ColumnSheila Sitalsing

Het CDA is klinkend koper geworden en verder helemaal niks

null Beeld

Eigenlijk is het allemaal de schuld van Maxime Verhagen. En van Henk Bleker. Van het hele soepzootje dat op 2 oktober 2010 in de Rijnhal in Arnhem het CDA een avontuur met rechts-radicale types in rommelde. Of nou ja, rommelde. Huilde, schreeuwde, salueerde.

Vraag het aan gewone CDA’ers, de gewoon aardige mensen die kwamen voor de gelofte van rentmeesterschap & fatsoen moet je doen & het sociaalchristelijke, en die bleven omdat dat nu eenmaal zo hoort bij trouw in voor- en tegenspoed. Ze zeggen allemaal hetzelfde: ja, natuurlijk stonden tussen pluche en ideaal altijd al praktische bezwaren in de weg. En natuurlijk heeft bij de rol van bewaker van het midden altijd al pragmatisme gehoord dat heel soms misschien omsloeg in een tikje hypocrisie.

Maar in 2010, in die Rijnhal, ging iets onherstelbaar stuk. Het botte machtstreven won het van principes, het kompas sloeg op hol, persoonlijke relaties gingen kapot – een niet te onderschatten element, want een partij die goed functioneert is óók een club mensen die elkaar waarderen en respecteren.

Het CDA is sindsdien in permanente discussie met zichzelf verwikkeld over de vraag waartoe het op aarde is. Daar formuleert iemand op gezette tijden een antwoord op, van staand het Wilhelmus zingen tot zij aan zij de naastenliefde verspreiden, maar beklijven wil het nooit. Toen het bruine avontuur tien jaar later kalmpjes werd herhaald, ditmaal in het provinciale bestuur, wist je: dit is geen bedrijfsongeluk meer.

Wat ervan is gekomen: een partij die ideologisch in verwarring is. Leeggezogen. Klinkend koper en verder niks. Pieter Omtzigt signaleert in zijn memo waar zoveel over te doen is het gevaar dat de partij ‘de essentiële functie van het vormgeven van een maatschappijordening verliest’. Want wie geen anker en geen ideeën heeft wordt een vehikel voor andermans plannen. Van lobbyisten bijvoorbeeld.

‘De kabinetsformatie verwordt dan ook tot een spelletje wie met wie in een kabinet wil zitten, zonder discussie over de problemen in het land’, schrijft Omtzigt. Ergens in het land zuchtte Mariëtte Hamer. Mooi was die tijd toen we nog geïmponeerd stonden te luisteren naar colleges van Herman Tjeenk Willink over ‘de juiste volgorde’ van formeren (eerst de problemen, dan pas wie ze gaat oplossen) en toen Mark Rutte nog stond te oreren over zijn ‘radicale ideeën’ inzake ‘macht en tegenmacht’.

Van Omtzigt wilde Rutte onlangs graag weten ‘waar precies jouw boosheid zit.’ Lees het memo, zou ik zeggen. 76 kantjes ‘boosheid’. Over hoe onder Rutte een cultuur is ontstaan van achterkamers en radicaal smoren van tegenmacht. Over obsessie met beeldvorming. Over hoe het kabinet pas heel laat besloot af te treden vanwege het toeslagenschandaal. In dit schandaal onthulden Pieter Klein (RTL) en Jan Kleinnijenhuis (Trouw) donderdagnacht overigens hoe topambtenaren hebben gelogen tegen de parlementaire onderzoekscommissie. Nimmer zal de ‘boosheid’ luwen – en terecht.

Heel even flakkerde bij ons thuis de krankzinnige hoop op dat het CDA Omtzigts analyse serieus neemt. De smalle weg kiest. Zich terugtrekt uit de formatie. Gaat herbronnen. Zich beraadt op de positie van Wopke ‘zorgen over de stabiliteit van GroenLinks’ Hoekstra.

Maar kopstuk na kopstuk trapte het vuurtje wreed uit. Omtzigt is ‘herstellende’, zei de een. Omtzigt is ‘helaas ziek’, zei de ander.

Het pluche lonkt.

Podcast De kamer van Klok

In het gelekte document van Pieter Omtzigt wordt de ideologische leegte van het CDA pijnlijk duidelijk, maar wat is zijn eigen rol? Luister onze politieke podcast met columnist Sheila Sitalsing, hoofdredacteur Pieter Klok, politiek verslaggever Ariejan Korteweg en presentator Gijs Groenteman.

Meer over