ColumnSheila Sitalsing

Het CDA kan niet wegkomen met het inhuren van een achteraf-geweten

null Beeld

Toen Sywert van de mondkapjes onlangs in het interview met Twan Huys van Buitenhof zei dat hij ‘een moreel kompas had laten opstellen’, dachten we thuis dat we het verkeerd hadden verstaan. Maar bij terugluisteren van het vraaggesprek waarvan hij misschien had gehoopt dat het zijn rehabilitatie zou inluiden als persoon die bekend is van vaak op radio, televisie en Twitter zijn, bleek dat hij het echt had gezegd: ‘Na de zomer van 2020 heb ik een moreel kompas laten opstellen, hoe ik zelf terugkijk op hoe het is gelopen. Wat vind ik ervan, wat voel ik erbij, waar kom ik vandaan, waar sta ik voor.’

Alles aan de opmerking was koddig. Het idee dat een moreel kompas niet iets is dat in je zit, ergens tussen de lurven en de kladden, maar een afvinklijstje dat je er achteraf bij kunt pakken. De verspreking met dat ‘laten opstellen’. (Of was dit geen verspreking en zou hij daar echt iemand voor in de arm hebben genomen?)

Maar toen hadden we nog niet gelezen wat Dion Graus van zins is. Graus, het TweedeKamerlid voor de PVV dat door diverse vrouwen, die NRC Handelsblad sprak, wordt beschuldigd van seksuele intimidatie, stalking en het dwingen van zijn toenmalige echtgenote tot seks met zijn particuliere bewakers, liet maandagavond per persbericht weten dat hij ‘een onafhankelijke adviseur integriteit’ wil laten aanstellen om de zaak te onderzoeken. Alsof hier een gewetenskwestie aan de orde is, alsof het draait om een aangelegenheid waarin de hamvraag is of de bedoelingen goed waren (wat voel je erbij, Dion, waar kom je vandaan?) toen de dingetjes misschien wat gek liepen.

Mensen die achteraf de dominee inhuren voor het schoonboenen van stoep en geweten wanneer de zaak grotelijks uit de hand is gelopen – of wanneer dit uitkomt: het wemelt ervan. Het achteraf-geweten spreekt strenge woorden, het hoofd wordt deemoedig gebogen, en de karavaan kan verder trekken.

Zo zal het ook gaan bij het CDA. Eerst kwam het uit dat er nervositeit heerste toen de partij berooid de verkiezingscampagne in moest en potentiële donateurs afhaakten bij de gedachte aan de beeltenis van Hugo de Jonge op de verkiezingsposters; ze wilden Hoekstra. Die wissel kwam en werd niet netjes afgehandeld, maar dit is het CDA en daar zijn ze gespecialiseerd in broedermoord (bij de PvdA zijn ze er overigens ook bedreven in, en voordat Mark Rutte verkiezingen begon te winnen stond bij de VVD achter elk gordijn een Brutus zijn mes te slijpen). Een donateur stortte ruim een miljoen euro na de leiderschapswissel. Het is een volgorde waar niet noodzakelijkerwijs causaliteit uit blijkt, maar de suggestie is gewekt door Pieter Omtzigt.

Daarna kwamen de ontkenningen: geen sprake van beïnvloeding, doodnormale gang van zaken, niets te verbergen. Vroeger was het CDA misschien weggekomen met ‘een onderzoek’ en met een ‘achteraf opgesteld’ moreel kompas door de integriteitsadviseur: wat voel je erbij, Wopke, waar kom je vandaan? Tegenwoordig niet meer. Ze zullen moeten buffelen bij het CDA, net zolang tot het kompas weer werkt.

Dat kun je bejammeren als een teken van toegenomen argwaan en van een naïeve hang naar niet-bestaande zuiverheid en van ‘afrekencultuur’. Je kunt het ook zien als een teken van voortschrijdende beschaving.