VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Zoutkamp

Het afweren van vluchtelingen gaat verder terug dan Wilders, het zit diep verankerd in de Hollandse klei

null Beeld

Nieuwe vluchtelingen, oud verhaal. Sta weer door hekken te turen naar mensen die dood en verderf ontvluchtten, alles achterlatend op een manier die onbegrijpelijk is voor welvaartskinderen. Net als vijf jaar geleden, tien, twintig jaar sta ik daar; je kunt ze door het metalen vlechtwerk spreken maar naar binnen gaan mag niet.

Het zijn evacués – er is altijd een ambtelijke term – die uitgebreid worden gescreend, dat zeiden de politici bij voorbaat, want er zal eens een terrorist bij zijn. Het maakt ze allemaal verdacht. Vooralsnog zijn de Afghanen in quarantaine, handig achter prikkeldraad en waarschuwingsborden: restricted area, use of deadly force authorized.

Heeft niks met de Afghanen te maken uiteraard, het is crisisnoodopvang, halsoverkop, net als vijf, tien, twintig jaar terug. Want het land was niet voorbereid op vluchtelingen. Nooit is het land voorbereid, dat is bewust: de opvangorganisatie wordt per bed betaald, een Hollandse kruideniersmethode die het aantal vreemdelingenkampen laag houdt en de barrières hoog. Het moet niet vanzelfsprekend worden.

Noodopvang in Zoutkamp. Beeld Toine Heijmans
Noodopvang in Zoutkamp.Beeld Toine Heijmans

Said Amir staat zeer beleefd RTL4 te woord, verslaggever en cameraman proberen nog te voorkomen dat ze door het hekwerk moeten filmen, dat geeft nare associaties, maar de poort blijft dicht. ‘Ik wil de Nederlanders vriendelijk bedanken.’ Nawroz Shawas komt zijn zus ophalen, ze wonen in Hellevoetsluis, twee kinderen kreeg ze mee, één bleef achter in Kabul, wat daar gebeurde spiegelt nog ergens diep achter haar ogen. Nederlands paspoort, dat scheelt: na wat gedoe is ze de eerste die het kamp mag verlaten. Achter het hek staat meer familie, Nawroz’ moeder mag er niet bij, ze huilt.

Het wereldleed, nu live te zien hier langs de Strandweg. ‘Dit is feest,’ zegt vanachter het hek een man van de opvangorganisatie, zijn naam blijft beter ongezegd, ‘we vieren hier de vrijheid’. Welgemeende ironie: in deze branche is al die tijd niets veranderd, zegt hij, opnieuw zijn we zogenaamd overrompeld terwijl politici vooral bezig waren met het tegenhouden van vluchtelingen. Vertragen, traineren, treuzelen, improviseren, alsof dit land nooit eerder Afghanen zag, vijf, tien, twintig jaar terug, alsof de geschiedenis niet bestaat. ‘Zoek eens op hoeveel mensen Rwanda opvangt, of Oeganda.’

Van premier Rutte geen spoor: politiek linke soep, vluchtelingen.

President Macron tweette een foto: ‘Het is Frankrijk een eer. Welkom.’

Geert Wilders tweette: ‘Ik wil geen Afghanen in Nederland. Ik wil Nederlanders in Nederland.’

Toch zijn het niet alleen Wilders, Eerdmans, Baudet, Becker en andere valse profeten van de ‘massa-immigratie’ die de jeugd van Harskamp inprenten dat vluchtelingen terroristen zijn, verkrachters en huizenrovers. Het weren van anderen is diep verankerd in de lompe Hollandse klei.

‘Het is mij niet duidelijk wat mensen willen in een land dat is ingericht voor het houden van Elfstedentochten, en niet het klimaat heeft om onder palmbomen te vertoeven.’ Premier Lubbers, 1986, over Tamil-vluchtelingen. Na de Vietnamezen was Nederland wel klaar met wat toen al de ‘vluchtelingenstroom’ werd genoemd: er kwam ‘ontmoedigingsbeleid’ en ‘sobere opvang’, ook linkse politici deden eraan mee. Later werd Lubbers hoge commissaris voor de vluchtelingen in Genève, en vroeg ik hem naar zijn oude woorden. ‘Ik ben ervoor om mensen te helpen’, zei hij, ‘politici zijn er om de eigen burgers te helpen. Ik ken het – ik ben ook politicus geweest.’ De Hollandse omgang met vluchtelingen noemde hij toen, in 2003, ‘een tikje doorgeslagen’, en ‘krampachtig’.

Verder terug: Molukkers, harteloos opgevangen in kampen, 1951. Nog verder terug: Joden, niet welkom in het Nederland van 1938. Ook toen probeerden Europese landen samen muren op te trekken tegen vluchtelingen.

‘Het is ook een bepaalde cultuur waar niet iedereen op zit te wachten’, beet een twitteraar me toe, klopt, de Nederlandse cultuur is zo dat we nooit op een bepaalde cultuur zitten te wachten, behalve als het geld oplevert of olympische medailles.

De eerste asielzoekerscentra openden in 1987, vaak zo ver mogelijk aan de rand van het land, net als kerncentrales. Het grootste aantal kwam in 2001, 87 duizend, destijds zag ik Afghanen in de maïsvelden slapen. Dat aantal is nooit meer gehaald, ook niet tijdens de Syrische crisis die voor veel politici nu als schrikbeeld geldt.

Nu zijn in dit land zestienhonderd Afghanen terechtgekomen. Achter het hek spelen kinderen op fietsjes en stepjes – over twintig jaar studeren ze af aan een universiteit.

Meer over