend op wat het kost en wat het oplevert.’

Nooit was het mentale welzijn zo laag in Nederland, en nooit waren de gemeenten zo in financiële problemen, dat is kort samengevat de situatie zes jaar na de decentralisatie, met het keukentafelgesprek als meest tastbare element. De overheid bij je thuis om te bekijken of de problemen ernstig genoeg zijn, een invasieve methode - zelfs de bedenker ervan, PvdA’er Jet Bussemaker, zag hoe het al snel vervormde tot een ‘afvinklijst’.

‘Ik wil gewoon hulpverlenen’, zegt Edith met al haar ervaring, ‘als ik een vraag krijg, wil ik actie en dat kan nu weer’.

Wat hier gebeurt lijkt een kleine verandering: de decentralisatie is een rijdende trein waar niemand uit durft te springen, de bureaucratie een onuitroeibaar monster. Maar misschien is het einde van het keukentafelgesprek een begin.

Meer over