Hervorming jeugdzorg is wel degelijk nodig

Bij alle zorgen over de aanstaande overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten zouden we bijna vergeten dat de huidige jeugdzorg bijzonder slecht georganiseerd is.

Dossiers van een jeugdhulpverlener.Beeld anp

Het beeld dat de Nederlander krijgt van de aanstaande overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten is zorgelijk. Problemen stapelen zich op en chaos dreigt. Erger nog is het beeld dat dreigt te ontstaan dat de hele operatie een grote vergissing lijkt te zijn, waarbij de belangen van kwetsbare jongeren en hun families worden verkwanseld, enkel vanwege de bezuinigingsdrang van het kabinet-Rutte.

De toon in de media wordt daarbij sterk gezet door de instellingen in de jeugdzorg. Zij beklagen zich over de grote onzekerheid waarin ze verkeren en de veranderingen in de organisatie van de jeugdzorg. Wij begrijpen hun zorgen, maar de lezer heeft recht op de feiten en het grotere plaatje. Wat is er gaande in de jeugdzorg?

Het budget voor de jeugdzorg gaat inderdaad fors omlaag. Het is erg onverstandig dat de rijksoverheid de hervormingen in de jeugdzorg aangrijpt om zo stevig te bezuinigen, maar dat is wat er is gebeurd. Het tijdpad voor overheveling is ook uiterst krap. Er wordt koortsachtig gewerkt en de meeste gemeenten zullen net of net niet op tijd klaar zijn met de voorbereidingen.

Na 1 januari zullen ongetwijfeld nog veel onduidelijkheden moeten worden opgelost. Er zal het nodige fout gaan, weten gemeenten nu al.

Daarbij moet voorop staan dat er geen kinderen tussen wal en schip vallen, daarvan is men zich zeer bewust. Gemeenten en professionele hulpverleners moeten flexibel zijn. Veel gemeenten hebben geld gereserveerd voor noodgevallen en het opvangen van eventuele extra vraag naar jeugdhulp. De rijksoverheid zal in uiterste nood moeten bijspringen, en deed dat recent ook al door 150 miljoen extra vrij te maken voor psychische jeugdzorg.

Maar waarom moest eigenlijk alles overhoop worden gehaald? Dat zouden we bijna vergeten. Dat was omdat de jeugdzorg slecht was georganiseerd, waardoor veel jongeren de dupe werden. Teveel bureaucratie door instanties die los van elkaar opereerden. Dat wisten we al ver voordat de rijksoverheid moest gaan bezuinigen de afgelopen jaren.

Een kind in een jeugdinstelling.Beeld anp

Zo was in de regio rond Alphen a/d Rijn, waar wij recent hebben rondgekeken, het tragische overlijden van Savannah al in 2004 voor instellingen en gemeenten aanleiding iets te willen doen aan de gebrekkige samenwerking van de betrokken instanties.

Het moest duidelijk anders en daarvoor moest de organisatie van de jeugdzorg op de schop. Gemeenten, die al veel met jeugd te maken hebben en directe contacten onderhouden met bijvoorbeeld scholen en verenigingen, worden nu ook verantwoordelijk voor de zorg voor kinderen met wie het niet goed gaat. Dat is een logische keus, omdat de gemeente al die partijen bij de zorg voor deze kinderen kan betrekken.

De gemeente moet dat proces vanaf 1 januari organiseren, maar de hulpverleners blijven de hulp verlenen, daar verandert niets aan. Wat hopelijk wel verandert, is de manier waarop dat proces verloopt.

In Holland Rijnland, de regio waarin Alphen ligt, werken net als in veel andere regio's diverse hulpverleners al samen in wijkteams, die ook nauwe banden onderhouden met onder meer de Centra voor Jeugd en Gezin, huisartsen en scholen. Die teams stellen, samen met ouders en kind, vast wat er nodig is en wie wat doet. Dat is hard nodig, want we weten dat de gevolgen van langs elkaar heen werkende hulpverleners afschuwelijk kunnen zijn.

Overal in het land is er met deze wijkteams al geëxperimenteerd het afgelopen jaar, en daar kan veel van worden geleerd.

PVV-Kamerlid Fleur Agema tijdens overleg over transitie in de jeugdzorg afgelopen september.Beeld anp

Terug naar de instellingen. Die trekken terecht aan de bel over de financiele onzekerheid waarin zij verkeren. Die moet zo snel mogelijk worden opgelost. Maar met de veranderende organisatie en werkwijze in de jeugdzorg zullen ze moeten leren werken. Wij willen benadrukken dat je het slagen of falen van de ingrijpende veranderingen in de jeugdzorg niet kunt afmeten aan het belang van de instellingen.

Als zij het vervelend vinden dat hun mensen in overlegteams moeten werken of aan gemeenten moeten rapporteren over de voortgang en effectiviteit van de geboden hulp, dan is daarmee nog niet gezegd dat de jongeren slechter af zijn. Integendeel. De bedoeling is dat er over enkele jaren, na een noodzakelijke overgangsperiode, sprake is van minder bureaucratie en vooral betere zorg voor kinderen. Dat moet straks de maatstaf zijn.

Klaartje Peters is hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.
Bert Schouten is oud-gemeentesecretaris.

Meer over