OpinieChinese leningen

Hanteert China bewust ‘schuldenstrategie’ om politieke invloed uit te oefenen?

Door veel geld uit te lenen kan China invloed uitoefenen op landen en hun soevereiniteit ondermijnen.

Tjeerd Ritmeester
De Amerikaanse vicepresident Mike Pence kijkt indringend naar de Chinese president Xi Jinping tijdens de APEC-top in Papoea-Nieuw-Guinea, 17 november.  Beeld EPA
De Amerikaanse vicepresident Mike Pence kijkt indringend naar de Chinese president Xi Jinping tijdens de APEC-top in Papoea-Nieuw-Guinea, 17 november.Beeld EPA

Vorige week sloeg tijdens de jaarlijkse APEC-top de vlam in de pan. Amerika beschuldigde China ervan landen in financiële problemen te brengen met grote leningen voor infrastructuurprojecten. De Chinese president Xi Jinping reageerde fel en zei dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan het investeringsbeleid: ‘De leningen maken infrastructuurprojecten mogelijk die de desbetreffende landen zelf niet kunnen betalen’. De harde retoriek tussen Amerika en China maakt het soms moeilijk waarheid van fictie te onderscheiden. Toch klinken de Chinese woorden te mooi om waar te zijn. En dat zijn ze ook. Door hoge schulden kan China invloed uitoefenen op landen en daarmee hun soevereiniteit ondermijnen.

China beweert met nieuwe wegen, havens en elektriciteitscentrales een ongekende groei te realiseren in hulpbehoevende landen. Van Afrika tot Azië staan regeringen in de rij om met Chinees geld infrastructuurprojecten van de grond te krijgen. Die bereidheid leningen aan te nemen staat niet op zichzelf. Afrikaanse landen lijden nogal eens aan kwalen als slecht bestuur en corruptie. Zij moeten volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank gemiddeld negen jaar wachten om niet-Chinese leningen voor infrastructuurprojecten te krijgen. China stelt minder zware projectvoorwaarden. Een lening kan binnen twee jaar zijn geregeld.

Erg aantrekkelijk, maar kijken we naar de betaalvoorwaarden, zoals de hoge rentes die China bedingt, dan krijgen we al snel een ander beeld. Dit zou geen probleem zijn als de voltooi-de Chinese projecten flinke winsten genereren. Maar uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft grote voortgangsproblemen kent. Projecten die niet af zijn moeten nog altijd worden betaald. De bouw van een Indonesische hogesnelheidslijn ter waarde van meer dan 5 miljard dollar moest een jaar na de aankondiging nog beginnen.

Een infrastructuurproject, voltooid of niet, kan zichzelf ook gedeeltelijk terugverdienen doordat het resulteert in meer bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Veel van de Chinese projecten lijken vooral ten goede te komen aan de Chinese economie. Uit een database van Chinese projecten in Eurazië blijkt dat 89 procent van de deelnemende bedrijven Chinees is en slechts 7,6 procent lokaal. Ter vergelijking, projecten opgezet met geld van multilaterale instellingen worden voor 40,8 procent uitgevoerd door lokale bedrijven.

Ook een project dat wordt voltooid leidt nog niet automatisch tot groei. Veel landen waar China investeert worden naast een gebrekkige infrastractuur gekenmerkt door tal van fiscale en economische problemen. De Chinese export naar Pakistan steeg dankzij constructieprojecten met

77 procent tussen 2012 en 2015 maar andersom zagen we weinig verschil. China heeft toegezegd het investeringsprogramma te ondersteunen met vrijhandelsakkoorden, maar dat is tot dusverre niet gebeurd.

Het grootste gevaar is dat China deze ‘schuldenstrategie’ bewust hanteert om politieke invloed uit te oefenen. De Amerikaanse vicepresident Mike Pence maakte afgelopen week in sterke bewoordingen duidelijk zich zorgen te maken over de soevereiniteit van landen die zich inlaten met Chinese leningen.

Sri Lanka kan als voorbeeld dienen. Snel oplopende Chinese schulden dwongen dat land ertoe de haven van Hambantota over te dragen aan China, dat het nu gebruikt voor oorlogsschepen. Het belangrijkste Chinese tegenargument is dat het verwijt niet opgaat omdat China zelden de grootste schuldeiser is. Met rond de

12 procent zou China slechts een klein deel van de totale Sri Lankaanse schuld vertegenwoordigen. Maar ondanks deze tegenwerping moest Sri Lanka alleen aan China een haven afstaan. Hoge rentes en oplopende kosten bij vertraging dwingen landen ertoe om juist bij China aan te kloppen.

Uiteindelijk gaat het om de winstgevendheid van een investering. Een renderend project drukt minder zwaar op de begroting dan een onvoltooid project. Hierdoor blijven de door China beloofde gouden bergen uit. In extreme gevallen, zoals in Sri Lanka, leidt het zelfs tot ondermijning van de soevereiniteit.

Tjeerd Ritmeester, editorial manager voor een Brits onderzoeksbedrijf in Papoea-Nieuw-Guinea.

Meer over