Column

Het CBS heeft geen onder­zoekers van buiten meer nodig om voor reuring te zorgen

null Beeld

Een paar jaar geleden nodigde de directeur communicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, Mike Ackermans, me uit. Mike vroeg of ik tegen betaling onderzoek wilde doen met cijfers van het CBS en dat onderzoek publiceren. Ackermans hoopte duidelijk dat ik voor reuring zou zorgen. Ik ben niet op het verzoek ingegaan. Mijn onderzoek concentreert zich met name op de opkomst van China. Bovendien wringt het om tegen betaling onderzoek te doen.

Inmiddels heeft het CBS geen onder­zoekers van buiten meer nodig om voor reuring te zorgen. De huiseconoom van het CBS, Peter Hein van Mulligen, vervult die rol met verve. Zo poneerde Van Mulligen twee maanden geleden de stelling dat er geen sprake was van fantoomgroei in Nederland, omdat de gemiddelde Nederlander zijn inkomen de afgelopen vijftig jaar zag verdubbelen. Dat die groei zich voornamelijk voltrok in de 20ste eeuw en dat millennials daar dus niet van profiteren, laat Mulligen gemakshalve buiten beschouwing.

Laag en stabiel

Volgens Van Mulligen is de inkomensongelijkheid in Nederland niet toegenomen omdat de ginicoëfficiënt (die de inkomensongelijkheid meet) internationaal gezien laag en stabiel is. Maar de ginicoëfficiënt is laag en stabiel omdat die wordt berekend op basis van inkomensgegevens van de belastingdienst, en Nederland inkomen uit vermogen niet of nauwelijks belast. Wat niet wordt belast, zie je ook niet terug in de cijfers van het CBS.

Bovendien moffelt iedereen met een beetje fiscaal benul zijn inkomen weg via een directeur-grootaandeelhouder-BV. Vijf dagen nadat Van Mulligen in de media had verkondigd dat er geen sprake was van scheefgroei, publiceerde het CBS cijfers waaruit blijkt dat de totale waarde van het vermogen uit aanmerkelijk belang is gestegen van 155 miljard in 2006 tot 368 miljard euro in 2019 – bijna de helft van het bruto binnenlands product van Nederland.

Geen woningtekort

De stijging met ruim 200 miljard euro betreft inkomsten uit arbeid die zijn vermomd als vermogen alsmede vermogen waarvan het rendement in box 2 nog gunstiger wordt behandeld dan in box 3 en fiscaal voordelig kan worden doorgeschoven naar de kinderen. Aan Bas Jacobs, hoogleraar overheids­financiën, vroeg ik of het mogelijk is met de cijfers over de vermogens een ginicoëfficiënt voor het inkomen te berekenen die wél rekening houdt met de vermogensinkomsten. Dat kan helaas niet, omdat je daarvoor de onttrekkingen aan en stortingen bij het vermogen per jaar moet weten, en die cijfers verzamelt het CBS niet.

Ik zou de ongelukkige uitspraken van Van Mulligen over scheefgroei niet hebben opgerakeld, ware het niet dat hij twee weken geleden op Twitter doodleuk beweerde dat er in Nederland geen woningtekort is omdat er begin 2021 voor iedere honderd woningen 101,2 huishoudens waren, wat lager is dan het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. De tweet werd 195 geliked en 130 keer geretweet. De tranen springen je in de ogen bij zoveel domheid.

Scheef verdeeld

Het aantal huishoudens is namelijk een functie van het woningaanbod. Mijn neefje en nichtje, die beiden in Amsterdam werken, delen daar een etage. Het CBS telt hen als één huishouden. Als er geen woningtekort was geweest, hadden ze ieder een eigen etage gehuurd en zouden ze als twee huishoudens worden gezien. Uit cijfers van het CBS blijkt dat sinds 2010 het percentage twintigers en dertigers dat bij zijn ouders woont flink is gestegen – wat toch echt duidt op woningnood.

Twee van mijn vrienden hebben ieder drie huizen in Nederland voor eigen gebruik. Dat is geen representatieve steekproef, maar suggereert wel dat de woningvoorraad in Nederland scheef is verdeeld. Door de globalisering zijn bovendien in de regio banen verdwenen terwijl er banen in de grote steden zijn bijgekomen, waardoor er sprake is van een geografische mismatch van het huizenaanbod.

De Nederlandsche Bank, het Centraal Plan­bureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau duiden ook cijfers, maar die hebben daar een batterij onderzoekers voor die gedegen onderzoek doen. Het is niet netjes van me om zo op de man te spelen, maar God verhoede dat bij de kabinetsformatie eenzelfde gewicht wordt toegekend aan de analyses van Van Mulligen als aan de analyses van DNB, SCP, CPB en andere serieuze onderzoekers.

Heleen Mees is econoom