Columntoine heijmans

Gif in het water, in de vis en in de mens: het onzichtbare verdriet van de Westerschelde

null Beeld
Toine Heijmans

De visser vist niet meer. Vijftig jaar scharrelde Piet Scheerders rond in zijn Westerschelde, ving bot, sneed lamsoor, verkende slikken en schorren, maar er zit gif in de stroom. In de vis. In hemzelf. Zijn bloed stuurde hij naar een Duits laboratorium dat 7,58 microgram perfluoroctaanzuur per liter mat, boven de grenswaarde. Zijn vrouw wil hier nooit meer zwemmen.

Piets kotter ligt in een loods aan het droogvallende haventje van Paal, dat modderig wacht op hoogwater. De tochten die je daar kunt maken: door de Schelpkreek naar de prielen die als minifjorden in het Konijnenschor steken – alles daar is altijd nieuw. ‘Piet is in zijn hof’, zeggen ze als hij onderweg is door zijn verwoest Arcadië.

‘Naar buiten tuffen, tjoek tjoek tjoek wat bochten om, zeekraal snijden en kokkels zoeken.’ Wijting in de wintertijd, garnalen in het najaar, paling in het voorjaar, kabeljauw en altijd bot, dat is een standvis, ‘en we eten alles op’.

Piet Scheerders in zijn haven. Beeld Toine Heijmans
Piet Scheerders in zijn haven.Beeld Toine Heijmans

Al die jaren stoot een fabriek van 3M in het Belgische Zwijndrecht, bij Antwerpen, chemicaliën uit, PFAS, en nu pas wordt duidelijk wat het veroorzaakt. Aan de stroom is niets te zien, niets te horen of te proeven. Maar de troep drijft al decennia met de Schelde Nederland in.

Het duurde even voordat de bestuurders de milieuramp zagen. Zeven jaar lag een rapport over zieke zeehonden in een la op het provinciehuis (‘stond niet op ons netvlies’), tot de ervaren PZC-verslaggever Theo Giele het boven water tilde. Maar wat kunnen ze eraan doen? Het gif zit in het water, in de vis en in de mens, en gaat daar niet meer weg. De Europese Unie bereidt een verbod voor, het RIVM stelde de grenswaarden naar beneden bij, het grondverzet is in problemen. 3M maakt bezwaar tegen het stilleggen van de productie want de economie moet door, en uiteraard kunnen zij er ook niets aan doen.

Het begon met een zinnetje in een Kamerbrief, zegt Theo, over hoge waarden in de Westerschelde, precies in de tijd dat de film Dark Waters op Netflix verscheen, over het smerige spel van een chemiefabriek. Nu schrijft hij zijn vingers blauw over PFAS, en het is telkens de pers die het voortouw neemt. Omroep Zeeland stuurde zes monsters naar een laboratorium, en de Wageningse toxicoloog Ron Hoogenboom zei: ‘Ik zou deze vis niet eten’. Met Belgische media liet de PZC vis en zeegroente onderzoeken die door Piet en zijn maten uit hun Schelde was gehaald; hoogleraar Jacob de Boer vond in een platvis 800 keer meer gif dan normaal, een ‘gigantische’ overschrijding.

Hij deed ook het bevolkingsonderzoek in Zwijndrecht en raadde de bewoners aan geen groente of eieren meer uit eigen tuin te eten. Eerder onderzocht hij de uitstoot van GenX door Chemours in Dordrecht, tot woede van de burgemeester die hem ‘bangmakerij’ verweet, en dat het eerst maar ‘binnenskamers’ besproken moest.

Piet en zijn maten willen ook een bevolkingsonderzoek, daar wordt op gestudeerd want dat is duur etc. Uit onvrede stelde hij z’n eigen bloed beschikbaar. Hij heeft meer PFOA in zijn lijf (PFAS heeft zesduizend verschijningsvormen) dan de gemiddelde bewoner van Zwijndrecht. ‘Mijn zoon is biomedicus en zegt: het breekt niet af, het blijft in je lijf. Misschien leidt het tot kanker of leverkwalen, maar eigenlijk weten ze er vooral heel weinig van omdat er nauwelijks onderzoek is gedaan.’

En verder verwijzen de bestuurders graag naar overleg met België.

Zeekaart. Beeld Toine Heijmans
Zeekaart.Beeld Toine Heijmans

Zijn Schelde is geen Schelde meer. ‘Ik vis, ik zwem, ik scharrel erin’, zegt Piet, ‘en nu valt er toch een deken over.’ De stroom is het niet aan te zien: nog navigeren containerschepen traag door de brede bocht, het is vijf graden maar achter de dijk ligt het voorjaar klaar, de klei omgewoeld, de rijen populieren. Het Verdronken land van Saeftinghe is beschermd getijdengebied, een natuurlijke buffer tegen de zware industrie die de horizon bepaalt, en tegen de altijd oprukkende economie. Dampende koeltorens van de kerncentrale in Doel, containerterminals aan de dokken van Antwerpen, vlammende schoorstenen van Dow bij Terneuzen, ineens, zegt Piet, ‘zie ik overal vervuiling’.

Ernaast ligt de Hedwigepolder waar de dijken worden doorgebroken om er brakke schorrennatuur te bouwen. Daar stroomt straks giftig water in, en de bestuurders hebben er argumenten voor dat door te zetten.

Ook op de haven zijn er die zeggen: ach, het zal. Er was een tijd dat de botten hier zweren en bulten hadden, en ook die ging voorbij. ‘Maar er komen toch ook nog mensen ná ons’, zegt Piet, die lang onderwijzer was.

Meer over