Opinie

‘Het appèl van Milieudefensie op grote bedrijven toont het falen van de politiek’

Milieudefensie heeft 29 Nederlandse bedrijven per brief gevraagd naar hun klimaatplan, om te zien of zij voldoende voorsorteren op de eisen van het Parijse Klimaatakkoord. Eind dit jaar volgen eventueel juridische stappen. ‘Slim’, maar ook ‘hachelijk’, menen experts.'

Maurits Chabot
Advocaar Roger Cox (links) en Donald Pols (directeur van Milieudefensie), juichen na de gewonnen rechtszaak tegen Shell, mei 2021. Shell werd door de uitspraak gedwongen meer te doen om de CO2-uitstoot te reduceren. Beeld EPA
Advocaar Roger Cox (links) en Donald Pols (directeur van Milieudefensie), juichen na de gewonnen rechtszaak tegen Shell, mei 2021. Shell werd door de uitspraak gedwongen meer te doen om de CO2-uitstoot te reduceren.Beeld EPA

Marjan Minnesma (directeur Urgenda):

‘Het initiatief van Milieudefensie verhoogt de druk op bedrijven. Het is een slimme eerste zet, want voordat je naar de rechter stapt, moet je eerst in gesprek gaan. Het verbaast me wel dat deze 29 bedrijven zijn aangeschreven, een aantal al is aangesloten bij sciencebasedtargets.org, een internationaal collectief van bedrijven dat zich committeert aan ambitieuzere doelstellingen dan Milieudefensie afdwong bij Shell. Voorbeelden zijn Ahold-Delhaize, Unilever, AkzoNobel en DSM.

‘Dat ligt anders bij Tata Steel, dat ook is benaderd. Dat wij van Urgenda en Milieudefensie nodig zijn om vervuilers als Tata en anderen tot actie aan te zetten, noopt tot zelfreflectie in Den Haag: het is een zwaktebod van de politiek. Maar met beleefd blijven wachten, zitten we in 2030 niet op koers.’

Marc Davidson, hoogleraar filosofie van duurzaamheid en milieu, Radboud Universiteit Nijmegen:

‘De actie van Milieudefensie is een noodzakelijk kwaad. Het naleven van klimaatdoelen zou niet op de rechter moeten aankomen, het is een taak van de overheid. Wat dat betreft was ik verbaasd over de veroordeling van Shell.

‘Het is juridisch hachelijk een bedrijf voor de rechter te slepen als de normen van de overheid niet scherp zijn. Zolang de overheid onvoldoende regels stelt, is het mij niet duidelijk wat een bedrijf juridisch verkeerd doet. Als het argument is dat uitstoot toekomstige generaties schaadt, dan is heel de planeet schuldig, consumenten en bedrijven evenzeer. Je zou ook iemand die een vliegvakantie naar Malaga boekt een brief kunnen sturen om zich aan de klimaatdoelen te houden. Indien een individu zich er niet aan houdt, kun je hem of haar met hetzelfde argument aanklagen. Het enige verschil tussen een consument en een bedrijf is de grootte.

‘De overheid stelt randvoorwaarden waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden. Bedrijven hebben daarbij zowel meer als minder verantwoordelijkheid. Meer, omdat ze technologische veranderingen in gang kunnen zetten. Minder, omdat hun concurrentiepositie bij grote veranderingen kan verslechteren. Een consument die niet naar Malaga vliegt, heeft hooguit minder likes op Instagram of Facebook.

‘Niettemin, in deze suboptimale wereld is er geen tijd te verliezen en wat Milieudefensie doet is haalbaar: ze hebben de uitspraak tegen Shell in hun achterzak, dus een juridische stok achter de deur. Daar zijn bedrijven gevoelig voor. Maar de morele plicht, die bedrijven volgens Milieudefensie zouden hebben, zie ik niet: bedrijven streven naar winstmaximalisatie. Van hun morele inzet hoef je dan niet veel te verwachten.’

Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam:

‘In feite toont deze actie het falen van de politiek en democratische instituties. Idealiter vinden de discussies plaats in het parlement, waar zwaarwegende, economische transities het resultaat moeten zijn van een uitwisseling van argumenten. Dáár moeten grote maatschappelijke veranderingen worden besproken. Maar de democratie faalt, omdat ze te maken heeft met machtige lobby’s van multinationals, met vrijhandelsverdragen en met regels van de interne Europese markt.

‘De actie van Milieudefensie is een vorm van ecotechnocratie: hoogopgeleide rechters moeten gaan beslissen wat internationale klimaatafspraken betekenen voor de bedrijfsvoering van ondernemingen. Je ziet een strijd tussen de goed georganiseerde belangen van het kapitalisme versus de steeds beter georganiseerde ecologische belangen. Deze twee treffen elkaar niet meer in het parlement. Dat is schadelijk.

‘Grote veranderingen moeten brede steun van de bevolking hebben, en die krijg je niet mee met acties voor de rechter. Verduurzaming en klimaatbeleid is sinds de introductie van subsidies voor warmtepompen, zonnepanelen en elektrische auto’s een eliteproject geweest. Het blijft nu een eliteproject, want met een gang naar de rechter neem je de bevolking niet mee. Dat kan op lange termijn een tegenreactie oproepen.’

Meer over