De week in techLaurens Verhagen

Glasvezelkabels van Facebook en Google bedreigen de netneutraliteit

null Beeld

Tussen de verwoestende publicitaire lavastroom aan negatieve berichten over klokkenluiders, onzekere Instagram-tieners en het bijbehorende morele faillissement van Facebook is ander recent nieuws van de techmoloch wat ondergesneeuwd geraakt. Verklaarbaar ook wel, want een bericht over de aanleg van glasvezelkabels leest na de sappige details van klokkenluider Haugen toch vooral als een dienstmededeling. Ten onrechte.

Net als collega-machthebber Google investeert Facebook zwaar in de aanleg van internetinfrastructuur. Beide concerns zijn gebaat bij een wereld waar iedere burger toegang heeft tot snel internet. Meer mensen online betekent immers meer inkomsten. De kans dat die mensen Google of Facebook gebruiken is aanzienlijk. Dat is uiteraard niet de officiële verklaring voor alle inspanningen. ‘We zien dat economieën floreren als er breed toegankelijk internet is voor personen en bedrijven’, zo schrijft Facebook heel nobel in een persbericht.

Het bedrijf is druk bezig om alle werelddelen met elkaar te verbinden via gigantische onderzeese glasvezelkabels. Zo zullen Europa, Azië en Afrika over een paar jaar door de langste kabel (45.000 kilometer) ter wereld verbonden zijn. En nu kondigt Facebook ook de komst aan van een onderzeekabel tussen Europa en de Verenigde Staten. Deze zal maar liefst tweehonderd keer meer capaciteit hebben dan de transatlantische kabels die zo’n twintig jaar geleden werden aangelegd.

We kunnen met zijn allen nog harder gaan internetten. Goed nieuws? Misschien toch niet helemaal. Van Google en Facebook wordt nu al vaak gezegd dat ze de cruciale infrastructuur voor de verspreiding van informatie in handen hebben. Daarmee bedoelen critici dan de apps van de techbedrijven die op ieders telefoon zitten. Met de aanleg van infrastructuur in letterlijke zin wordt de macht alleen maar groter.

Nu nog bezetten de twee volgens berekeningen van techmagazine Wired een bescheiden tiende en elfde plek op de wereldwijde ranglijst van bedrijven met de meeste kilometers aan internetkabels. De Amerikaanse telco AT&T voert de lijst aan met 230.000 kilometer aan kabel, gevolgd door China Telecom. Maar die lijst zou er over vijf jaar wel eens heel anders uit kunnen zien. De laatste vijf jaar is maar liefst 80 procent van alle kabelinvesteringen afkomstig van Google en Facebook.

Putdeksel met Googles logo bij het hoofdkantoor in Silicon Valley. Beeld Getty Images
Putdeksel met Googles logo bij het hoofdkantoor in Silicon Valley.Beeld Getty Images

Waarom is dat potentieel erg? Wie de infrastructuur in handen heeft, heeft de macht. De bestaande online macht van Big Tech zal gestut worden door hun infrastructurele macht. Is het ondenkbaar dat er een toekomst komt waarbij Google of Facebook het eigen verkeer via die kabels voortrekt, zodat de eigen diensten sneller en beter werken dan die van de concurrentie? Vermoedelijk niet. Internetpionier Marleen Stikker hamert al jaren op het belang van netneutraliteit. Dit is het beginsel dat providers alle gegevens op het internet gelijk behandelen. Alleen met een open internet krijgen nieuwe, innovatieve bedrijven kansen. Maar, constateerde Stikker vele jaren geleden al: ‘Netneutraliteit staat onder druk en moet telkens politiek verdedigd en bevochten worden.’ Ondertussen worden de kabels waarmee onze digitale autonomie wordt aangesnoerd al getrokken.

Meer over