COLUMNSylvia Witteman

Het bekvod zal verdwijnen alsof er niets is gebeurd, maar wat hebben we het toch leuk gehad samen

null Beeld

Het einde nadert. Dat wil zeggen, van het mondkapje. Over een paar maanden zijn we allemaal gevaccineerd (op de weigeraars na, maar die droegen dat bekvod meestal toch al niet), dus dan zal dat lapje wel snel verdwijnen, alsof er nooit iets gebeurd is.

Wat hebben die mondkapjes een veelbewogen jaar achter de rug! We mogen gerust spreken van een achtbaan. Eerst kon je ze niet krijgen, daarna wél, maar toen mocht je ze niet dragen, later wél, maar toen waren ze nog schaars, duur, wit (‘het witte goud’) en voorzien van een handleiding, duizelingwekkend lang en ingewikkeld, als voor de ontmanteling van een landmijn.

Vervolgens kwamen de eerste huisvlijtkapjes, door Mien-met-de-naaimasjien vervaardigd van oude zomerjurken/Afghaanse vestjes/gerecyclede Ikea-tassen, en algauw sprong de middenstand in het gat in de markt en begon lollige/mooie/chique kapjes te verkopen zo ver het oog reikte, tegen concurrerende prijzen.

Wat is dat snel gegaan! Nog maar een jaar geleden gniffelde ik medelijdend achter de rug van die enkele zeloot die met zo’n ding door de supermarkt liep. Zelf heb ik máánden met één zo’n wit vod gedaan, dat in mijn kontzak allengs verviltte en vergrauwde. Maar inmiddels ben ik zelf ook in bezit van een fraaie collectie lievelingskapjes van fris tricot, modieus gesneden, hip van kleurstelling en goed passend, waarachter ik mij als een vis in het water voel. Sterker nog, tegenwoordig kijk ik mensen met mooie kapjes afgunstig na, alsof ze de demi-saison aanhebben waarnaar ik al jaren op zoek ben. Ik moet me soms bedwingen om niet te vragen: ‘Waar heb je die gekocht?’

Leuk is het ook om te raden wie er achter zo’n kapje zit. Indertijd, met die witte lapjes, was iedereen min of meer anoniem. Maar nu kun je denken: ha, dat is een typisch voetbalvrouwenkapje, en die daar, die draagt nou écht een vastgoedproletenkapje, en die vrouw daar, een loepzuiver voorbeeld van een museumjaarkaarttruttenkapje. Ja, ik begin zo langzamerhand echt schik te krijgen in die kapjes, en nu is de pret alweer bijna voorbij.

Er was nóg iets leuks. Meermaals is het me in de afgelopen maanden in winkels overkomen dat mij, bij het afrekenen van wijn of bier, om mijn identificatie werd gevraagd. Ik ben 55, maar de oud uitziende delen van mijn gezicht werden blijkbaar bedekt door dat kapje.

Toegegeven, ik heb nooit daadwerkelijk mijn ID hoeven laten zien. Het volstond om even dat kapje omlaag te trekken, ongeveer zoals Hannibal Lecter deed met het afgestroopte gezicht van die politieagent. Maar toch: ik voelde me dan een paar seconden jong en knap.

Nee, dat komt nooit meer terug.

Meer over