StamgastenHennie

Hennie, stamgast in café De Bosrand in Putten, werd op zijn 19de de zee op geschopt: ‘En nú heb ik de wereld wel gezien, dacht ik op mijn 27ste’

Gidi Heesakkers

Hennie (66) treinde jarenlang heen en weer tussen Putten en Rijswijk. ‘Een beetje jennen, af en toe halve ruzies, maar vooral veel schik met elkaar hebben; ik verlangde altijd naar zaterdag in De Bosrand.’

Stamgast Hennie (66) Beeld
Stamgast Hennie (66)

Hennie: ‘Acht jaar heb ik gevaren bij de koopvaardij, als radio-officier. Ik moest twee jaar naar de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam en na nog een half jaar praktijkschool in Rotterdam werd ik op mijn 19de de zee op geschopt. De eerste reis ging naar Suriname. In de sluis van IJmuiden begon ik al over te geven.

‘Ik weet nog dat ik voor het eerst aankwam in Hongkong, midden in de nacht. Dat was zó gigantisch mooi, de skyline van New York in het kwadraat. Als kind was ik nooit verder dan Duitsland geweest. Ik had soms moeite om het thuisfront in Hengelo uit te leggen wat ik allemaal meemaakte.

‘De schepen van de Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen vind ik nog steeds de mooiste. Het was een heerlijke tijd. Ik heb er ook veel aan te danken. In Zuid-Afrika heb ik mijn vrouw ontmoet. Ze was op een feestje dat aan boord werd georganiseerd voor de afschepers. De volgende dag voer het schip verder. Een jaar hebben we contact gehad via de luchtpost. Ik moest nog een half jaar naar China, daarna vroeg ik aan de rederij of ik op een schip naar Zuid-Afrika mocht. Dat schip moest daar op een gegeven moment drie weken het droogdok in voor groot onderhoud. Toen konden we elkaar eindelijk goed leren kennen. Zij kwam naar Nederland. Het was de bedoeling dat ze weer terugging, maar dat is niet gebeurd. Ze is gebleven, bij mijn ouders in Hengelo.

‘En nú heb ik de wereld wel gezien, dacht ik op mijn 27ste. Ik voer met iemand wiens vader in Putten woonde. Die man begon met de aanleg van kabeltelevisie en zocht werknemers. Na twee jaar wilde ik weer verder en solliciteerde ik bij een groot bedrijf in Rijswijk. Daar ben ik tot mijn pensioen gebleven. Ik wilde Gelderland niet uit, dus mijn vrouw en ik bleven al die tijd in Putten.

‘Waar ik vandaan kom, in de Achterhoek, is er een sterk caféleven. In Putten vond ik het sociale gebeuren bij De Bosrand. Er was een biljartcompetitie en op zondag gingen we voetballen op een stukje braakliggend terrein in het bos. Als we terugkwamen, stond er voor iedereen een glas melk klaar. Daarna bier, en je kon altijd kiezen tussen twee soorten soep. Ik wil niet zielig doen, maar de wekker ging vijf dagen in de week om kwart over vijf. Om half 8 ’s avonds was ik pas thuis. Ik had de pest erin als we zaterdag visite kregen. Ik wilde maar één ding: lekker eventjes naar het café.’

Meer over