ColumnAleid Truijens

Gratis parkeren voor leraren en gesubsidieerde bokslessen – welke plannen met onderwijs hebben de partijen in de gemeenten?

null Beeld
Aleid Truijens

De gemeenteraadsverkiezingen zijn begonnen, al staat bijna niemands hoofd ernaar. Meer woningen, betere jeugdzorg en veiligheid op straat lijken, nu er dichtbij een oorlog woedt waarbij een dictator kinderziekenhuizen en vluchtende gezinnen aanvalt, ineens futiel. Iets voor verwende mensen. Toch moeten we stemmen.

Het is de moeite waard om de verkiezingsprogramma’s door te vlooien op bepaalde thema’s. Dan zie je, behalve grote verschillen tussen de politieke partijen, ook verschillen in speerpunten per partij per woonplaats. Ik keek naar onderwijs, jeugdbeleid, jongeren en studenten. Gemeenten gaan niet inhoudelijk over de inrichting en kwaliteit van het onderwijs, maar wel over randvoorwaarden, zoals goed geventileerde gebouwen, het toelatingsbeleid van scholen, preventie van uitval, toegankelijke jeugd-GGZ, bijlessen, segregatie, het aanpakken van het lerarentekort, studentehuisvesting en nog zo wat dingen.

Bijna alle partijen in alle steden hebben de mond vol van kansenongelijkheid. Slechte zaak vinden ze allemaal vroom, want ieder kind is gelijk. Maar wat willen ze ertegen doen?

‘Ongelijk investeren om gelijkere uitkomsten te realiseren’ – die slogan, van de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman, blijkt door GroenLinks en D66 in de grote steden gretig overgenomen. D66 wil, om taalachterstanden te voorkomen, vier dagen per week gratis kinderopvang en pleit, net als PvdA, GroenLinks en Bij1voor brede brugklassen met alle niveaus de eerste jaren bij elkaar. In Amsterdam werken D66 en SP aan een intensievere samenwerking tussen het mbo en het bedrijfsleven, voor meer stages.

Als het aan de PvdA Rotterdam ligt komt er in elke wijk weer een gesubsidieerd buurthuis, met wijkraden, muziek- en taalles. De partij ziet niets in nog meer categorale scholen, zoals gymnasia. Ze geeft de brede brugklassen een bonus, en de internationale scholen krijgen minder ruimte. JA21 in Amsterdam heeft een duidelijk standpunt, de partij ‘gaat niet mee in de doorgeslagen gelijkheidsidealen’. Kinderen moeten ‘excelleren op eigen niveau’. Niet ‘gelijke kansen afdwingen door kansrijke kinderen kansen af te pakken’.

Ook de VVD Amsterdam zegt kansenongelijkheid te willen tegengaan en onderadvisering in groep 8, maar is tegen de brede brugklas: ‘Categorale scholen slagen er beter in dan brede scholengemeenschappen of driejarige brugklassen om talentvolle leerlingen uit te dagen en te stimuleren.’ In diverse gemeenten legt de VVD nadruk op vrije schoolkeuze; ze is tegen ‘lotingssystemen’ bij de toelating. De partij is vóór ‘gericht cameratoezicht, preventief fouilleren en kluisjescontrole op school’, om criminaliteit te voorkomen. Leefbaar, in Rotterdam, wil ‘een verkoopverbod van messen aan jongeren onder de 18 en een versterkte controle hierop’. D66 pakt het geweld onder jongeren in Rotterdam vriendelijker aan, met ‘gesubsidieerde bokslessen’.

En het lerarentekort? PvdA, Denk, SP, D66, GroenLinks, Bij1 willen dat een deel van de woningvoorraad in de grote steden wordt gereserveerd voor leraren. D66 Den Haag geeft leraren een e-bike en ze mogen voortaan gratis parkeren. VVD én Denk vinden elkaar in Amsterdam in de salaristoelage die ze leraren willen geven, als lokkertje. Maar daarmee haal je wel leraren uit andere gemeenten weg.

Zo heeft bijna iedere partij het allerbeste voor met goed onderwijs voor ‘onze’ kinderen. Als je de programma’s nauwkeurig leest en de retoriek eraf schept, zijn er enkele partijen die het werkelijke probleem, een groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid, rijk en arm, kansrijk en pechvol, durven aanpakken en die echt verandering voorstaan, bijvoorbeeld door invoering van brede brugklassen, eerlijker advisering in groep 8, betaalbare voorscholen en het opleiden van goede leraren. Er valt tot en met woensdag echt wat te kiezen. Wie niet de gelegenheid aangrijpt om invloed te hebben op de leefomgeving in eigen stad of dorp, mag achteraf niet piepen.