Opinie

Grieks cliëntelisme maakt meer kapot dan Europa lief is

Griekenland heeft evenals andere Zuid-Europese landen trekken van een clientèlestaat. Het 'voor wat hoort wat'-principe leidt er een hardnekkig leven, het zit in de samenleving ingebakken.

Een vrouw bij een stemhokje tijdens de Griekse parlementsverkiezingen in 2012. Beeld anp
Een vrouw bij een stemhokje tijdens de Griekse parlementsverkiezingen in 2012.Beeld anp

De analyse van Dimitris Pavlopoulos over het slecht bestuurde Griekenland lijkt helder en het zou daarmee een opbouwend element in de discussie omtrent de toekomst van Griekenland en de Europese Unie kunnen zijn. Toch is het artikel geen echte analyse. Het beschrijft wat er mis is aan Griekenland, en het wijst in algemene zin een dader aan: 'de Griekse elite' die zelfs nog rijker zou zijn dan voor de crisis. Een uitleg van wie de elite is en hoe ze aan de macht weet te blijven, ondanks het zichtbare falen van de Griekse politiek, ontbreekt. En qua oplossingen staat er niet meer in dan dat Europa van koers moet veranderen.

Griekenland wordt niet geholpen met alleen een andere koers van Europa. Griekenland heeft evenals andere Zuid-Europese landen trekken van een clientèlestaat. Het 'voor wat hoort wat'-principe leidt er een hardnekkig leven, het zit in de samenleving ingebakken. Het is daarmee een spiegelbeeld van die landen in Europa waar het basisstreven bij burgers is om zelf verantwoordelijkheid te nemen en om aan de eigen ontwikkeling te werken, bijvoorbeeld op het terrein van onderwijs.

Doordat de politiek en daarmee het verdelen van banen en andere voorrechten er gekoppeld is aan het hebben en onderhouden van netwerken, is er voor de gemiddelde burger geen alternatief voor het mee doen aan het spel. Jij wilt immers ook elektriciteit, een bouwvergunning of een baan. Verkiezingen zijn dus weinig anders dan het vaststellen welke machthebber (patroon) de grootste netwerken heeft en wie vervolgens de grootste greep uit de kas kan doen. Burgers kiezen uit zelfbescherming voor de winnaars. De winnaars zijn per definitie de bestaande elites, die moeiteloos hun achterban aan zich blijven binden.

Duivelse tegenpartij

In Griekenland wordt het systeem nog versterkt door de kerk, die als grootgrondbezitter vrijwel geen belastingen hoeft af te dragen, en die als conservatieve kracht de bestaande verhoudingen met alle macht in stand probeert te houden. Argeloze buitenstaanders zouden kunnen denken dat een frisse sociaaldemocratische wind hier een eind aan zou kunnen maken (de Augiasstal zou kunnen uitmesten).

In werkelijkheid zijn vakbonden en linkse politieke partijen deel van ditzelfde systeem, met onder meer arbeiders, werklozen en gepensioneerden als clientèle. In armere gebieden in Zuid-Europa worden steevast linkse leiders gekozen en herkozen, die doorgaans geen haar beter zijn dan de duivelse tegenpartij. Het verklaart ook waarom Frankrijk zoveel moeite heeft met het veranderen van zo langzamerhand kolderieke voorrechten van sommige groepen ambtenaren en uitkeringstrekkers. In Spanje blijft een internationaal verachte club nationaal-conservatieven aan de macht, omdat het alternatief meer van hetzelfde is.

De politieke voorstanders van het project Europa, en daarmee ook de Nederlandse politieke partijen en vrijwel de gehele Nederlandse wetenschap, willen de stap niet zetten om het onvermijdelijke te benoemen, namelijk dat de onwrikbare spelregels in de binnenlandse politiek in Zuid-Europese landen zoals Griekenland, mede aan de basis liggen van de huidige Europese crisis.

Het clichématig zoeken naar 'Europese' oplossingen zal aan de essentie van dit probleem niets veranderen. Het zal vermoedelijk de fouten in het systeem versterken.

Voorbeeld 1. Zo lang in Zuid-Europa zaken hun gebruikelijke beloop blijven nemen, is het gebied economisch in levensgevaar. Universiteiten en andere kennisinstituten moeten geloofwaardig zijn. Hoe kun je concurrerend zijn als benoemingen en diploma's voor een deel niet inhoudelijk gemotiveerd lijken te zijn? Globalisering maakt korte metten met zwakke instituties, bedrijfstakken en regio's.

Voorbeeld 2. In de Brusselse politiek lijkt het machtsblok van de zuidelijke landen de overhand te krijgen boven de noordelijke groep. Dat is heel democratisch, en vanuit het standpunt van rechtvaardigheid misschien wel erg wenselijk omdat op deze manier een deel van de Europese welvaart kan worden herverdeeld in de richting van regio's die hulp het meest nodig hebben.

Als het dure geld van de Europese burger juist de improductieve en corrupte zuidelijke elites in stand houdt, ten koste van de welvaart van de andere Europeanen, dan zetten verkiezingen op termijn het Europese bouwwerk en onze veiligheid op het spel. Wetenschappers en politici in heel Europa doen er goed aan om dit Europese taboe, waar ook Pavlopoulos in zijn artikel om heen loopt, alsnog te benoemen: Cliëntelisme maakt meer kapot dan Europa aan kan.

Jan ten Brummelhuis is docent aardrijkskunde en geschiedenis aan het Willem Lodewijk gymnasium Groningen.

Meer over