ColumnSheila Sitalsing

Het CDA moet na een crisis altijd naar ‘het midden’. Waarop enorme verwarring ontstaat over waar het midden ligt

null Beeld

De charme van het CDA is dat er altijd wel iemand in die contreien is die een rapport aan het schrijven is, of een reactie op een rapport, of een reactie op een reactie, of gewoon een teleurgestelde brief van zestien kantjes. Over hoe het verder moet, over wat de kern van de christendemocratie is. Over rentmeesterschap en publieke gerechtigheid en gespreide verantwoordelijkheid en of je heel erg in god moet geloven om christendemocratisch te zijn, of dat je de C met het oog op de uitstervende achterban ruim mag interpreteren. (Ja, dat mag, legde het oud-Kamerlid Chris van Dam vorige week nog maar eens uit in zijn Hannie van Leeuwenlezing: ‘We zijn geen kerk, we zijn een volkspartij met een politiek antwoord op het evangelie.’)

De papierberg eindigt meestal in het dringende advies te navigeren naar het midden. Waarop enorme verwarring ontstaat over waar dat midden ligt, en hoe je een kompas moet lezen. Daarna moet er een nieuw rapport komen.

Het zijn betrokken mensen, de CDA-leden die dit weekend naar het ledencongres in de Brabanthallen in Den Bosch afreizen of het geplaceerde evenement online bijwonen. Ze hadden ook kunnen gaan vissen, maar ze hebben hart voor hun partij, en dat hart bloedt.

Ze kennen ook dat geduldige papier. Ze kennen de mooie voornemens om ‘zij aan zij’ goede werken te verrichten, en ze kennen de barre praktijk waarin betrokken CDA’ers soms gewone mensen blijken te zijn die Pieter Omtzigt een ‘ongelooflijke klootzak’ vinden omdat hij op soloverkiezingscampagne ging.

Ze hebben gezien hoe Wopke Hoekstra, nadat Hugo de Jonge als lijsttrekker was gewipt, eigenhandig onderdelen uit het verkiezingsprogramma sloopte – nota bene delen die uit zo’n rapport over rentmeesterschap en gerechtigd kwamen. Ze waren verbijsterd over de lege verkiezingscampagne: Hoekstra die het dacht te halen met z’n kaaklijn en sexy pootje-over doen met schaatsen, Hoekstra die ‘Nu doorpakken’ een prima slogan vond. Welk normaal mens zegt ‘doorpakken’, doorpakken naar wat? Ze zien het CDA na de nederlaag vooral doorverschrompelen in de peilingen. Ze zien hoe Hoekstra zich in de non-formatie vastklampt aan Mark Rutte als een drenkeling aan wrakhout.

Bij de PvdA was een partijleider om minder in mootjes gehakt en aan de honden gevoerd, maar CDA-leden lijken dit keer voornemens de bloeddorst te beteugelen. Het is al erg genoeg dat Omtzigt op drift is geraakt. Dus stemt het congres dit weekend over een stapel tamme resoluties, vol keurige zorgen die íédereen graag wil oplossen, zij aan zij.

In de podcast Betrouwbare Bronnen van journalist Jaap Jansen en CDA-historicus Pieter Gerrit Kroeger trad deze week Richard van Zwol aan, opsteller van het nieuwste CDA-rapport, samen met Pieter Jan Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Er vielen interessante opmerkingen: ‘In het CDA zijn we goed in mooie woorden; de politieke daden blijven daarbij achter.’ ‘Het CDA had de neiging te zwichten voor de populistische verleiding. Sybrand Buma omarmde de bezorgde burger, maar I feel your pain zeggen is te mager als er geen richtinggevend, hoopvol perspectief tegenover staat.’ ‘De gemiddelde CDA-kiezer is 65-plus, blank, man en woont in Tubbergen; als je je als partij daarop concentreert, wordt het een sterfhuis.’ ‘Kiezers zweven niet omdat er zo veel te kiezen valt, maar omdat er zo weinig te kiezen valt. Het is allemaal technocratie zonder onderliggende waarden. Het is hoe en wat zonder waarom.’

En toen zei Van Zwol dat een minderheidskabinet van VVD en D66 wellicht voor de hand ligt, en dat het CDA niet per se moet willen regeren. Uit alle verstandige adviezen was dit het allerverstandigste.